Uitgebreid zoeken

Turkije

Turkije

De migratie van Turken naar Nederland kwam in de tweede helft van de 20ste eeuw op gang. Eerst vanwege economische motieven, later door de politieke omstandigheden in Turkije. Naar Duits voorbeeld ging ook Nederland in de jaren '60 op zoek naar arbeidskrachten in Turkije. Vele duizenden jonge mannen werden geworven voor werk in Nederlandse bedrijven. De pioniers waren gastarbeiders die in het midden van de jaren '60 in Nederland arriveerden. Later werden zij gevolgd door hun familieleden. Nadat halverwege de jaren '70 de periode van werving in Nederland was afgesloten, verzochten enkele duizenden Turken om toelating als vluchteling. Dit waren groepen christenen en Koerden, beide afkomstig uit Zuidoost-Turkije.  Zowel Turkse Koerden als christenen stuitten op een afwijzende Nederlandse overheid. Jarenlange, vaak ingewikkelde procedures, waren het gevolg. Slechts na lang wachten en inschakeling van media en actiegroepen kregen zij permanente toelating. Tegenwoordig wonen er ongeveer 378.000 Turken in Nederland.

De huidige Turkse landsgrenzen werden na de Eerste Wereldoorlog bepaald. Daarvoor was Turkije onderdeel van het enorme Ottomaanse Rijk. Binnen dit Rijk was migratie gewoon. Ook was er veel migratie tussen het oostelijke deel van Europa en het Ottomaanse Rijk. Onder leiding van Mustafa Kemal (Atat├╝rk) werd Turkije onafhankelijk in 1923. Het werd een seculiere staat met overwegend moslims, maar ook een aantal minderheidsgroepen. Zo woonden in het oosten veel christenen en in het zuidoosten veel Koerden. Na de tweede wereldoorlog ontstond grote werkloosheid in Turkije op het platteland en in de steden. Dit leidde tot veel emigratie, vooral naar West-Europa.

Gastarbeiders uit Turkije: Tussen 1960 en 1973 kwamen 65.000 Turkse migranten naar Nederland. Zij waren vooral afkomstig uit het Midden en Zuidoosten van Turkije, waar veel werkloosheid heerste. Lees meer

Koerden uit Turkije: Vanaf midden jaren '60 verlieten Turkse Koerden Oost-Turkije om in Nederland als gastarbeider aan de slag te gaan. Lees meer

Turkse christenen: Tussen 1976 en 1983 vroegen ongeveer 3.100 Turkse christenen, zowel Armenen als Syrisch Orthodoxe christenen, asiel aan in Nederland. Lees meer

Migratiecijfers: Lees meer

Tussen 1960 en 1973 kwamen 65.000 Turkse migranten naar Nederland. Zij waren vooral afkomstig uit het Midden en Zuidoosten van Turkije, waar veel werkloosheid heerste. Ook Yasar ging naar Nederland om geld te verdienen. Voordat hij in 1963 in Tilburg als houtbewerker aan de slag ging, werkte hij in verschillende Turkse fabrieken en had hij een baan als taxichauffeur in Istanbul. Op een zeker moment besloot hij, zoals zovelen van zijn generatiegenoten, naar het buitenland te gaan. Hij had het volgende beeld voor ogen: "Een paar jaar werken in het buitenland, hard en sober leven zogezegd, om met het gespaarde geld een nieuwe Chevrolet te kopen." Anderen werden vooral getrokken door het avontuur. Zo ging Huseyin niet naar Nederland om de kost te verdienen of om veel geld te sparen: "Ik was jong en ik was nogal avontuurlijk ingesteld. Het was het avontuur dat me trok. Het idee om te gaan was ge├»nspireerd op een kennis die bij een bureau werkte dat mensen uitzond naar Europa." De meeste Turken gingen aan de slag in Duitsland, dat al in 1960 actief Turken begon te werven. Maar ook in andere Europese landen kwamen veel Turken terecht, waaronder Nederland.

Turan G├╝l, gastarbeider en columnist: Turan G├╝l (1940-1997) kwam in 1971 via Frankrijk naar Nederland om bij Bruynzeel in Zaandam te gaan werken. Lees meer

Vanaf midden jaren '60 verlieten Turkse Koerden Oost-Turkije om in Nederland als gastarbeider aan de slag te gaan. Nog altijd wonen zij vooral in die gebieden waar in de jaren '60 en '70 arbeidsintensieve industrie geconcentreerd was, namelijk Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en de steden in Twente en Midden-Brabant. Nu zijn er ongeveer 45.000 Turkse Koerden in Nederland. Nadat het niet meer mogelijk was als gastarbeider tot Nederland toegelaten te worden, vroegen honderden Koerden asiel aan. Zij stelden dat het in Turkije onmogelijk was hun cultuur uit te dragen. De problemen namen toe nadat de Koerdische arbeiderspartij PKK in 1984 de Turkse Staat de oorlog verklaarde. Het geweld tussen de PKK en de Turkse staat leidde tot de verwoesting van veel dorpen en duizenden Koerden werden gedwongen te vluchten. De Nederlandse staat erkende niet dat Koerden vluchtelingen waren omdat zij werden gediscrimineerd. Dit juridische geschil mondde uit in ellenlange juridische procedures. Bekend zijn de hongerstakende Koerdische dienstweigeraars. Ondanks veel protest werd een enkeling toch uitgezet. De in Nederland wonende Koerden leggen niet alleen de nadruk op de Koerdische cultuur, maar zij zijn ook in de politiek actief. In 1995 richtten politiek betrokken Koerden het Koerdische Parlement in Ballingschap op.

Tussen 1976 en 1983 vroegen ongeveer 3.100 Turkse christenen, zowel Armenen als Syrisch Orthodoxe christenen, asiel aan in Nederland. Spanningen met Koerden in Tur Abdin en het ontbreken van effectieve bescherming door de Turkse autoriteiten hadden hen naar Duitsland, Nederland en vooral Zweden doen vluchten. In Nederland kwamen deze Turkse christenen overwegend in Twente terecht. Zij trokken in bij de tientallen geloofsgenoten die in de tien jaar daarvoor als gastarbeiders naar Nederland waren gekomen. Nog altijd woont deze gemeenschap geconcentreerd in de regio. Zij kwamen uit Tur Abdin, een klein gebied in Zuidoost-Turkije. Velen van hen waren familie of dorpsgenoten die elkaar naar Nederland volgden. Nederland keurde asielaanvragen van deze migranten niet onmiddellijk goed. De overheid was bang dat de Turkse christenen banen van de lokale bevolking zouden 'inpikken'. Ook wilde zij voorkomen dat er nog meer Turken naar Nederland kwamen. Na vaak jarenlang procederen kregen veel Turkse christenen een humanitaire status. Een vluchtelingenstatus kregen zij niet, omdat zij volgens Justitie niet werden vervolgd door de overheid. Door het bezetten van kerken wisten Turkse christenen de publieke opinie succesvol te be├»nvloeden. Zij werden bekend als de ÔÇśkerkturkenÔÇÖ en kregen vooral vanuit kerkelijke hoek steun.

Sadik Yemni (Istanbul 1951) kwam midden jaren zeventig naar Nederland om te studeren. Maar het liep anders, want in Amsterdam zou hij uitgroeien tot schrijver. Hij zette daar zijn eerste verhalen op papier, werd er vader en veel van zijn romans spelen zich er af. Alleen heeft hij nooit echt vriendschap met Nederlanders weten te sluiten, ondanks zijn open karakter. Wel heeft hij de hoofdstad in zijn hart gesloten. Als variant op de beroemde uitspraak van president John F. Kennedy zei hij ooit: ÔÇťIch bin ein Amsterdammer.ÔÇŁ De stad heeft hem nooit laten voelen dat hij er niet bij hoort. Hij heeft er vele banen gehad en in vrijwel elke wijk gewoond, zelfs in een kraakpand. Overal ontmoette hij vriendinnen, kwam hij in caf├ęs en op sportscholen. Hij bracht vooral ontelbare avonden door in de bioscoop, want van jongs af was hij verslingerd aan (westerse) films. De Amerikaanse acteur Marlon Brando beschouwde hij als een rolmodel. Amsterdam is de stad van zijn volwassenheid. Meer dan het wereldse Izmir, de Turkse stad waar hij opgroeide, is de hoofdstad hem altijd welgezind geweest. Als het om taal en cultuur gaat, is hij Turkser dan ooit. Maar in Amsterdam is hij geworden wat hij wilde zijn: een Turkse schrijver in het hart van Nederland.

Tussen 1960 en eind jaren zeventig kwamen honderdduizend Turkse arbeiders naar Nederland. Zij waren vooral afkomstig uit het midden en zuidoosten van Turkije. Daar was de werkloosheid hoog. Yasar ging naar Nederland om geld te verdienen. Voordat hij in 1963 in Tilburg als houtbewerker aan de slag ging, werkte hij in verschillende Turkse fabrieken en was taxichauffeur in Istanbul. Hij besloot naar het buitenland te gaan: ‘een paar jaar werken in het buitenland, hard en sober leven zogezegd, om met het gespaarde geld een nieuwe Chevrolet te kopen.’  Anderen trok vooral het avontuur. Huseyn ging niet naar Nederland om de kost te verdienen, of om veel geld te sparen. ‘Ik was jong en ik was nogal avontuurlijk ingesteld. Het was het avontuur dat me trok. Het idee om te gaan was ge├»nspireerd op een kennis die bij een bureau werkte dat mensen uitzond naar Europa.’  De meeste Turken gingen naar Duitsland dat al in 1960 actief Turken wierf. Maar Turken belandden ook in veel andere Europese landen.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM