Uitgebreid zoeken

belgië

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) wilde het Duitse leger over Belgisch grondgebied naar Frankrijk. De Belgische regering hield echter vast aan haar neutraliteit en weigerde het verzoek om Duitse troepen vrije doortocht te geven. Het Duitse leger viel vervolgens België binnen en daarop vertrokken een miljoen Belgen, burgers maar ook soldaten, halsoverkop naar Nederland. Nog eens 500.000 mensen vluchtten naar Engeland of Frankrijk. Toen het oorlogsgeweld zich na oktober 1914 naar Frankrijk verplaatste keerden de meeste vluchtelingen terug naar huis. Zo'n 135.000 Belgen bleven echter tot het einde van de oorlog in Nederland wonen. Zij keerden pas na 1918 naar huis terug.

België

Nederland en België delen een lange grens en vielen zelfs lange tijd onder hetzelfde landsbestuur. Typisch voor grensgebieden is het intensieve onderlinge ‘grensoverschrijdend’ contact van de bevolking. Belgen vormen dan ook  van oudsher een grote groep migranten in Nederland. Bekend zijn de Belgische strohoedenverkopers en de vluchtelingen die in de Eerste Wereldoorlog halsoverkop de grens over kwamen. Maar migratie tussen het Nederlandse en Belgische grondgebied was er altijd al. Er wonen tegenwoordig zo’n 36.000 Belgen in Nederland. Zij wonen overwegend  in de grensstreek en in de (studenten)steden. Andersom zijn in België ruim 110.000 Nederlanders gevestigd.


Vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden: tussen 1572 en 1630 vluchtten 100.000 tot 150.000 mensen vanuit de Zuidelijke Nederlanden (wat nu merendeels België heet) naar het noorden. lees meer


Soldaten in het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL): in de plaats van het V.O.C.-leger kwam er na 1800 een Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Het KNIL richtte zich actief op werving dichtbij, namelijk in België en Duitsland, maar ook in andere landen zoals Zwitserland en zelfs in Afrika en Indonesië zelf. lees meer


Vluchtelingen uit België: aan het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) wilde het Duitse leger over Belgisch grondgebied naar Frankrijk. Het Duitse leger viel vervolgens België binnen en daarop vertrokken een miljoen Belgen, burgers maar ook soldaten, halsoverkop naar Nederland. lees meer   
 

Achter de term 'zigeuners' gaan veel verschillende groepen schuil. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze met hun gezinnen rondtrokken, in tenten of woonwagens overnachtten en uit het buitenland kwamen. De eerste groepen die door Nederlandse overheden als 'zigeuner' werden betiteld, waren groepen ketellappers uit Hongarije die in het voorjaar van 1868 bij Oldenzaal de grens passeerden. In datzelfde jaar doken er gezinnen met bruine (dans)beren in Nederland op die eveneens als zigeuner werden aangemerkt. De autoriteiten gingen er van uit dat zigeuners bedelaars en armoedzaaiers waren en probeerden hen daarom zo veel mogelijk uit Nederland te weren. Omstreeks 1900 kwam er een derde groep naar Nederland: paardenhandelaren die met woonwagens Noorwegen hadden verlaten en waarschijnlijk oorspronkelijk uit Hongarije kwamen. Pas in de jaren '20 kregen politie en marechaussee een vierde groep in het oog: muzikanten uit Duitsland en België. De meeste gezinnen van deze laatste groep woonden al sinds het midden van de 19e eeuw in Nederland, maar ze vielen pas op toen ze de pensions en huizen verruilden voor een eigen woonwagen. Tegenwoordig gebruiken de nakomelingen van deze groepen, van wie een groot deel in 1944 in het vernietigingskamp Auschwitz werd vermoord, de term 'Sinti'. Vanaf het einde van de jaren '60 van de 20e eeuw maakten nieuwe 'zigeuners' hun opwachting, dit keer uit Joegoslavië. Toen het niet lukte hen naar hun geboorteland terug te sturen, zijn ongeveer 1000 van hen toegelaten en in de jaren '80 over een aantal opvanggemeenten verspreid. Ze wonen daar in huizen en staan bekend als 'Roma'. De term 'zigeuner' wordt door Sinti en Roma als een scheldwoord beschouwd.

Woonwagenbewoners van Beukbergen. Beukbergen, nu een van de grootste woonwagencentra van Europa, was ooit niet meer dan een kluitje wagens langs de kant van de weg. Een pleisterplaats voor scharen-slijpers, stoelenmatters, venters, kermisexploitanten, muzikanten, aardappelrooiers, uienrapers en kersenplukkers. Mensen met beroepen die een reizend bestaan noodzakelijk maakten, en voor wie reizen een manier van leven werd. Lees meer

Tussen 1572 en 1630 vluchtten 100.000 tot 150.000 mensen uit de Zuidelijke Nederlanden - wat nu merendeels België heet - naar het Noorden. Een aanzienlijk aantal op de twee miljoen inwoners die Nederland op dat moment telde. Door de komst van de Zuid-Nederlanders groeide de stedelijke bevolking daarom sterk. De nieuwkomers waren orthodoxe protestanten, die in hun land van herkomst werden onderdrukt. Door hun komst veranderde de Nederlandse samenleving en nam het protestantse geloof in aanzien toe. De Zuid-Nederlanders brachten ook kapitaal en handelscontacten mee. Hun komst vormde dan ook een belangrijke stimulans voor de handel en de nijverheid. De vluchtelingen oefenden grote invloed uit op de ontwikkeling en vervolgens de bloei van de Nederlandse textielnijverheid.

Na 1800 werd Indië officieel een Nederlandse kolonie. De naam veranderde toen in Nederlands-Indië. De V.O.C. werd opgeheven en haar bezittingen werden overgedragen aan de Nederlandse staat. In de plaats van het V.O.C.-leger kwam er een Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Zeelui die in dienst waren geweest van de VOC, kwamen nu in dienst van de Nederlandse staat. Het bleef overigens veel moeite kosten om voldoende personeel te vinden. Het KNIL richtte zich actief op werving dichtbij, namelijk in België en Duitsland, maar ook in andere landen zoals Zwitserland en zelfs in Ghana werden soldaten voor het Indische leger geworven. Bekend zijn ook de Molukkers die voor het KNIL werkzaam waren.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM