Uitgebreid zoeken

Aandeel van binnen- en buitenlandse migranten op de Amsterdamse bevolking 1626-2008

Aandeel van binnen- en buitenlandse migranten op de Amsterdamse bevolking 1626-2008

Op grond van verschillende historische bronnen kunnen we een verantwoord beeld krijgen van het aandeel buitenlanders - mensen die buiten Nederland zijn geboren - op de Amsterdamse bevolking. Voor de 17e en 18e eeuw hebben we bijvoorbeeld ondertrouwaktes, d.w.z. verklaringen van mensen die op het gemeentehuis aangeven te gaan trouwen. Op die aktes werd de geboorteplaats van de huwelijkspartners genoteerd. Voor Amsterdam zijn die gegevens vrijwel compleet bewaard. Daarmee kunnen we dus het aandeel buitenlanders op de totale bevolking berekenen. Voor de 19e en 20e eeuw zijn er nationale statistieken over de samenstelling van de bevolking. Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Gemeente Amsterdam deze gegevens ook zelf verzameld. Op grond van al deze bronnen zien we dat het aandeel buitenlanders in het tweede kwart van de 17e eeuw hoger lag dan aan het begin van de 20e eeuw. Let wel, we hebben het hier over de eerste generatie, niet over hun in Amsterdam geboren kinderen. Deze percentagens geven dus niet het aandeel ‘allochtonen’ aan, want die definitie omvat ook de kinderen (en soms kleinkinderen) van migranten. Hier gaat het alleen om de nieuwkomers zelf. Overigens hebben zich, met name vanaf 1960, grote verschuivingen voorgedaan binnen de categorie ' buitenlanders' . Tot het midden van de 20e eeuw waren het vooral Noren, Zweden, Zuidelijke Nederlanders en vooral Duitsers die hier naartoe kwamen. In de tweede helft van de 20e eeuw is door de dekolonisatie (Indische Nederlanders en Surinamers), de werving van gastarbeiders (m.n. Turken en Marokkanen) en de voortgaande globalisering het aandeel Amsterdammers met wortels in andere delen van de wereld sterk toegenomen.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM