Uitgebreid zoeken

Een aparte identiteit

Aziatische adoptiekinderen groeiden op in de intimiteit van een nieuw gezin. Zij woonden verspreid over het land en maakten zich de kennis en vaardigheden eigen die bij de Nederlandse identiteit horen. Op één punt verschilden zij echter van de rest van de samenleving: zij zagen er anders uit. Hun huidskleur, mongolenogen en lichaamsbouw week af van dat van de zogenaamd blanke Nederlanders. Dat heeft bij menigeen tot verwarrende gevoelens geleid. Er wel bijhoren, maar toch buitenstaander zijn – daar kwam het op neer. Ze waren gevormd door een Nederlandse opvoeding, in het bezit van een Nederlandse nationaliteit en een Nederlands paspoort. Dus in dat opzicht heel anders dan andere migranten. Ze zweefden ook niet tussen twee vaderlanden, maar hadden wel biologische familie in het buitenland. Uit dat besef kwamen de nodige problemen voort. Vandaar dat bijvoorbeeld Koreaanse adoptiekinderen een eigen vereniging hebben opgericht, Arierang, en sinds begin jaren negentig een eigen blad uitgeven: Uri Shinmun – er is uiteraard ook een website. In de turbotaal van deze tijd noemen zij zich ‘adopko’s’. Hun activiteiten hebben een sterk commerciële kant, door het opnemen van advertenties van bedrijven en reisbureaus. Maar in het blad staan ook regelmatig artikelen over de ingewikkelde kanten van een identiteit. Het leven van deze groepen adoptiekinderen valt namelijk niet echt te dekken met de termen migrant, Nederlander en Aziaat. Zij vormen een categorie op zich, en menigeen voelt dat ook zo.

Trefwoorden:

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM