Namens het Centrum voor Migratierecht, RUN

Centrum voor Migratierecht

Dr. Anita Böcker, Universitair Hoofddocent Rechtssociologie, Centrum voor Migratierecht, Radboud Universiteit Nijmegen
Webpagina RUN

 

 

Contactgegevens
Instituut voor Rechtssociologie
Postbus 9049
6500 KK Nijmegen
a [dot] bockeratjur [dot] ru [dot] nl
0031 (0) 24 3615916

Publicaties
-(met Havinga, T.) (2011). Een eeuw opvang van Europese oorlogsvluchtelingen in Nederland. In: A. Terlouw & K. Zwaan (red.), De tijd in het asielrecht. Deventer: Kluwer, pp. 9-27.
-(met Thränhardt, D.) (2010). Paradoxen en paniekaanvallen. Een vergelijking tussen Duitsland en Nederland. In: E. Ersanilli, M. Kortmann & E. Musch (red.), Over de grens. Integratie(beleid) in Duitsland en Nederland vergeleken (Themanummer Migrantenstudies 16(2), 80-100.
-(met Jones, G.) (2007). De heruitvinding van een competente natie: Parlementariërs over overzeese en nieuwe Nederlanders (1949-2006). In: Centrum voor Parlementaire Geschiedenis (red.), De moeizame worsteling met de nationale identiteit. Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2007. Amsterdam: Boom, pp. 69-84.
-(met Thränhardt, D.) (2006). Multiple Citizenship and Naturalization. An Evaluation of German and Dutch Policies. Journal of International Migration and Integration, 7(1), 71-94.
-(met Toyota, M. & Guild, E.) (2006). Pensioners on the Move: Social Security and Transborder Retirement Migration in Asia and Europe. IIAS Newsletter, 30.
-(met Groot-van Leeuwen, L.E. de) (2007). Ethnic Minority Representation in the Judiciary. Diversity Among Judges in Old and New Countries (Rechtstreeks. The Judiciary Quarterly). Den Haag: Raad van Rechtspraak. (52 p.)
-(met Groenendijk, C.A.) (2000). Haken en ogen van juridische definities. Migrantenstudies, 16(2), 81-86
-(1994, februari 03). Turkse migranten en sociale zekerheid: van onderlinge zorg naar overheidszorg? RU Radboud Universiteit Nijmegen (234 pag.) (Amsterdam: Amsterdam University Press). Prom./coprom.: prof. mr. C.A. Groenendijk & prof. dr. mr. A.K.J.M. Strijbosch

Projecten
-Remigratie en emigratie van ouderen naar Turkije (2009-2010)
-Integratie van immigranten in Duitsland en Nederland (2002-heden)
-Diversiteit van de rechterlijke macht (met prof. L.E. de Groot-van Leeuwen, 2004 - 2006

“De verwachtingen van het migratiebeleid zijn te hoog gespannen”

Anita Böcker is universitair hoofddocent Rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In 1994 promoveerde zij op een proefschrift over Turkse migranten en sociale zekerheid. Centrale thema’s in haar onderzoek zijn recht en de multiculturele samenleving, regulering van migratie, en de juridische en sociale positie van migranten.

Anita is verbonden aan het Centrum voor Migratierecht. Binnen dit centrum wordt door rechtssociologen en juristen samengewerkt en internationaal vergelijkend onderzoek gedaan. Anita maakt deel uit van een Europees netwerk van sociaal-economische experts op het gebied van anti-discriminatie (SEN). Momenteel werkt Anita aan een onderzoek over remigratie en emigratie naar Turkije op oudere leeftijd. Daarnaast begeleidt zij promovendi in een NWO-project over vijftig jaar migratierecht. ‘Het is de vraag wat van grotere invloed is geweest. De onzichtbare hand van de arbeidsmarkt, of de zichtbare hand van het migratiebeleid?’

Anita vertegenwoordigt het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit Nijmegen in het CGM.

Je bent je onderzoekscarrière begonnen met een onderzoek over Turkse migranten. Hoe ben je bij deze groep terecht gekomen?
Als het om minderheidsgroepen gaat hebben Turken mijn speciale interesse. Ik ben er vaak geweest, ik spreek de taal. Al tijdens mijn studie culturele antropologie deed ik een leeronderzoek naar integratie onder Turkse vrouwen in Utrecht. Ik leerde daarvoor Turks en interviewde verschillende werkende en niet-werkende vrouwen. We keken naar de factoren die van invloed zijn op hun beslissing om buitenshuis te gaan werken, en de eventuele effecten op hun integratie en taalkennis. Met integratie bleek het weinig te maken te hebben. Toen ik na mijn afstuderen in Nijmegen aan een project over rassendiscriminatie werkte, kwam ik op het idee om een promotieonderzoek over de sociale zekerheid van Turkse migranten in Nederland te doen. Dat is inmiddels al zo’n 15 jaar geleden. Het is door toeval zo gelopen dat ik bij rechtssociologie terecht kwam. Veel van het onderzoek dat ik doe is nog antropologisch te noemen, gezien de methode: kwalitatief en vaak met open interviews. Binnenkort vertrek ik weer naar Turkije, voor een project over migratie op oudere leeftijd, over remigranten en emigranten.

Je maakt onderdeel uit van het Centrum voor Migratierecht. Wat voor onderzoek vindt er binnen dat centrum plaats?
Toen ik in Nijmegen begon vormde onderzoek naar migratie en minderheden al een belangrijke poot binnen de rechtssociologie hier. Door onderzoekers uit verschillende secties is toen het Centrum voor Migratierecht opgericht. Het was nieuw in zijn interdisciplinaire aanpak. Er zitten juristen bij, maar ook rechtssociologen met uiteenlopende disciplinaire achtergronden zoals historici, sociologen en momenteel ook een Arabist. Veel van het onderzoek dat we doen is internationaal vergelijkend. Een voorbeeld daarvan is het onderzoek dat ik met Dietrich Thränhardt deed, waarin we migratiebeleid en integratiebeleid in Nederland en Duitsland vergeleken. In Nederland werd vanaf de jaren tachtig een minderhedenbeleid gevoerd, in Duitsland bestond zo’n beleid niet. Dat blijkt niet tot slechtere integratie te leiden. Turken in Duitsland werden bijvoorbeeld meer lid van vakbonden, ondernemingsraden. Die integratie binnen instituties lijkt beter tegen discriminatie op de arbeidsmarkt te werken dan de antidiscriminatiewetgeving, die in Nederland uitgebreider was. Het vergelijkende perspectief relativeert het idee dat beleid dat specifiek gericht is op migranten voor de integratie werkt.

Je deed daarnaast onderzoek in opdracht van de Europese Commissie en begeleidt promovendi binnen een NWO-programma. Kun je een indruk geven van het rechtssociologisch onderzoek dat naar migratie wordt gedaan?
In opdracht van de Europese Commissie hebben we een onderzoek naar asielverzoeken in verschillende EU-landen gedaan. We keken naar de factoren die van invloed zijn op waar een asielzoeker terecht komt en zijn asielverzoek indient. In hoeverre kiezen zij zelf het land van bestemming of wordt dit voor hen gekozen, of door toeval of het lot bepaald? Wat is het effect van maatregelen als een visumplicht of een arbeidsverbod, die worden ingevoerd om de toestroom van asielzoekers te beperken? Dat betekende veel statistieken analyseren, maar ook interviews doen. Een ander voorbeeld is een kleiner onderzoek dat ik samen met een collega deed naar de pardonregeling. Onlangs is een NWO-programma afgerond over vijftig jaar migratierecht. Ik begeleidde daarin het onderzoek van Tesseltje de Lange over de regulering van arbeidsmigratie naar Nederland, en het onderzoek van de in 2010 overleden Cathelijne Pool over Poolse migratie naar Nederland. In 2011 is haar proefschrift Migratie van Polen naar Nederland in een tijd van versoepeling van migratieregels postuum verschenen. Zij laat zien hoe er in verschillende periodes met hun migratie werd omgegaan. De eerste Polen die als seizoenarbeiders in de tuinbouw werkten, kwamen vaak binnen als asielzoeker, ook al hadden ze de bedoeling terug te gaan. Ze mochten hier eigenlijk niet werken, maar het werd door de uitvoeringsinstanties gedoogd. Er zijn in de loop der tijd steeds andere regels gaan gelden, zoals na de val van de Muur en na de toetreding tot de Europese Unie. De toelatingsregels zijn in stappen versoepeld. Dat heeft wel tot meer migratie geleid, maar veel Polen keren ook weer terug. Vanwege het vrije verkeer binnen de EU zijn de Polen minder geneigd zich blijvend te vestigen dan de vroegere ‘gastarbeiders’ uit Turkije en Marokko, met wie zij vaak vergeleken worden. Liberalisatie van de migratieregels leidt tot minder blijvende vestiging.

Migratie is zowel in de wetenschap als in het publieke debat een hot topic. Wat is de belangrijkste boodschap van de rechtssociologie op dit vlak?
Dat beleid onbedoelde en zelfs averechtse effecten kan hebben. Zelfs als men geen enorm effect verwacht, wordt dat politiek vaak wel zo gepresenteerd. Ik werk nu aan een lezing over Turkse migratie naar Nederland en Duitsland vanaf 1960. De vraag is wat van grotere invloed is geweest, de onzichtbare hand van de arbeidsmarkt, of de zichtbare hand van het migratiebeleid. Terugkijkend op die periode blijkt dat de effecten van de markt, de onzichtbare hand dus, vaak zichtbaarder zijn dan de effecten van allerlei beleidsmaatregelen. Bovendien zie je dat aanscherpingen in het beleid vaak worden ingevoerd in een periode van laagconjunctuur, en die laagconjunctuur zou er eigenlijk vanzelf al voor zorgen dat de migratie afneemt. Uiteraard werken sommige maatregelen, maar slechts tijdelijk. Soms wordt een maatregel aangekondigd en zie je dan vlak van tevoren een soort piek in het aantal visa of aanvragen. Als de maatregel dan eenmaal is ingevoerd daalt het, maar dan heb je daarvoor al een piekje gehad. Het effect van de meeste beleidsmaatregelen is beperkt. Er zijn ook wel voorbeelden van maatregelen die een groter effect hebben en langer doorwerken. Een visumplicht bijvoorbeeld kan het wel erg lastig maken om naar Nederland te komen.

Het CGM houdt zich vooral bezig met historisch migratieonderzoek. In hoeverre wordt er binnen de rechtssociologie met een lange termijn perspectief gewerkt?
Omdat het Centrum voor Migratierecht op zichzelf geen historisch centrum is, heeft de samenwerking met het CGM een belangrijke netwerkfunctie. Die samenwerking is tot stand gekomen via Kees Groenendijk, nu emeritus hoogleraar rechtssociologie. Mijn eigen onderzoek is niet altijd even historisch. Vijftig jaar terug in de tijd is voor mij eigenlijk al lang. Bijvoorbeeld mijn collega Betty de Hart kijkt veel verder terug in de tijd, met haar onderzoek naar gemengde huwelijken en nationaliteitsrecht. Het belang van die historische component ben ik steeds meer in gaan zien. In 1986 begon ik te werken en hoe langer je meedraait hoe duidelijker dat wordt. Je ziet dezelfde discussies terugkomen. Het collectieve geheugen is heel kort. Onlangs hebben we vergeleken hoe Nederland in drie verschillende periodes oorlogsvluchtelingen heeft opgevangen: vluchtelingen uit België tijdens de Eerste Wereldoorlog, displaced persons na de Tweede Wereldoorlog, en Bosniërs en Kosovaren in de jaren negentig, Dan zie je hoe vroeger het particulier initiatief heel belangrijk was en hoe nu meer overheid en organisaties die rol op zich hebben genomen, zoals Vluchtelingenwerk. De instellingen waken voor structurele en kwalitatieve zorg, maar schermen mensen tegelijk af van de samenleving.

Hoe denk je dat het publieke debat zich de komende jaren zal ontwikkelen en in hoeverre bepaalt dat jouw onderzoeksagenda?
Het huidige migratiedebat is erg paradoxaal. Twintig jaar terug waren wij erg trots op ons minderhedenbeleid. Beleidsnota’s op het gebied van integratie werden zelfs in het Engels vertaald voor het buitenland, om van het Nederlandse voorbeeld te leren. Maar juist toen was de positie van minderheden beroerd, er was sprake van oplopende werkloosheid. In de tijd dat ik mijn promotieonderzoek deed – over de sociale zekerheid van Turkse migranten – was de helft van mijn respondenten langdurig werkloos. Juist rond de millenniumwisseling werd dit een stuk beter, en toen begonnen de zorgen over integratie. Dat toont volgens mij de grote kloof tussen debat en werkelijkheid. Hetzelfde geldt voor de sceptische reacties op het rapport van de Commissie Blok, die het minderhedenbeleid onderzocht. Wat betreft mijn eigen onderzoek, werk ik nu aan een project over remigratie en emigratie van ouderen naar Turkije. Voor mij blijven interviews daarbij de beste methode. Het laat meer het perspectief van de mensen zelf zien. Dan zie je dat er een vertaalslag heeft plaatsgevonden. Zij verwoorden de dingen anders dan in de wet of de beleidsnota’s staat. Je ziet dan de dagelijkse uitwerking van het beleid. Bovendien wordt duidelijk hoe mensen restricties en maatregelen omzeilen.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM