Uitgebreid zoeken

Vreemdelingenbeleid

In 1849 werd voor het eerst wettelijk vastgelegd welke vreemdelingen Nederland mochten binnenkomen en wie ongewenst was.

De economische depressie en de sterk stijgende werkloosheid leidden in de jaren '30 tot nieuwe beperkingen.

In de Vreemdelingenwet van 1849 werd voor het eerst wettelijk vastgelegd welke vreemdelingen Nederland mochten binnenkomen en wie ongewenst was.

Vreemdelingenwet 1849

Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA II) (1574-1816)

Register van immigranten, 1813-1822

Zie bijlage voor het hele bestand.

Register van immigranten in Leiden, 1813-1822

De strengste maatregelen in de jaren '30 hadden betrekking op joden en anderen die nazi-Duitsland wilden ontvluchten.

Archief Gemeentebestuur van Utrecht, 1813-1969, deel 2: stukken over afzonderlijke onderwerpen.

Inschrijving van vreemdelingen in Utrecht, 1849-1856

In de 19de eeuw werd in steeds meer landen bij wet geregeld wie staatsburger was en wie vreemdeling.

Archief Rijksuniversiteit Utrecht

Verzoek van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen: opgave van buitenlandse docenten in het hoger onderwijs, 1926

Verzoek om opgave van buitenlandse docenten in het hoger onderwijs, Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 1926
Poorter eed

In 1796 legde schoenmaker Joseph Tonck, afkomstig uit de plaats Dursten in Duitsland de Amsterdamse Poorter eed af. Migranten konden na betaling burger van een stad worden.

Poorter eed

Vanaf de jaren zeventig voerde de Nederlandse overheid een streng toelatingsbeleid voor arbeidsmigranten.

Wet Arbeid Buitenlandse werknemers (WABW) 1979
Tussenland

De vanzelfsprekendheid waarmee migranten zonder verblijfstitel worden aangeduid als illegalen is een recent verschijnsel.

Tussenland

Gemeente Leiderdorp

Stukken betreffende vreemdelingen, 1959-1965

Zie bijlage voor het hele bestand.

Stukken betreffende vreemdelingen in Leiderdrop, 1959-1965

Archief Rijksuniversiteit Utrecht

Op verzoek van de Minister: het aantal buitenlandse docenten aan de Rijksuniversiteit Utrecht, 1926.

Buitenlandse docenten aan de Rijksuniversiteit Utrecht, 1926
Asielbeleid

Naast arbeidsmigranten en migranten uit voormalige koloniën kreeg Nederland in de 20e eeuw steeds meer te maken met asielzoekers.

De eerste Vreemdelingenwet - van 1849 - werd nauwelijks nageleefd. Zo bleef de grensbewaking tot in de 20ste eeuw zeer beperkt.

Lange tijd bemoeide de overheid zich weinig met de binnenkomst en het verblijf van migranten.

Wetten en regels bepalen in hoge mate welke positie migranten in de samenleving innemen. Vóór de 19de eeuw kende Nederland geen landelijk Vreemdelingenbeleid.

In 1849 werd voor het eerst wettelijk vastgelegd welke vreemdelingen Nederland mochten binnenkomen en wie ongewenst was.

Het uitzetten van vreemdelingen (1849)

Verzet van de Nederlandsche Toonkunstenaarsbond dat een ‘Actie comité tot weer van buitenlandsche musici’ had opgericht.

'Actie comité tot weer van buitenlandse musici'

Er was na 1950 een groot tekort aan arbeidskrachten, dus waren arbeidsmigranten zeer welkom. Nederland sloot met zes landen een wervingsverdrag.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM