Namens KADOC-K.U.Leuven

KADOC-K.U.Leuven

Dr. Peter Heyrman (hoofd onderzoek KADOC) en Karim Ettourki (onderzoeksmedewerker KADOC)
Website KADOC-K.U.Leuven





Contactgegevens
Peter Heyrman
Vlamingenstraat 39
B-3000 Leuven
postmasteratkadoc [dot] kuleuven [dot] be
Tel. 0032 16 32 35 00
Fax 0032 16 32 35 01

Publicaties
-H. Byls, "Blijft Vlaamsch in uwe spraak en Vlaamsch in uwe zeden. Het Werk der Vlamingen te Parijs (1862-1894)", Trajecta, 14, 2005, p.309-332.
-H. Byls, “Adieu à la Patrie”. Vlaams/Belgische migranten in Noord-Frankrijk en Parijs (1850-1960)” in Kadoc Nieuwsbrief, mei-juni, 2008, p. 8-11.
-K. Ettourki, "Grenzeloos boeiend. Studiedag over migranten-organisaties en hun erfgoed". KADOC- nieuwsbrief, 2011/2, p. 15-20.
-K. Ettourki en P. Creve, "Vreemd van Ver, Prospectie en registratie van het erfgoed van het migrantenmiddenveld"META, Tijdschrift voor Bibliotheek en Archief, 2011,2, p.  8-13.
-K. Ettourki en P. Creve, " Enkele ervaringsdeskundigen archiefwerking reageren"  FARO, Tijdschrift voor Cultureel Erfgoed, 2011,1, 16-18.
-I. Goddeeris en R. Hermans, Vlaamse migranten in Wallonië (Leuven, 2011)

Projecten
-Religie, cultuur en alteriteit. Vlaams/Belgische migranten in Noord-Frankrijk en Parijs (1850-1960) (FWO Vlaanderen 2008-2012) onderzoeksmedewerker drs. Henk Byls
-Stafkaart van het migrantenmiddenveld en zijn erfgoed in Vlaanderen en Brussel, 1830-heden (FWO Vlaanderen 2008-2009; Vlaamse Gemeenschap, ontwikkelingsgericht cultureel-erfgoedproject 2010-2012); onderzoeksmedewerker Karim Ettourki; i.s.m. Amsab-ISG
-Vlaamse migranten in Wallonië (Provincie Oost-Vlaanderen, Museum van de Vlaamse Sociale Strijd, 2009-2011); onderzoeksmedewerker Roeland Hermans
-Towards a historical database of migrant organisations in Europe (Universiteit Leiden, o.l.v. Leo Lucassen)
-Grenzeloos Boeiend. Vlamingen in Noord-Frankrijk (1750-1960) migratie en inculturatie (Vlaamse Gemeenschap, internationaal erfgoedproject, 2006-2007)

"De Vlamingen herinneren aan hun eigen migratieverleden"

In gesprek met Dr. Peter Heyrman (hoofd onderzoek KADOC) en Karim Ettourki (onderzoeksmedewerker KADOC):

KADOC is in 1976 opgericht als interfacultair centrum van de K.U. Leuven. Als erkende landelijke erfgoedinstelling ontplooit het centrum een werking op drie centrale assen. In de eerste plaats de erfgoedbewarende as. KADOC is een belangrijke Vlaamse culturele archiefinstelling en erfgoedbibliotheek met een ruim aanbod aan zowel materiële als immateriële erfgoedgehelen, publicaties, mondelinge en andere audiovisuele bronnen.

De tweede belangrijke as is het multidisciplinaire onderzoek dat wordt gedaan binnen KADOC. Het centrum stimuleert studiewerk door derden, maar heeft ook een eigen onderzoeksagenda, toegespitst op de wisselwerking tussen religie, cultuur en samenleving vanaf het midden van de 18de eeuw. Tot slot functioneert KADOC als expertisecentrum en als dienstverlenende schakel tussen de onderzoekswereld, de erfgoedsector en de brede samenleving.

Sinds lange tijd bezit KADOC een grote expertise en vertrouwdheid met het thema migratie. Zowel op het gebied van onderzoek als wat betreft de ondersteuning van migrantenorganisaties en hun erfgoedzorg werden er in de afgelopen jaren verschillende initiatieven opgezet en partnerschappen gevormd. "Migrantenorganisaties stellen het op prijs dat er vanuit de Vlaamse samenleving en erfgoedinstellingen interesse groeit voor hun geschiedenis en materiaal¨.

Het KADOC is een erfgoed- en onderzoeksinstelling waarin de wisselwerking tussen religie, cultuur en samenleving centraal staat. Heeft het thema migratie altijd onderdeel uitgemaakt van jullie onderzoeksfocus?
In de erfgoedcollecties die hier zijn ondergebracht en worden ontsloten, bv. de archieven van vakbonden, komt migratie en het leven van migrantengemeenschappen in Vlaanderen herhaaldelijk aan bod. Veel van onze oudere onderzoeksprojecten behandelden thema's die hiermee in verband staan, bv. over interculturele en interreligieuze ontmoetingen in de katholieke missies. Maar ook in ons sociaal- en politiek historisch onderzoek over het interbellum en de negentiende eeuw kwam de interactie met specifieke migrantengemeenschappen al herhaaldelijk aan bod. Pas in de laatste jaren groeide migratie uit tot een afzonderlijke onderzoekslijn met een aantal specifieke projecten.

Hebben jullie vanuit jullie katholieke wortels een bijzondere interesse voor de religieuze aspecten binnen het migratiethema?
Onze collectie en ons onderzoek hebben zich nooit beperkt tot de 'catholica'. Ons feitelijk themaveld was altijd breder, onze werking richt zich op de interactie tussen religie, cultuur en samenleving. We stelden vast dat in het historisch migratieonderzoek de factor religie misschien wat onderbelicht bleef. Als die al niet volledig afwezig was. Maar we merkten wel dat daar een belangrijk verhaal te vertellen was. Daarom hebben we ook een aantal specifieke projecten opgezet. We stellen o.m. de vraag naar het belang van religie als identiteitsvormende en –bevestigende factor binnen historische migratiegemeenschappen. Een van die projecten bv. bestudeert de Vlaamse migranten die in de 19de en 20ste eeuw naar Noord-Frankrijk en Parijs trokken. Veelal wordt aangenomen dat zij in hun geloofsovertuiging een gemeenschapsvormend instrument vonden, een eigen identiteit binnen de gelaïciseerde Franse samenleving. Vanuit het thuisland Vlaanderen werden initiatieven opgezet om hen daarbij te ondersteunen en te omkaderen. Ondanks al die inspanningen zou de Vlaamse migrantengemeenschap in Frankrijk relatief snel transparant worden. Het doet ons vragen stellen naar de relatieve impact van die (religieuze) omkaderingsinitiatieven, maar het leert ook veel over de relativiteit van grenzen, de beeldvorming over en door migranten, hun vaak amorfe identiteiten, het samenspel tussen religie, ruimte en nationalismen, enzovoort.

In de tentoonstelling en het boek ´Vlaamse migranten in Wallonië, 1850-2000´ richten jullie je op de migratiestromen binnen België. Waarom is gekozen voor deze casus?
We hanteren geen enge definitie van migratie. Binnen het thema migratie valt voor ons zowel immigratie als emigratie. De titel van het project 'Vlaamse migranten in Wallonië' is bewust wat confronterend gekozen. Vanaf de 19de eeuw gingen Vlamingen werken in de Waalse industrie. Later vestigden ze zich daar ook als landbouwer. Vroeger deden we al onderzoek naar de Vlaamse seizoensarbeiders die op de Waalse en Franse velden gingen werken. Het gaat dus over migranten(gemeenschappen) die niet echt een staatsgrens overschrijden maar zich wel in een andere en vreemde, zowel linguïstisch als cultureel, omgeving vestigen. De processen die deze groepen hebben doorgemaakt vertonen merkwaardige parallellen met het verhaal van de nieuwkomers in de Vlaamse samenleving na de Tweede Wereldoorlog. Het gaat dan over de creatie en evolutie van identiteiten, assimilatiedruk maar ook over (negatieve) beeldvorming en de interactie met zowel de nieuwe context als het thuisfront. Dat alles merk je ook bij hedendaagse migrantengemeenschappen in Vlaanderen maar ook bij de Vlaamse migrantengemeenschappen die zich in de 19de en 20ste eeuw in Frankrijk hebben ontwikkeld. Of bij andere expat-communities, bijvoorbeeld de Vlamingen in Noord-Amerika. Dat maakt het verhaal van de Vlamingen in Wallonië zo leerzaam. Het was bovendien een casus die naar het grote publiek lange tijd onderbelicht is gebleven. Naast de publicatie werd ook een prachtige tentoonstelling gerealiseerd. Afgelopen jaar heeft die in Gent gestaan, en binnenkort (april 2012) zal die ook in Wallonië worden getoond, in het industrieelarcheologisch complex Le Grand Hornu. Van onze studie verschijnt bovendien een Franstalige editie. Zo brengen we ook over de taalgrens dat onderdeel van het gedeelde Vlaamse/Waalse verleden voor het voetlicht.

In het project ´Stafkaart van het migrantenmiddenveld´, dat jullie samen met Amsab-ISG uitvoeren, is een belangrijk onderdeel het geven van advies en ondersteuning aan migrantenorganisaties op het gebied van erfgoedbeheer. Wat houdt dit precies in?
Met dit project willen we vooral in kaart brengen wat die organisaties bewaren en wat hun noden zijn aangaande erfgoedzorg. We trachten hen ter plekke aangepaste vorming en opleiding aan te bieden. Dat ligt in de lijn van de traditionele expertise van KADOC en Amsab-ISG, het erfgoed van middenveld, de zelforganisaties. Samen met onze projectpartner moesten we immers vaststellen dat we tot nu toe het migrantenmiddenveld ietwat hadden verwaarloosd. Nochtans hebben sommige verenigingen al een lange geschiedenis en bewaren ze belangrijke erfgoedgehelen. Voor ons werd het dus hoog tijd om met die zelforganisaties partnerschappen te smeden en hen nadrukkelijker te ondersteunen. Ons doel daarbij is niet om al hun materiaal te centraliseren in onze magazijnen maar wel om hen te helpen, te sensibiliseren, hen bewust te maken van het feit dat we er zijn, dat de wetenschappelijke interesse voor hun geschiedenis reëel is. Ze weten nu dat ze een beroep kunnen doen op onze diensten. De eerste reactie bij veel verenigingen is vaak: ´Bestaat er zoiets dan, instellingen die archieven bewaren?´ Maar nadat zij kennis met ons hebben gemaakt, gaat er bij hen toch vaak een belletje rinkelen. Dat ze inderdaad wat te bewaren hebben en dat ze hun materiaal niet weg hoeven te gooien, dat ze er veel mee kunnen doen. Ze vinden het ook fijn om te zien dat er vanuit de Vlaamse samenleving interesse is voor hun geschiedenis en bronnenmateriaal. Dat vinden ook wij erg belangrijk. Dat er bruggen worden gebouwd tussen de migrantenorganisaties en de Vlaamse erfgoed- en onderzoekssector. In wezen zijn onze rol en hun reactie weinig verschillend met wat we voorheen met het klassieke middenveld hebben meegemaakt. Ook hen moest je leren wat een archief is, waarom het belangrijk was om spullen zorgzaam te bewaren, hoe je geschiedenis en erfgoed op een eigentijdse wijze aan het brede publiek kan tonen. Archieftechnisch zijn er weinig verschillen: het is vaak hetzelfde materiaal als dat van traditionele zelforganisaties. Het vraagt dezelfde zorg. Inhoudelijk zijn er natuurlijk verschillen en ook wat betreft taal en ontsluiting moeten soms kapen worden gerond.

KADOC is betrokken bij zowel publieksgerichte als onderzoeksprojecten. Hoe staat dit tot elkaar in verhouding?
Wij doen zowel fundamenteel onderzoek, individueel en collectief, als toepassingsgerichte projecten en we geloven dat deze twee polen elkaar kunnen bevruchten. Vaak leiden toepassingsgerichte projecten tot een publicatie, bijvoorbeeld in combinatie met een tentoonstelling. Daaruit groeien dan weer fundamentele studietrajecten. Maar ook de fundamenteel verworven onderzoeksresultaten, bv. doctorale proefschriften, proberen we altijd op een adequate wijze naar de brede samenleving te vertalen. Een mooi voorbeeld is wat we rond de Vlamingen in Noord-Frankrijk gedaan hebben. Daar zijn we gestart met een toepassingsgericht project, waarbij we een register hebben opgemaakt van archieven en andere erfgoedcollecties in Noord-Frankrijk die informatie bevatten over die Vlaamse migranten daar. Op basis van dat publieksgerichte initiatief is uiteindelijk een fundamenteel project gegroeid, het proefschrift dat Henk Byls momenteel finaliseert. Zijn expertise versterkte dan weer de resultaten van het publieksgerichte project 'Vlamingen in Wallonië'.

Proberen jullie ook een bijdrage te leveren aan het publieke debat over migratie?
We blijven in de eerste plaats historici. We bekijken het fenomeen migratie door een historische bril en brengen een wetenschappelijk verhaal. Maar de conclusies die we formuleren, naar aanleiding van bijvoorbeeld het onderzoek naar de Vlamingen in Wallonië, bevatten voldoende aanknopingspunten voor hen die betrokken zijn bij het contemporaine debat. Naast de hoofdtentoonstelling in Gent over dit onderwerp realiseerden we ook een fototentoonstelling in Leuven waar de hedendaagse migrantenorganisaties in Vlaanderen centraal stonden. Een soort simultane tentoonstelling dus die bv. duidelijk maakte dat ook het verenigingsleven van migranten vandaag zich organiseert rondom religie, cultuur en taal. Het project bood misschien ook een spiegel aan zij die vandaag betekenis trachten te geven aan hun relatie met de migrantengemeenschappen. Door Vlamingen te herinneren aan hun eigen migratieverleden, maak je inderdaad heel wat dingen los.

Betekent de aansluiting bij het CGM dat jullie migratiegeschiedenis meer in internationaal perspectief willen bestuderen?
Migratiegeschiedenis is per definitie internationaal georiënteerd: het stopt niet aan de grenzen. Er zal altijd wel vraag zijn om vanuit een specifiek nationaal of regionaal perspectief naar migratieprocessen of migrantengemeenschappen te kijken. Of om te onderzoeken hoe een specifieke migrantengemeenschap interageerde met een bijzondere regio. Maar voor een goed begrip van die wisselwerking moeten we een breder, comparatief perspectief mogelijk maken, moeten specifieke historische realiteiten en processen worden geconfronteerd met die in andere contexten. Migrantengemeenschappen kunnen bezwaarlijk als op zich staande entiteiten worden bekeken. Veel van hun organisaties zijn verankerd in internationale netwerken. Om al die redenen moet het Vlaamse migratieverhaal in een breder (Europees) comparatief perspectief worden geplaatst. Dat is erg belangrijk voor ons. Nagenoeg alle KADOC-projecten hebben immers een internationaal-vergelijkende invalshoek. Voor de rol van de factor religie in geschiedenis van migratie en interculturele ontmoeting is –denk ik- geen andere weg te volgen. Het is voor KADOC  cruciaal om mee te helpen bouwen aan verbanden die internationaal vergelijkend onderzoek aangaande dit thema gaan verrichten. En het CGM is daarvoor, denk ik, een evidente partner.

Zowel het academische als het publieke debat over migratie zal voorlopig nog niet verstommen. Wat zijn nationale en internationale toekomstplannen?
Er staan momenteel verschillende plannen in de steigers. Onze expertise op het gebied van systematische registratiecampagnes van erfgoed en verenigingen willen we graag in internationaal perspectief valoriseren. We ondersteunen daarom de plannen voor het ontwikkelen van een internationale gegevensbank over zelforganisaties van migranten en hun erfgoed. Ook de ondersteuning die we vandaag bieden aan het Vlaamse migrantenmiddenveld, willen we in de toekomst continueren en verankeren in onze reguliere werking. De ontsluiting van dat erfgoed dient in een internationaal raamwerk te worden aangevat. Daarnaast willen vanuit onze centrale invalshoek, het samenspel van religie, cultuur en samenleving, verder onderzoeksinitiatieven ontplooien aangaande migratiegeschiedenis. Daarbij komen zowel bewegingen van en naar Vlaanderen in het vizier. Verder blijft voor ons de geschiedenis van het 'kijken naar de andere' bijzonder interessant, zeker wanneer dit gebeurt in een door religie beïnvloede context. Zo gaat KADOC deelnemen aan een project waarin de beeldvorming van de niet-christen in de katholieke religieuze kunst centraal staat. De wijze waarop 'de ander' wordt geconstrueerd of 'geframed' geldt vaak  als een articulatie of bevestiging van de eigen identiteit van een gemeenschap. Met zo'n onderzoek verlaten we vanzelfsprekend de strikte migratiegeschiedenis om te belanden op andere domeinen, bv. die van interculturele en  interreligieuze ontmoeting. Zo plannen we verder onderzoek naar de wijze waarop in voorgaande eeuwen missiegebieden en de gemissioneerde bevolking werden voorgesteld aan het Vlaamse thuisfront. Je zou versteld staan van de parallellen tussen die constructies en sommige mechanismen die bv. vandaag de interactie tussen nieuwe en oude Vlamingen sturen.

(RdJ)


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM