Namens Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis

Amsab-ISG

Dr. Geert van Goethem (directeur Amsab-ISG) en drs. Piet Creve (projectmedewerkers Amsab-ISG)
Webpagina Amsab-ISG

 

 

Contactpersoon Amsab-ISG
Piet Creve
Bagattenstraat 174
9000 Gent
België
piet [dot] creveatamsab [dot] be
(0032 (0) 92440079)

Publicaties / Lezingen
-Creve, Piet: “Every picture tells a story: tentoonstelling 40 jaar Turkse Migratie in Gent.”, Brood & Rozen (2004/1) p. 71-72.
-Creve, Piet: “Een gat in de geschiedenis? Trefdag over archieven van etnisch-culturele minderheden”, 1 oktober 2003., Brood & Rozen (2004/1) p. 73-78
-Creve, Piet [lezing]:  “Paving the way: collecting data on migrant organisations in Flanders”, Workshop «European Social Science History Conference», Network Ethnicity and Migration, Session European Databases of Migrant Organisations, Gent, 14 april 2010.
-Creve, Piet en Ettourki, Karim:  “Vreemd van Ver, Erfgoed van het migrantenmiddenveld”, in: META, Tijdschrift voor Bibliotheek en Archief(2011,2), p. 8-13.
-Creve, Piet [lezing]: “Never the Twain shall meet?  -  Migrantengroepen en erfgoedinstellingen in Vlaanderen”,  Studiedag migratie, erfgoed en herinnering van de Erasmus Universiteit, Rotterdam, 9 mei 2011.
-Zuidwaarts (Documentaire), Amsab-ISG i.s.m. AVS en Trefpunt. Over de trek van Vlaamse arbeidsmigranten naar Noord-Frankrijk, juli 2013 (bekijk online).

Projecten
-
Stafkaart van het migrantenmiddenveld en zijn erfgoed in Vlaanderen 1830-heden (samen met KADOC)
-Gentse gasten: het migratieverhaal van de eerste generatie Marokkanen in Gent (i.s.m. Nakhla)
-De Grondleggers (i.s.m. New Focus)
-Odyssee naar het geluk – Griekse migranten in Limburg
-Bestemd voor Gent – verhalen van nieuwkomers sinds 1945’ (i.s.m. de Stedelijke Integratiedienst en koepelorganisaties van migrantenverenigingen)

"Arbeidersgeschiedenis in de ruimste zin van het woord"

In gesprek met dr. Geert van Goethem (directeur Amsab-ISG) en drs. Piet Creve (projectmedewerker Amsab-ISG):

Het Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis is in 1980 ontstaan als erfgoedinstelling voor socialistische arbeidsbewegingen. Later werden de activiteiten verbreed naar het bewaren van erfgoed van progressieve en sociaal-emancipatorische organisaties en personen in België. Voor meer informatie over de geschiedenis, het werkterrein en de activiteiten, zie: www.amsab.be

Vrij recent wordt ook aandacht besteed aan de geschiedenis en het erfgoed van migrantenverenigingen. In 2008 begon het Amsab-ISG samen met KADOC Leuven het project ´Stafkaart van het migrantenmiddenveld en zijn erfgoed in Vlaanderen 1830-heden´, zie: www.migrantenerfgoed.be . Daarnaast zijn er verschillende projecten naar lokale of regionale migrantengroepen waarbij Amsab-ISG als partner  fungeert.

Amsab-ISG ziet veel toekomst in internationale samenwerking bij het onderzoek naar migratie en migrantenverenigingen. ´Een onderwerp als migratie vraagt per definitie om een Europese aanpak´. Tegelijkertijd vinden ze het ook belangrijk om dicht bij de eigen kennis en expertise  te blijven. De focus ligt bij het ontsluiten en beheren van erfgoed en bronnenmateriaal: ´Je kunt geen geschiedenis schrijven zonder bronnen´.

Het AMSAB-ISG is van oorsprong een erfgoedinstelling gericht op arbeidsgeschiedenis en socialistische arbeidersbewegingen. Hoe past het thema migratiegeschiedenis binnen jullie werkveld en missie?
Wij zijn bezig met arbeidersgeschiedenis in de ruimste zin van het woord, dus ook met culturele organisaties die daar mee te maken hadden. Maar het kernwoord is het sociaal-emancipatorische aspect van arbeidersbewegingen. En in onze perceptie vind je in het migrantenverenigingsleven heel wat verenigingen die echt met dat emancipatorische, met participatie in de samenleving bezig zijn. En daar ligt de link. Vanuit de missie van het instituut bekijken we in hoeverre we vanuit de basis waar we mee gestart zijn, zonder daar radicaal mee te breken, het maatschappelijk veld kunnen bestrijken. Dat is gestart bij het socialisme, met socialistische bewegingen, dat is uitgebreid naar milieubewegingen, de derde wereld en andere nieuwe sociale bewegingen, en nu zit daar een evolutie in naar migratiegemeenschappen

Migratie is ook in het Vlaamse politieke en maatschappelijke debat sterk aanwezig. In hoeverre is de keuze om jullie op migratie te richten een gevolg daarvan en wat is jullie bijdrage aan dat debat?
Wij zijn vooral een organisatie die een collectie van bronnenmateriaal opbouwt. Wij hebben gemerkt dat het migratiethema heel sterk aanwezig is in het politieke debat in Vlaanderen in de afgelopen 25 jaar. Maar het bronnenmateriaal over die migratie en zeker van de migranten zelf, dat is er nauwelijks. Er zijn natuurlijk wel wat officiële bronnen zoals bij dienst vreemdelingenzaken en de bevolkingsdiensten van steden. Het materiaal van de mensen zelf, van de verenigingen, dat is er niet. Onze eerste bedoeling is niet om te kijken vanuit welke invalshoek we dit gaan bestuderen, maar te zorgen dat er materiaal is. Wij zorgen in eerste instantie dat er materiaal beschikbaar is. De invalshoeken worden vooral bepaald door vragen uit de academische of journalistieke wereld. Het onlangs van de gebroeders Lucassen verschenen Winnaars en Verliezers toonde aan dat het debat over migratie zeer emotioneel gevoerd wordt, met grote invloed op verkiezingen, terwijl de feitelijkheid nauwelijks aan bod komt. Voor Vlaanderen geldt dat ook voor een groot deel. Een voorbeeld: het gros van de mensen verstaat onder migratie alleen de mensen van buiten Europa en dan vaak alleen uit Moslimlanden. Amerikanen, Japanners, Australiërs en Nederlanders in België worden door mensen gewoon niet beschouwd als migranten. Ze zijn minder ‘problematisch’ als andere migranten, maar ze zijn het wel. Dat is één zaak. Een tweede element hebben we ook ervaren in de collectieopbouw rondom de arbeiderswereld. Als de stem of de mening of de activiteiten van die groepen niet op een of andere manier bewaard worden, lijkt het wel of ze nooit hebben bestaan. Alsof ze helemaal geen rol hebben gespeeld in de maatschappij. Dus onze vraag naar migranten toe is: spelen zij een rol en op welke manier? Al die aspecten boeien ons. Vandaar dat die zoektocht naar materiaal van die migrantenverenigingen belangrijk is om het debat dat nu gevoerd wordt iets meer fundament te geven.

In 2008 begonnen jullie samen met KADOC in Leuven het project ´Stafkaart van het migrantenmiddenveld´. Hoe kwam dit project tot stand?
In de discussie over migranten, over migrantenverenigingen en het migrantenmiddenveld zeggen beleidsmakers al jaren dat het een onbekend terrein is. Dat we aan het praten zijn over groepen mensen die we eigenlijk nauwelijks kennen. Hoeveel migrantenverenigingen zijn er, waar zijn ze en waar houden ze zich mee bezig? Daar is eigenlijk heel weinig zicht op. Daaruit groeide bij KADOC en Amsab-ISG het idee om eerst eens samen te proberen een soort basisregistratie te doen. Op die manier ontstaat een basis van kennis over welke verenigingen er zijn, wat ze doen en over welk materiaal ze beschikken. Er bestond al een aantal jaren een databank voor het Vlaamse middenveld, www.odis.be. Ook daarin stelde men vast dat er nauwelijks iets  in stond over het migrantenmiddenveld. In een periode van een drietal jaren proberen we nu zicht te krijgen op het actuele en historische migrantenmiddenveld. Voor zover mogelijk gaan we ook terug in de tijd. Dat is moeilijk omdat je ongeveer vanaf de jaren 1960 aangewezen bent op archiefonderzoek. Aangezien veel migranten van buiten Europa vooral een orale cultuur hebben is dat niet zo eenvoudig. In recentere jaren kun je nog mensen interviewen. Dus wij concentreren ons nu op het huidige migrantenmiddenveld.

Zien jullie het sociaal-emancipatorische aspect ook terug in de migrantenverenigingen die jullie in het kader van dit project in kaart brengen?
Als je de statuten van de migrantenverenigingen face value neemt, dan zijn ze allemaal bezig met integratie en participatie. Maar dat is natuurlijk niet waar. Die statuten worden voor een groot stuk geschreven met het oog op mogelijke erkenning en subsidiëring. Binnen dat veld heb je een aantal groepen die zeer op zichzelf gericht zijn. Onze ervaring is dat je daar ook heel moeilijk contact mee krijgt. Die hebben vaak ook geen website, of alleen een website in het Arabisch of het Turks. In het contact met de organisaties merk je wel wie er open staan voor samenwerking en wie niet. Wij merken echter dat de meesten toch wel willen participeren in de samenleving en dat ze gevoelens van achterstelling of feitelijke situaties van achterstelling willen wegwerken. Die willen zich niet in een parallel circuit laten opsluiten. Het is echter niet aan ons om een standpunt in te nemen over het karakter en de aard van de organisaties. Wij als erfgoedbeheerders horen dat niet te doen.

Veel van jullie projecten gaan over specifieke migrantengroepen in specifieke regio´s of steden. Waarom kiezen jullie voor deze opzet?
Vaak is het zo dat wij de groep niet kiezen maar dat we worden betrokken bij een specifiek project. Aanvankelijk kwamen die projecten vooral vanuit de stedelijke integratiediensten. Een overheids- of semi-overheidsdienst nam dan voortouw naar aanleiding van bijvoorbeeld veertig jaar Turks-Belgisch arbeidsverdrag. De laatste jaren zien we dat er een aantal initiatieven worden genomen door migrantenorganisaties zelf. Wij worden daarbij betrokken vanuit de specifieke competenties die we hebben als archief- en documentatiecentrum. De vraag is dan vaak: waar vind je bruikbaar materiaal? Hoe ga je er mee om en hoe bewaar je het?  Hoe kun je dat valoriseren via tentoonstellingen, publicaties en websites? Vanuit die competenties ontstaan er partnerschappen. Onlangs hebben we geëxperimenteerd met een tentoonstelling over Grieken in Belgisch Limburg in ons eigen museum in Gent. We wilden kijken of een bestaande tentoonstelling over een bepaalde etnische groep in een bepaalde regio ook daar buiten kon worden getoond. Zo blijven lokale projecten waar over het algemeen heel veel tijd en liefde in wordt gestopt, niet beperkt tot die ene regio. Ook maak je het verschijnsel van migratie breder door het los te koppelen van een specifieke context. En dat is aardig gelukt want de reacties waren positief!

In het project ´De Grondleggers´ werden Turkse wegenbouwers in de provincie Oost-Vlaanderen geportretteerd. Wat maakte dit project zo interessant?
Dit project ging over een fenomeen dat in Gent en omgeving nogal typisch is. Wanneer de straten daar worden opengebroken om bijvoorbeeld leidingen aan te leggen, gebeurt dit voor bijna tachtig procent door mensen van Turkse origine. Maar waar ze vroeger enkel arbeider waren, daar hebben ze nu de sector grosso modo overgenomen. Ze zijn nu zowel baas als arbeider. Verschillende mensen zijn begonnen als grondwerker en hebben nu een eigen bedrijf. En er worden nog steeds bij voorkeur mensen aangenomen die komen uit de Turkse gemeenschap. Het is vooral zo boeiend omdat iedereen die op straat loopt bekend is met het beeld. Alleen het verhaal er achter kent bijna niemand. New Focus, een jonge vzw (red. vereniging zonder winstoogmerk) met vaak hoog opgeleide mensen van Turkse origine wilde iets doen met dit verschijnsel. We hebben eigenlijk meegedacht over hoe zo´n project opgezet zou kunnen worden. We hebben wat informatie gegeven over interviewtechnieken en nagedacht over het eindresultaat. Er kwam een DVD en een brochure. Wij hebben toen geadviseerd om de DVD op een iets mooiere manier uit te geven. Met het idee dat wanneer je het een beetje aantrekkelijk verpakt, de kans groter is dat het wordt opgepikt en wijder wordt verspreid. En daar waren ze wel voor te vinden. Toen het project afgerond was, hebben ze al het materiaal dat ze hadden gegenereerd tijdens de interviews bij ons depot ingeleverd. Voor ons is dat erg belangrijk. Al die initiatieven genereren materiaal dat maar vanuit één invalshoek gebruikt is, terwijl die interviews en getuigenissen ook vanuit andere vraagstellingen bekeken kunnen worden.

Met de resultaten van de projecten treden jullie op verschillende manieren in de openbaarheid. Is dit publieksmoment belangrijk voor jullie?
Het koppelen van een publiek moment aan een initiatief is zeer belangrijk voor de betrokken gemeenschap zelf. Niet alleen om te laten voelen dat met het materiaal dat er is, werkelijk iets gedaan kan worden wat de moeite is. Het is niet eenvoudig om migrantenverenigingen zelf te overtuigen dat de zorg voor hun eigen materiaal belangrijk is. Dat hun eigen materiaal belangrijk kan zijn. Zeker voor organisaties die nog niet zo lang bestaan. Die zeggen dat ze wel andere dingen te doen hebben. Heel veel migrantenorganisaties zijn bezig met harde thema's als huisvesting, onderwijs en dergelijke zaken. Het zijn de organisaties die al wat langer bestaan die ook bezig zijn met de culturele dimensie. Maar ook binnen de gemeenschap zelf is het publieksmoment belangrijk. Rond een project over veertig jaar Turkse aanwezigheid in Gent hadden we een initiatief op verschillende plekken in de stad. In een Moskee, een bejaardentehuis en een administratief centrum. Tijdens het project kwamen verschillende mensen van de Turkse gemeenschap naar ons toe die zeiden: ´ik heb ook materiaal´. Mensen die de oproep misschien hadden gehoord of gelezen en die zich toen afvroegen: ´is mijn materiaal wel interessant?´ Die zagen bij de tentoonstelling hun buurman hangen in de Turkse bakkerij terwijl ze zelf een veel mooiere foto hadden. Voor de mensen die hun materiaal ter beschikking hebben gesteld is het een erkenning. Voor andere leden van de gemeenschap kan het een eye-opener zijn.

Sinds 2010 maakt het Amsab-ISG onderdeel uit van het CGM. Hoe is deze samenwerking tot stand gekomen?
De samenwerking is eigenlijk via het IISG verlopen. Daar werkten we al jaren mee samen waardoor er goede persoonlijke contacten lagen. Als het IISG een internationaal project of initiatief nam dan waren wij een van de eerste die gepolst wordt om mee te doen. Wij waren toen nog niet zo veel bezig met migratie. Als je naar de scope kijkt van wat voor soort thema's ons soort archieven bewaren, dan is dat in Amsterdam ook breder geworden. Ook migratie hoort oorspronkelijk niet tot hun werkterrein. Dat is er pas vrij recentelijk bijgekomen. Zo hebben we contact gehad met Mila Ernst en Annemarie Cottaar, die hebben we uitgenodigd op studiedagen. Met het stafkaartproject is de projectmatige samenwerking op het gebied van migratie tot stand gekomen. Het idee van de Nederlandse collega´s was om een Europees initiatief op te zetten met verschillende instellingen die met zo´n databank bezig zijn.

Wat is voor volgens jullie de meerwaarde van internationale samenwerking op het gebied van migratiegeschiedenis?
Een onderwerp als migratie is vraagt per definitie om een internationale aanpak. Kijk maar naar de Polen en Italianen die in de eerste helft van de twintigste eeuw hier terecht kwamen. Of ze in het Nederlandse mijngebied, Belgisch Limburg of het Ruhrgebied terecht kwamen was afhankelijk van een grote mate van toeval. Onze nationale grenzen stelden voor hen niets voor. Het is dus ook logisch dat je vanuit dat perspectief naar migratie kijkt. Een degelijk Vlaams-Nederlands platform is dan heel geschikt, om daar vanuit verder te bouwen. De samenwerking op Vlaams-Nederlands niveau moet eigenlijk een opstap zijn om aansluiting te vinden op bestaande projecten en groepen binnen Europa. Ook qua onderzoekspotiontieel liggen daar mogelijkheden. Maar, als historici zeggen wij, eerst moet je bronnen hebben. Dat is ook de reden dat indertijd we gestart zijn met Amsab-ISG, we willen onderzoek doen naar sociale geschiedenis, naar de geschiedenis van arbeidersbewegingen, maar er was niets. Je kunt geen geschiedenis schrijven zonder bronnen. Dat geldt nu nog steeds. Dus dat is onze inbreng in het geheel.

(RdJ)


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM