Uitgebreid zoeken

Project Jonge Spoorzoekers

Op zoek naar de wortels van je eigen verleden: Jonge Spoorzoekers is een landelijke Professionele Leergemeenschap van docenten gericht op het leren onderzoeken van (migratie)geschiedenis van de eigen omgeving.  

Aan Jonge Spoorzoekers doen vijftien geschiedenisdocenten mee die lesgeven in de onderbouw en bovenbouw van VMBO, HAVO en VWO. De combinatie van migratiegeschiedenis en de Spoorzoekersaanpak die de afgelopen jaren door het Centrum voor de Geschiedenis van Migranten (CGM) werd ontwikkeld vormt het uitgangspunt. Leerlingen gaan als jonge spoorzoeker aan de slag met historisch onderzoek en ontwikkelen daarbij vaardigheden als historisch denken en redeneren.

Geschiedenis is voor veel leerlingen ‘ver van mijn bed’: lang geleden, ver weg, iets van volwassenen. En dan moeten ze ook nog begrijpen dat ‘het’ verleden niet meer bestaat en dat het bij geschiedenis slechts gaat om verhalen, om reconstructies, die elkaar ook nog kunnen tegenspreken. De Jonge Spoorzoekers-aanpak biedt kansen aan docenten om de motivatie van hun leerlingen voor het vak te verhogen door op een ‘natuurlijker manier’ te werken aan historische benaderingswijzen en vaardigheden dan met de bronnen uit het schoolboek.

Bij Jonge Spoorzoekers doen leerlingen historisch onderzoek naar de geschiedenis van mensen met een migratieverleden in hun eigen omgeving. Aan de hand van privéfoto's bevragen de leerlingen iemand uit hun familie- of kennissenkring over wat migratie voor hun dagelijks leven betekende. Zij plaatsen dit in een ruimere historische context en presenteren dit aan elkaar en/of de buitenwereld.

Coördinatie van het project ligt in handen van het ICLON, lerarenopleiding Universiteit Leiden in samenwerking met Centrum voor de Geschiedenis van Migranten (CGM). De PLG startte in januari 2014 met twaalf scholen door heel Nederland. Binnen het project wordt samengewerkt met verschillende lokale archieven.

Binnen de PLG wordt gewerkt aan een handleiding die in de toekomst ook door andere docenten kan worden gebruikt. Vanaf voorjaar 2016 zullen docenten hun ervaringen delen op vijfeeuwenmigratie.nl.

 

Op zoek naar de wortels van je eigen verleden: Jonge Spoorzoekers is een landelijke Professionele Leergemeenschap van docenten gericht op het leren onderzoeken van (migratie)geschiedenis van de eigen omgeving.  

Aan Jonge Spoorzoekers doen vijftien geschiedenisdocenten mee die lesgeven in de onderbouw en bovenbouw van VMBO, HAVO en VWO. De combinatie van migratiegeschiedenis en de Spoorzoekersaanpak die de afgelopen jaren door het Centrum voor de Geschiedenis van Migranten (CGM) werd ontwikkeld vormt het uitgangspunt. Leerlingen gaan als jonge spoorzoeker aan de slag met historisch onderzoek en ontwikkelen daarbij vaardigheden als historisch denken en redeneren.

Geschiedenis is voor veel leerlingen ‘ver van mijn bed’: lang geleden, ver weg, iets van volwassenen. En dan moeten ze ook nog begrijpen dat ‘het’ verleden niet meer bestaat en dat het bij geschiedenis slechts gaat om verhalen, om reconstructies, die elkaar ook nog kunnen tegenspreken. De Jonge Spoorzoekers-aanpak biedt kansen aan docenten om de motivatie van hun leerlingen voor het vak te verhogen door op een ‘natuurlijker manier’ te werken aan historische benaderingswijzen en vaardigheden dan met de bronnen uit het schoolboek.

Bij Jonge Spoorzoekers doen leerlingen historisch onderzoek naar de geschiedenis van mensen met een migratieverleden in hun eigen omgeving. Aan de hand van privéfoto's bevragen de leerlingen iemand uit hun familie- of kennissenkring over wat migratie voor hun dagelijks leven betekende. Zij plaatsen dit in een ruimere historische context en presenteren dit aan elkaar en/of de buitenwereld.

Coördinatie van het project ligt in handen van het ICLON, lerarenopleiding Universiteit Leiden in samenwerking met Centrum voor de Geschiedenis van Migranten (CGM). De PLG startte in januari 2014 met twaalf scholen door heel Nederland. Binnen het project wordt samengewerkt met verschillende lokale archieven.

Binnen de PLG wordt gewerkt aan een handleiding die in de toekomst ook door andere docenten kan worden gebruikt. Vanaf voorjaar 2016 zullen docenten hun ervaringen delen op vijfeeuwenmigratie.nl.

 

Privefoto’s van migranten vormen een interessante bron voor toekomstig onderzoek maar zijn in de meeste archiefcollecties ondervertegenwoordigd. Deze foto’s bieden een unieke kijk op het dagelijks leven en kunnen een contrapunt vormen bij de overheersende beeldvorming over komst en vestiging.

We streven ernaar met de door leerlingen verzamelde foto’s en interviews archiefcollecties te verrijken. Door actief bij te dragen aan de vorming van formele erfgoedcollecties ervaren leerlingen hoe erfgoed wordt verzameld en gecreëerd. Het Archief Leiden en Omstreken, het Gemeentearchief Schiedam, het Stadsarchief Amsterdam, het Haags Gemeentearchief en het Stadsarchief Den Bosch hebben hun medewerking ook toegezegd.

Het Stadsarchief Rotterdam heeft de eerste resultaten al kunnen toevoegen aan hun collectie. Twee klassen met leerlingen van het Erasmiaans Gymnasium droegen een deel van de door hen verzamelde foto’s en de door hen geschreven werkstukken aan het archief over.

Geinspireerd door een eerder bezoek aan het Mas en Museum Red Starline experimenteerden twee docenten met het organiseren van een tentoonstelling op hun school. Leerlingen in Rotterdam en Schiedam maakten in samenwerking met hun docenten een kleine Spoorzoekers- tentoonstelling als eindpresentatie. In beide gevallen werden ouders en geïnterviewden uitgenodigd voor de bezichtiging. Hoewel dit een tijdrovende klus was bleken zowel leerlingen als ouders dit erg te waarderen.

We zijn anderhalf jaar geleden binnen de PLG begonnen met verkennen van elkaars expertise en het themaveld. Hoewel binnen het geschiedenisonderwijs de stof voor het Centraal Examen steeds meer aandacht lijkt te krijgen en migratiegeschiedenis daarbinnen geen voor de hand liggend thema is, blijken zowel het thema (migratiegeschiedenis) als de vak benadering (spoorzoekersaanpak) onvoorstelbaar rijk: zelf historisch onderzoek doen, geschiedenis van je eigen omgeving, alle aspecten van historisch denken en redeneren, interculturele kwesties, activerende didactiek etc..

De PLG biedt docenten de mogelijkheid om niet alleen van elkaar te leren maar ook vanuit het netwerk van ICLON en CGM diverse experts (migratiegeschiedenis, didactiek, pedagogiek) uit te nodigen om hun recente onderzoeksresultaten te delen en te bevragen op praktische toepasbaarheid in de onderwijspraktijk. Ook worden regelmatig relevante wetenschappelijke artikelen gelezen en gezamenlijk besproken in de context van Jonge Spoorzoekers.

Centraal bij de PLG staat ‘samen professionaliseren’: gedreven docenten van verschillende scholen en de contacten met experts en erfgoedinstellingen. Inmiddels hebben alle betrokken docenten minstens één keer hun leerlingen als de Jonge Spoorzoekers aan de slag laten gaan. Op vier scholen is het project zelfs al meerdere keren uitgevoerd. En dat werpt vruchten af. Een reactie van de docent van het Calvijn Rotterdam 'Ik kreeg bij de presentaties zoveel bedankjes voor de '"fantastische'"opdracht dat ik niet wist waar ik moest kijken.'

Het komende jaar zullen wij ons met name richten op het bundelen van de eerst resultaten in een (digitale) handleiding voor toekomstig gebruik, ook voor andere geïnteresseerde docenten. Daarnaast zullen wij met docenten een klein onderzoek opzetten, waarbij we de rol van contextkennis bij de interpretatie van (persoonlijke) bronnen nader willen onderzoeken.

'Voor mij was dit natuurlijk extra speciaal aangezien het over mijn eigen moeder gaat. En natuurlijk heeft ze me al vaker verhalen verteld, toch ben ik tijdens dit project weer achter nieuwe dingen gekomen. Dit was voor mij zeker een van de leukere schoolprojecten!' - Leerling 15 jaar

'Ik vond het een moeilijke opdracht. Ik dacht dat ik geen migranten kende en ik wist niet hoe ik iemand moest gaan vinden. Totdat mijn ouders zeiden: denk eens aan oma. Zij is in Indonesië geboren. Ik heb haar toen gevraagd en gelukkig vond zij het niet erg om mee te werken aan de interviews. Het eerste interview had ik niet goed gedaan omdat ik wel een vragenlijst had, maar zoveel antwoorden en nieuwe informatie kreeg dat ik het overzicht van het interview kwijt raakte. Vooral toen mijn oma allerlei erge dingen vertelde over haar jeugd in Indonesië. Ik heb dat interview toen opnieuw gedaan. Achteraf ging het eigenlijk best goed en ook het tweede interview met de foto’s ging veel beter.' - Leerling 13 jaar

'ik vond het een goed project en ik heb nu veel geleerd over migratie. Informatie die ik eerst nog niet wist. Het interview ging ook goed en ik heb een aardige migrant geïnterviewd.' - Leerling 13 jaar

'Ik heb er zelf heel veel van genoten om dit verslag te maken!' - Leerling 13 jaar

'Het was leuk om op deze manier naar oude foto’s te kijken en hierbij een interview af te nemen. Mijn oma is nu 82 jaar, sinds kort zijn er bij haar geheugenproblemen geconstateerd. Ik vind het daarom wel extra fijn dat ik dit project nu met haar gedaan heb.' - Leerling 12 jaar

Docenten lopen bij dit soort projecten vaak aan tegen dezelfde uitdagingen: hoe motiveer ik mijn leerlingen? Hoe leer ik hen zich in te leven, luisteren en doorvragen? De informatie in de juiste historische context te zetten? Samenwerken en presenteren? Welke werkvormen zijn geschikt? Waar vind ik bruikbare bronnen? Hoe ga ik om met privacy en gevoelige informatie? Hoe zorg ik voor een veilig leerklimaat bij gevoelige onderwerpen? Hoe beoordeel ik? In hoeverre kunnen mijn leerlingen dit wel? Zit er genoeg “migratie” in mijn “witte” klas?, etc.

Docenten hebben te maken met verschillende functies van geschiedenis die soms op gespannen voet met elkaar staan: die waarbij geschiedenis vooral verbonden is met emotie, nabijheid, identiteit en die waarbij geschiedenis wordt gezien als een vak waarbij je kritisch leert omgaan met bronnen en verhalen over het verleden. Met dit project kan de docent het beste van deze twee benaderingen integreren.


Ervaringen

'K. had een bijzonder verhaal: 1 week voor de overdracht naar het archief is haar opa overleden. Haar vader heeft het interview van zijn moeder opnieuw geluisterd en kwam daardoor veel meer over het verleden van zijn eigen vader te begrijpen. Hij is op school gekomen om dit te vertellen.' - Docent Erasmiaans Gymnasium Rotterdam

'Ik lees bij bijna alle leerlingen hoeveel ze van deze opdracht geleerd hebben. Bewondering voor de moed en durf van de migranten om naar een ander land of plaats te vertrekken en alles achter te laten. Respect voor het soms gruwelijke verleden en regimes waarin mensen hebben geleefd.'

'De oma van T. had een heel erg bijzonder verhaal (als kind in Nederlands-Indië geleefd, toen terug naar Nederland, daarna naar New Guinea en weer terug naar Nederland). Tristan vond het te eng om hierover te vertellen, maar zijn moeder kwam laatst bij mij langs om te vertellen hoe ontzettend veel het heeft opgeroepen in de familie en is helemaal enthousiast.' - Docent Stedelijk Gymnasium Schiedam

'Een verklaring voor de goede resultaten kan zijn dat mijn leerlingen hun migranten heel dichtbij hadden: ze hebben voornamelijk eigen familie geïnterviewd. Gaandeweg ontdekten ze van alles wat ze helemaal niet wisten over hun eigen herkomstlanden, dat heeft ze enorm getriggerd. En ik zag mooie dingen opbloeien binnen hun families: ouders die ineens uitgebreid gingen praten over hun verleden, wat ze in sommige gevallen nooit hadden gedaan. Mijn leerlingen waren een beetje bang dat hun ouders niets zouden loslaten, maar het ging prima. Kinderen waren helemaal verbaasd over deze onbekende kant van hun ouders, ouders die echt gingen nadenken over hun eigen jeugd en gingen vergelijken met de jeugd van hun eigen kinderen, kinderen die ineens zagen hoe modern en welvarend ze eigenlijk opgroeien en hoe kostbaar dat is.' - Docent Calvijn Rotterdam


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM