Uitgebreid zoeken

Het huidige vluchtelingendebat in historisch perspectief

Het huidige debat over vluchtelingen wordt vaak op een alarmistische toon gevoerd, waarbij er regelmatig wordt verwezen naar het (recente) verleden. Het unieke karakter van de huidige vluchtelingenstroom wordt in veel  (sociale) media, maar ook door politici vaak benadrukt, waarbij gesteld wordt dat Nederland en Europa niet eerder voor zo’n grote uitdaging hebben gestaan. Europa zou te onder gaan aan de huidige instroom aan vluchtelingen als er niet snel actie wordt ondernomen. Het effectief sluiten van de buitengrenzen van Europa wordt daarbij als eerste oplossing genoemd. Kort samengevat zijn er drie ‘bedreigingen’ die vaak worden genoemd:

* Historisch: ‘Er komen nu meer vluchtelingen dan ooit naar Nederland. Nederland kan dit niet aan’;

* Religie: ‘Het grootste deel van de vluchtelingen heeft een moslimachtergrond, waardoor dit deel moeilijk zal integreren in Nederland’;

* Gelukszoekers: ‘Een groot deel bestaat niet uit ‘echte’ (politieke) vluchtelingen, maar economische vluchtelingen, die naar Europa komen voor werk en een beter leven’.

Voor een vergelijking met eerdere tijden ligt het voor de hand om te kijken naar een eerdere piek in de vluchtelingenaantallen in de jaren '90. Voor zover deze vergelijking echter al wordt gemaakt, dan benadrukt men vooral het verschil met toen. Zo zouden er nu bijvoorbeeld voornamelijk vluchtelingen met een moslimachtergrond naar Nederland trekken, terwijl in de jaren ’90 voornamelijk oorlogsvluchtelingen uit Joegoslavië kwamen (Europeanen dus). De feiten wijzen echter anders uit: wat de herkomstgebieden betreft is er vooral sprake van continuïteit, terwijl de aantallen destijds hoger waren.

Op deze pagina plaatsen we de huidige cijfers over vluchtelingen in het perspectief van de afgelopen dertig jaar. Hierbij kijken we naar aantallen, samenstelling van de groep vluchtelingen maar ook naar zaken als integratie en retourmigratie. De conclusie die je hieruit kunt trekken is dat de drie bovengenoemde aannames vaak niet kloppen en dat  een vergelijking met het verleden heel zinvol is in het actuele debat.

Verder lezen: Henk van Houtum en Leo Lucassen, Voorbij Fort Europa: een nieuwe visie op migratie (Atlas Contact oktober 2016) http://www.atlascontact.nl/boek/voorbij-fort-europa/

Veel van de asielzoekers die een status in Nederland kregen vanaf de jaren ’80 zijn hier uiteindelijke gebleven. Een groot deel bleef echter niet, en keerde terug naar het land van herkomst of verder naar een ander (Europees) land.

Van vier grote groepen asielzoekers (Afghanen, Irakezen, Iraniërs en Somaliërs) die vanaf de jaren ’80 asiel aanvroegen in Nederland is bekend dat 58% van de eerste generatie nog in Nederland woont. De sterfte in die groep is zeer beperkt. Dit betekent dat een deel van de eerste generatie asielzoekers ofwel is teruggekeerd, ofwel verder is gereisd. Van de groep Somaliërs is bijvoorbeeld bekend dat een groot deel naar Engeland is vertrokken vanaf het begin van de twintigste eeuw. Zie hierover het krantenbericht in Trouw (26-06-2006).

Asielinstroom en verblijf 2015: Asielinstroom en verblijf 2015Asielinstroom en verblijf 2015: Asielinstroom en verblijf 2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van de ongeveer 10.000 Kosovo-Albanezen die eind jaren negentig asiel aanvroegen in Nederland is bekend dat ongeveer driekwart binnen een jaar na het beëindigen van de oorlog terugkeerde naar hun thuisland. Wat hierbij uiteraard ook meespeelde is dat hun tijdelijke verblijfsvergunning na het beëindigen van de oorlog niet verlengd werd. 


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM