Uitgebreid zoeken

Vreemdelingenwet 1849

Vreemdelingenwet 1849

In de Vreemdelingenwet van 1849 werd voor het eerst wettelijk vastgelegd welke vreemdelingen Nederland mochten binnenkomen en wie ongewenst was. Volgens deze Vreemdelingenwet moest iedereen die beschikte over een geldig paspoort (met visum) en over voldoende middelen van bestaan toegelaten worden. Ook vreemdelingen die niet beschikten over een paspoort of geld hoefden niet weggestuurd te worden. Als ze er betrouwbaar uitzagen en voldoende mogelijkheden hadden om werk te vinden mochten ze de grens over. Er was in Nederland vaak voldoende werk en het was niet de bedoeling om buitenlandse seizoenarbeiders en andere arbeidsmigranten tegen te houden. Vreemdelingen zonder bestaansmiddelen konden echter volgens de wet worden uitgezet.
De Vreemdelingenwet werd nauwelijks nageleefd en heeft niet zo veel effect gehad. Toch is de wet van kracht gebleven tot 1967, toen de nieuwe Vreemdelingenwet in werking trad.

Vreemdelingenwet 1849
Staatsblad 1849, nummer 39


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM