Uitgebreid zoeken

Mijn overgrootvader Jørgen Johannes

Mijn overgrootvader Jørgen Johannes Sørensen werd in 1838 geboren in Borgund, in Noorwegen. Zijn ouders hadden een boerenbedrijf. Als zesjarig jongetje werd hij in 1844 door zijn ouders op een Noors schip gezet. Het gebeurde in die tijd wel vaker dat ouders die te veel kinderen hadden om te onderhouden, een kind op een schip zetten; dat noemden ze ‘onderkruipertjes’.

Zijn ouders hadden een boerderij die niet genoeg opleverde. Door het heersende Duitse erfrecht erfde de oudste zoon alles. Omdat Jørgen de jongste zoon was in een groot gezin hebben zijn ouders hem, volgens de verhalen, weggedaan. Daarover heeft mijn overgrootvader altijd veel wrok gevoeld tegenover zijn ouders. Hij is dan ook nooit teruggegaan naar Noorwegen.

Opgroeien op een schip

Nadat mijn grootvader Jørgen Johannes door zijn ouders was meegegeven op een schip bracht hij zijn hele jeugd door tussen de scheepslui, op verschillende schepen. Hij is daar door de scheepslui opgevoed. Zo was hij al op jonge leeftijd bootsman. Hij moet een strenge, autoritaire opvoeding hebben gehad. Op schepen zijn regels en autoriteit heel belangrijk. Dit heeft hem sterk gevormd. Hij was later een vrij gesloten, autoritaire man, wat waarschijnlijk te maken had met zijn opvoeding op het schip. Hij heeft zijn kinderen zeer streng opgevoed, dat was niet gemakkelijk voor hen. Dat autoritaire herken ik ook wel bij mijzelf. Als docent geschiedenis was ik ook streng en hanteerde ik duidelijke regels.

Mijn overgrootvader schijnt tot zijn zeventiende op hetzelfde schip te zijn gebleven. Rond 1855 is hij in Egypte gaan ‘passagieren’, ofwel aan wal gegaan. Volgens de familieverhalen is hij op straat gekidnapt en heeft ongeveer een half jaar bij een sultan of sjeik als blanke slaaf moeten werken. Toen heeft hij kunnen ontsnappen en is hij aan boord van een Duits schip gekropen.

Aan wal in Rotterdam

In de haven van Rotterdam is hij ‘gedrosst’, dat wil zeggen uit de bemanning gestapt. Met toestemming van de kapitein overigens. Wanneer dit precies geweest is weet niemand van de familie. In de Rotterdamse haven leerde hij zijn eerste vrouw kennen. Hij is nog één keer gaan varen, daarna is hij in het bedrijf van zijn vrouws familie gaan werken. Dit was een bedrijf dat goederen leverde aan schepen. Zo werd hij ‘schiphandler’, een beroep dat hij jaren heeft uitgeoefend. Zijn vrouw kwam uit een rijke familie, die veel van hun geld had belegd in huizen aan de Schiedamse dijk. Later ging Jurgen Johannes ook als huisbaas werken voor zijn schoonfamilie. Hij kreeg uit dit eerste huwelijk vier zoons en een dochter.

Trouwen

Op dertigjarige leeftijd ontmoette mijn overgrootvader Jørgen Johannes in Rotterdam de weduwe Hendrika Korll, een Brabantse uit Wijk en Aalburg. Zij was een winkelierster en zeer welgesteld. Hij trouwde met haar op 14 september 1868. Ze kregen vier zoons en een dochter. Na 25 jarig huwelijk stierf Hendrika. Daarna trouwde Jørgen opnieuw, dit keer met een Noorse, Jensen Agatha Christensdatter.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM