Uitgebreid zoeken

migrantenorganisaties

Migranten hebben altijd en overal eigen organisaties en verenigingen opgezet. Zulke organisaties verschillen per land, per groep en per tijdvak. Niet alleen migranten zelf bepalen de vorm van hun organisaties. Op de wijze van organisatievorming wordt ook een stempel gedrukt door: overheden in het land van vestiging, de samenleving en instellingen in het land van herkomst.

Ook binnenlandse migranten en Nederlandse migranten in het buitenland hebben altijd eigen organisaties opgericht. Zo waren Friese migranten in het negentiende-eeuwse Amsterdam georganiseerd op een manier die niet veel verschilde van de organisaties van migranten van buiten de landsgrenzen. Nederlanders die in de vroegmoderne tijd handelskolonies vormden in tal van landen zetten eveneens eigen verenigingen op. Deze bleven tientallen en soms zelfs honderden jaren bestaan. Ze waren er altijd op gericht de vaderlandse gebruiken of de Nederlandse taal en het geloof in stand te houden.

Een grote diversiteit binnen een migrantenpopulatie - naar klasse, geloof, religie, politieke oriĆ«ntatie, regionale herkomst en dialect - leidt doorgaans tot een groter aantal organisaties. Sommige organisaties, zoals een school of een krant, hebben meer getalsmatig draagvlak nodig dan organisaties als een zangkoor of een kegelclub. De leeftijdsopbouw van de migrantengroep en de sekseratio, d.w.z. de getalsmatige verhouding tussen het aantal mannen en het aantal vrouwen, zijn eveneens van invloed. In de regel versterkt de komst van kinderen en vrouwen de aandacht voor opleiding en religie. Wanneer de migrantenpopulatie als geheel ouder wordt, verschuift de aandacht van de arbeidsmarkt naar vrijetijdsbesteding. Ook ideeĆ«n over terugkeer zijn belangrijk. Organisaties die sterk op terugkeer zijn gericht, hebben automatisch meer oog voor het land van herkomst. Het opleidingsniveau van de migranten speelt eveneens een rol: migrantengroepen waarvan althans een deel is opgeleid, organiseren zich anders (formeler, strakker) dan groepen die alleen uit ongeschoolden bestaan. Verschillen zijn er verder nog naar gender. Mannen organiseren zich anders en met andere doelen dan vrouwen.


Famiri, een maandblad voor Surinamers in Nederland. Gericht op de Afro-Surinaamse groep binnen de Surinamers. Hindostaanse Surinamers en Chinese Surinamers hebben weer andere organsiaties met andere tijdschriften opgericht. Collectie IISGFamiri, een maandblad voor Surinamers in Nederland. Gericht op de Afro-Surinaamse groep binnen de Surinamers. Hindostaanse Surinamers en Chinese Surinamers hebben weer andere organsiaties met andere tijdschriften opgericht. Collectie IISG

De mate waarin migranten verschillen van de samenleving waarin ze zich vestigen, bijvoorbeeld qua geloof, heeft gevolgen voor hun wijze van organiseren. Zowel naar aard, continuĆÆteit en omvang. Organisaties helpen de kloof tussen migranten en de omringende samenleving te overbruggen en kunnen inpassing vergemakkelijken. De invloed van het verschil wordt echter gemakkelijk overschat. Talloze studies hebben inmiddels aangetoond dat migrantengroepen die niet sterk (lijken te) verschillen van de rest van de samenleving net zoveel organisaties opzetten als groepen die dat wel doen. In ieder geval ztten migranten die worden uitgesloten, bijvoorbeeld van sociale vangnetten of toegang tot burgerschap, vaak organisaties op met het doel alternatieven te creĆ«ren - zoals eigen vangnetten.

Het beleid van de overheid is uitermate belangrijk voor de mate waarin migranten organisaties opzetten. In sommige landen is het opzetten van migrantenorganisaties bijvoorbeeld verboden. Soms geldt dit voor alle organisaties, soms alleen voor politieke. In Nederland zijn zulke organisaties na de Tweede Wereldoorlog niet verboden, hoewel bij Indische Nederlanders bepaald ook niet aangemoedigd. Pas vanaf de ' 60 werden migranten gestimuleerd om zich te organiseren en kregen zij zelfs subsidies om dat mogelijk te maken. Migrantengroepen met achterstanden kregen eerder subsidie dan wie het goed leek te gaan. Zo kregen Chinezen in Nederland aanvankelijk geen subsidie, maar bijvoorbeeld Turken wel.


Organisaties die niet zijn opgezet door migranten, maar wel op hen zijn gericht, kunnen initiatieven uit eigen kring overbodig maken. Tussen het beleid van de overheid en migrantenorganisaties bestaat een soort klokvormig verband. Zodra overheden organisaties verbieden, wordt hun ontstaan belemmerd. Wanneer overheden en aan elkaar verwante organisaties teveel initiatieven ontwikkelen, ontstaat er concurrentie. Dat kan hun ontwikkeling en continuĆÆteit frustreren. Ergens tussen deze uitersten krijgen organisaties kansen zich te ontplooien.

De lange arm

De overheid in het land van herkomst kan invloed uitoefenen op migrantenorganisaties. Om politieke, religieuze of economische redenen kan zij proberen een band te behouden met haar (voormalige) onderdanen. Doel kan zijn om migranten aan het geloof te blijven biniden of om politieke invloed te krijgen op het land van vestiging. Via organisaties is ook wel geprobeerd de politieke stabiliteit in het eigen land te beĆÆnvloeden. Dat gold bijvoorbeeld voor de Spaanse, Portugese, Turkse en Marokkaanse organisaties in het Nederland van de jaren '70 en '80. Omdat er veel politieke dissidenten waren onder de migranten, vreesden overheden in de herkomstlanden dat migrantenorganisaties bijvoorbeeld politieke omwentelingen voorbereidden of wilden bevorderen. Overheden van herkomstlanden hebben natuurlijk ook economische belangen bij het bevorderen van banden met hun landgenoten buiten de landsgrenzen. Voor veel overheden ā€“ zoals de Marokkaanse, de Kaapverdische en de Filippijnse ā€“ is het geld dat de migranten naar hun land van herkomst sturen een belangrijke bron van inkomsten voor het land. Via subsidies aan organisaties in andere landen proberen landen de banden en dus hun bron van inkomsten in stand te houden.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM