Uitgebreid zoeken

Vreemdelingenbeleid

Lange tijd bemoeide de overheid zich weinig met de binnenkomst en het verblijf van migranten.

Er was na 1950 een groot tekort aan arbeidskrachten, dus waren arbeidsmigranten zeer welkom. Nederland sloot met zes landen een wervingsverdrag.

De eerste Vreemdelingenwet - van 1849 - werd nauwelijks nageleefd. Zo bleef de grensbewaking tot in de 20ste eeuw zeer beperkt.

Toestemming van het gemeentebestuur van Zoeterwoude om gedurende één jaar als vreemde dagloner binnen het Koninkrijk te werken.

 

Acte van verlof voor vreemde dagloners in Zoeterwoude, 1807

Archief Hof van Utrecht

Lijsten van personen, aan wie vergund is hunne nering ten platte lande uit te oefenen, 1763-1889.

Met onder andere de migranten:

Lijsten met vergunningen voor het uitoefenen van handel en nijverheden op het platteland, 1763-1789

Vanaf de jaren zeventig voerde de Nederlandse overheid een streng toelatingsbeleid voor arbeidsmigranten.

Wet Arbeid Buitenlandse werknemers (WABW) 1979

In 1849 werd voor het eerst wettelijk vastgelegd welke vreemdelingen Nederland mochten binnenkomen en wie ongewenst was.

Het uitzetten van vreemdelingen (1849)

Het directe effect van de Vreemdelingenarbeidswet van 1934 was waarschijnlijk niet zo groot, maar op lange termijn deed de maatregel wel degelijk haar invloed gelden.

Asielboot

Asielboot IV: vol

Peter van Straaten, 1993

Collectie Persmuseum

Asielboot

Wetten en regels bepalen in hoge mate welke positie migranten in de samenleving innemen. Vóór de 19de eeuw kende Nederland geen landelijk Vreemdelingenbeleid.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM