Uitgebreid zoeken

Aandeel van in het buitenland geborenen op de Nederlandse bevolking (1600-2010)

Aandeel van in het buitenland geborenen op de Nederlandse bevolking (1600-2010)

Bekijk een grotere versie van deze tabel (.pdf)
Tabel overgenomen uit: Winnaars en verliezers / Leo Lucassen & Jan Lucassen

Op grond van verschillende historische bronnen kunnen we een goed beeld krijgen van het aandeel buitenlanders - mensen die buiten Nederland zijn geboren - op de Nederlandse bevolking. Voor de 17de en 18de eeuw baseren we ons op de zogenaamde ondertrouwaktes, verklaringen van mensen die op het gemeentehuis aangeven te gaan trouwen. Op die aktes werden ook de geboorteplaats van de huwelijkspartners genoteerd, zowel binnen als buiten Nederland. Voor veel steden zijn die gegevens vrijwel compleet bewaard. Ze stellen ons in staat het aandeel buitenlanders op de totale bevolking te berekenen. Voor de 19de en 20ste eeuw zijn er nationale statistieken over de samenstelling van de bevolking. Op grond van al deze bronnen kunnen we constateren dat het aandeel buitenlanders in de 17de eeuw bijna net zo hoog lag als aan het begin van de 21de eeuw. Let wel, we hebben het hier over de eerste generatie en niet over hun in Nederland geboren kinderen. Deze percentagens geven dus niet het aandeel ‘allochtonen’ aan. Die definitie omvat ook de kinderen (en soms kleinkinderen) van migranten. Hier gaat het alleen om de migranten zelf. Tot slot mag duidelijk zijn dat er zich in de loop van de tijd, met name vanaf 1960, grote verschuivingen hebben voorgedaan binnen de categorie buitenlanders. Waren het tot midden 20e eeuw vooral Duitsers, Zuidelijke Nederlanders en Scandinaviërs, in de tweede helft van de 20e eeuw is door de dekolonisatie (Indische Nederlanders en Surinamers), de werving van gastarbeiders (met name Turken en Marokkanen) en de voortgaande globalisering het aandeel van Nederlanders met wortels in andere delen van de wereld sterk toegenomen.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM