Postkoloniale migranten

HBM,repatriering,Schrieder02

In 2005 startte het onderzoek ‘Bringing history home’, over de wisselwerking tussen de politiek rondom de identiteit van postkoloniale migranten de reacties van de Nederlandse samenleving.

Projectbeschrijving

Het IISG, het KITLV en het Meertens Instituut verwierven begin 2005 een NWO-subsidie voor een driejarig een onderzoek naar postkoloniale migranten: Bringing history home: Postcolonial Identity Politics in the Netherlands. Dit project richt zich op de wisselwerking tussen de politiek rondom de identiteit van postkoloniale migranten, de reacties van de Nederlandse samenleving en de doelen die daarbij worden gebruikt. Hoewel er aanzienlijke verschillen bestaan tussen de afzonderlijke postkoloniale migrantengemeenschappen, een heterogeniteit die in de ontvangende samenleving lang is genegeerd, vormt juist het gemeenschappelijke koloniale verleden een instrument voor de hedendaagse politieke manifestatie van deze groepen.

'Bringing History Home' draait om de constructie en het strategische gebruik van dergelijke postkoloniale identiteiten, zowel in het kader van sociale integratie en mobiliteit als in de pogingen om een eigen plek te creëren in de Nederlandse politiek. Het project bestaat uit drie deelonderzoeken.

Het IISG (Ulbe Bosma) onderzoekt de sociaal-economische arena en kijkt naar de organisaties van koloniale migranten. Er wordt een systematisch overzicht gemaakt van alle formele en informele, religieuze en sociaal-economische organisaties. Uiteindelijk moet een analyse van de database onder meer zichtbaar maken in hoeverre deze organisaties afhankelijk waren van overheidssubsidie en in welke mate zij de Nederlandse politiek konden beïnvloeden.

Een tweede onderzoek, uitgevoerd door het KITLV (Erna Kerkhof), richt zich op de politieke arena. Aanvankelijk integreerden koloniale migranten vrij geruisloos in de samenleving. Na verwijten over wangedrag van Nederland in de koloniale periode en culturele trauma's bij de koloniale migranten nam de organisatie toe en traden migranten meer naar buiten. De centrale vraag is wanneer en hoe het koloniale verleden expliciet werd ingezet om eisen en wensen te rechtvaardigen. De studie richt zich niet alleen op het slavernijdebat, maar ook op bijvoorbeeld de acties van Molukkers en de uittocht van Surinamers in de jaren zeventig.

Het derde onderzoek gebeurt op het Meertens Instituut (Lizzy van Leeuwen) en concentreet zich op de culturele aspecten van identiteitspolitiek. Grote etnische festivals zoals de Pasar Malam van de Indische Nederlanders en de zomerfestivals van Creoolse Surinamer, Hindoestaanse Surinamers en Antillianen bieden een uitstekende gelegenheid voor onderzoek naar de constructie en werking van etnische identiteit. Dergelijke festivals geven de deelnemers een gevoel van thuiszijn: zij versterken de onderlinge eenheid en solidariteit, gebaseerd op het gemeenschappelijke land van herkomst. Voor de buitenwereld zijn de festivals een teken van de groeiende culturele en politieke betekenis van deze migrantengroepen. In hoeverre en op welke manier waren de festivals een strategisch instrument om de postkoloniale identiteit van de betreffende migrantengroep te versterken?


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM