Uitgebreid zoeken

De familie van mijn vader

Mijn vader werd in 1922 in Amsterdam geboren. Zijn vader was diamantslijper. Omdat er in Antwerpen meer werk was voor diamantslijpers, verhuisden zij in 1923 naar Antwerpen. Toen mijn vader achttien jaar was brak de Tweede Wereldoorlog uit. Mijn oma was katholiek, mijn opa joods. Mijn oma had al snel in de gaten dat het de verkeerde kant op ging en dat het voor Joden gevaarlijk werd.

Op de vlucht: Frankrijk - Jamaica - Curaçao

Mijn vader vluchtte met zijn ouders en zus vanuit Antwerpen naar Zuid-Frankrijk. Daar doken ze twee jaar onder op een boerderij bij Marmande. Hierdoor heb ik mijn Franse naam, Paulette. Ze hadden het goed daar. Mijn grootouders moesten wel werken op de boerderij maar mijn vader kon in Lyon studeren voor bouwkundig tekenaar op de academie van architectuur.

Toen het ook in Frankrijk steeds onveiliger werd voor Joden zijn ze in 1944 naar Spanje vertrokken. Daar wisten ze een plek te krijgen op een boot naar Suriname, althans, ze dachten dat dit de eindbestemming was. Maar de boot ging naar Jamaica, waar ze in een vluchtelingenkamp terechtkwamen. Daar hebben ze een paar maanden gezeten. Ze werden goed behandeld, kregen nieuwe kleren. Mensen uit het vluchtelingenkamp konden solliciteren naar werk in de regio. Alleen: diamantslijpers, zoals mijn grootvader, waren daar niet nodig. Dankzij de twee jaar studie van mijn vader in Frankrijk kon hij, als drieëntwintigjarige,intekenen op een vacature: in Willemstad zocht Rijkswaterstaat een bouwkundig tekenaar.

Willemstad

Zo kwam mijn vader samen met zijn ouders en zus in 1945 in Willemstad terecht. Het feit dat mijn grootouders weg konden dankzij hun zoon was uitzonderlijk en misschien pijnlijk voor mijn opa. Maar mijn opa ging in Willemstad meteen op zoek naar werk. Hij solliciteerde bij de beroemde juwelier Spritzer & Fuhrman. De eigenaar meneer Fuhr vertelde dat hij die ochtend net iemand had aangenomen en niet van mijn grootvaders diensten gebruik kon maken. Mijn opa informeerde wie er was aangenomen, en toen hij hoorde wie het was, zei hij dat Fuhr een goede keus had gemaakt en verliet de winkel. Meneer Fuhr kwam hem achterna gerend. "Iemand als u wil ik in dienst hebben, of ik nu werk heb of niet,” zei hij. Dat was typisch mijn opa, hij was altijd heel galant en wist mensen voor zich in te nemen. Bij ons is dat er ook in ingeramd: altijd beleefd zijn.

Mijn vader vond het geweldig op de Nederlandse Antillen. Hij hield van het warme klimaat en de zoele wind die altijd waaide. Maar hun leven stond in het begin vooral in het teken van overleven. Later vertelde hij dat juist het pionieren zo leuk was. Zo heeft hij in de jaren vijftig de eerste galerie opgericht op Curaçao. Door zelfstudie heeft hij zich tot architect opgewerkt en werd hij geaccepteerd door de Bond voor Nederlandse Architecten.

Mijn vader heeft eigenlijk nooit verteld over zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mijn tante vertelde wel eens over de angsten die zij doorstaan had. Zo was ze vaak bang dat hun ouders gedeporteerd zouden worden omdat ze hun jodenster niet op deden. Na de oorlog bleek dat de broer van mijn opa, die ondergedoken was in Amsterdam, door buren verraden is. Hij is omgekomen in een concentratiekamp. Mijn vader heeft vier jaar geleden een neef terug gevonden, die inmiddels in Amerika woonde. Deze neef was op zijn zeventiende uit het zicht van de familie verdwenen.

 


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM