Uitgebreid zoeken

Blogs

Migratie van Polen naar Nederland in een tijd van versoepeling van migratieregels

Afgelopen vrijdag organiseerde het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit Nijmegen een seminar over migratie van Polen naar Nederland. Aanleiding hiervoor was de verschijning van het boek ‘Migratie van Polen naar Nederland in een tijd van versoepeling van migratieregels’ van Cathelijne Pool. In het kader van haar promotie deed zij onderzoek naar Poolse migratie voorafgaand  aan en tijdens de toetreding van Polen tot de Europese Unie. Cathelijne Pool heeft de presentatie van het boek helaas zelf niet meegemaakt. Zij kwam om het leven door een ongeluk tijdens een bergtocht op 30 juli 2010. Op dat moment was het onderzoek al afgerond en was het boek zo goed als klaar voor publicatie. De nadruk in het boek ligt op de vraag wat het effect van de liberalisering van migratieregels was op migratie van Polen naar Nederland. Zij stelt de vraag in hoeverre de regels daadwerkelijk werden geliberaliseerd. Daarnaast onderzoekt ze welke migratieregels de Nederlandse overheid juist initieerde met het oog op de toetreding van Polen en andere Oost-Europese landen tot de EU. Ook onderzoekt ze de rol van sociale netwerken op de komst van Polen en hun verblijf in Nederland. Niet zozeer de regelgeving was van belang voor de positie van de migrant, maar hoe de regelgeving werd toegepast in het ‘semi-autonome sociale veld’. Zo was de interpretatie van regelgeving door uitzendbureaus vaak belangrijker dan de regelgeving zelf.

Tijdens het seminar kwamen verschillende collega-wetenschappers en vrienden van Cathelijne Pool aan het woord. Zij gingen allen in op onderdelen van haar onderzoek vanuit hun eigen expertise. Zo ging de juriste Tesseltje de Lange in op de discussie van Poolse (schijn)zelfstandigen, die ook ter sprake komen in het boek van Pool. Na de Poolse toetreding tot de EU op 1 mei 2004, was er een overgangsregeling opgezet voor Poolse arbeidsmigranten. Die mochten tot 1 mei 2007 alleen vrij in Nederland werken als zelfstandige, en niet als werknemer in loondienst. Vanwege deze regeling waren er veel Polen die ingeschreven stonden als zelfstandige maar de facto gewoon in loondienst waren. Hierdoor vielen ze niet onder de CAO en konden ze tegen extreem lage lonen werken. Regelmatig wisten de Poolse werknemers zelf niets van de constructie waarin ze werkten. Volgens De Lange werkt zo’n overgangsregeling alleen maar problemen in de hand. De discussie over zelfstandigheid kan voorkomen door de overgangsregeling in de toekomst (bijvoorbeeld bij de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de EU) af te schaffen.

Kees Groenendijk ging in op de houding van de Nederlandse overheid ten opzicht van migratieregels. Hij benadrukte dat verschillende overheidsinstellingen verschillende administratieve barrières oplegde ter voorkoming van migratie, terwijl ze wisten dat dat in strijd was met Europese regelgeving. Wanneer het dan tot een rechtszaak kwam, probeerden zij de schuld over de regels af te schuiven op de rechters. Zij wilden de verantwoordelijkheid van de Europese regels over migratie (die ze zelf mede hadden geschreven) niet nemen en probeerden middels rechtszaken de procedures te vertragen.

Het seminar, en daarop volgend, de paneldiscussie bood de gelegenheid om het werk van Cathelijne Pool de inhoudelijke aandacht te geven die het verdient. De studie geeft een mooi inzicht in het migratiebeleid van Nederland. Daarnaast wordt een aantal zaken aangehaald die bij verdere uitbreiding van de EU in overweging moet worden genomen. Dat het onderzoek nog uiterst relevant is blijkt uit de huidige discussie omtrent Poolse arbeidsmigranten en de brief die minister Kamp onlangs naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM