Uitgebreid zoeken

Wonen

Veel Spaanse gastarbeiders woonden in bedrijfspensions en woonoorden. Werkgevers namen hiervoor hun toevlucht tot omgebouwde fabrieken en hotels, of ze lieten eigen woonoorden bouwen. Zo beschikte Philips in 1966 over twee woonoorden: El Pinar (De Pijnboom) en El Prado (De Speelweide). De woonoorden bevonden zich vaak op afgelegen plekken. Het was ook niet de bedoeling dat Spanjaarden zich zouden mengen met de rest van de bevolking. Zowel de bedrijven als de Spanjaarden zelf dachten immers dat zij hier maar tijdelijk waren. Spanjaarden die tegen huisvesting in grootschalige woonoorden waren, zochten particuliere woonruimte.

Werkgevers regelden de huisvesting van gastarbeiders uit Turkije die via werving naar Nederland kwamen. Zij werden meestal ondergebracht in grote bedrijfspensions en woonoorden. De Nederlandse Dok- en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM]) had voor haar vele Turkse werknemers een groot woonoord laten bouwen in Amsterdam-Noord: ā€˜AtatĆ¼rkā€™. Hier woonden ongeveer 270 mensen, verspreid over 34 slaapzalen. Ismail vond het samenwonen tegenvallen: "De Ć©Ć©n kwam laat terug uit nachtdienst of van het stappen, de ander snurkte of dronk." Sommige Turken gaven daarom de voorkeur aan een kamer bij particulieren. Ibrahim, afkomstig uit een rustig Turks stadje, vond het hotel waar hij was geplaatst veel te druk en werd zolderkamerbewoner bij een Nederlands echtpaar: Janet en Jack. Hij vond bij hen de warmte van een tweede familie. Turkse arbeiders die op eigen initiatief naar Nederland kwamen, hadden geen recht op woonruimte via de werkgever. Zij gingen vaak naar plaatsen waar al familie of dorpsgenoten woonden, in de verwachting dat die hen verder konden helpen. Dat verklaart waarom in veel Nederlandse steden een concentratie van migranten uit dezelfde Turkse regio is ontstaan. Zo komt in Dordrecht het merendeel van de Turken uit Felahiye en in Haarlem uit Emirdağ.

De eerste Kaapverdianen woonden in hotels in de Rotterdamse haven. Al snel ontstonden er speciale pensions voor deze migranten. In latere jaren runden zij die ook zelf. De pensions speelden een belangrijke rol in de opvang van nieuwe Kaapverdianen in Rotterdam. Nieuwkomers kregen hier niet alleen een kamer, maar ook toegang tot het sociale netwerk van de pensionbazen. Via dit netwerk was snel een baan gevonden. De Kaapverdiaan Constantino startte in 1960 pension Delta in de Jan Krijfstraat. Mannen die uit KaapverdiĆ« weg wilden, konden via pension Delta aan een voorschot voor de overtocht komen. In Rotterdam aangekomen, zorgde het pension voor werk bij een Nederlandse werkgever. Van het salaris werd de reis naar Nederland terugbetaald.

Aan wal verbleven Chinese zeemannen in logementen. Deze onderkomens waren in handen van Chinezen. De gemeente Rotterdam inspecteerde de huizen en constateerde dat men 'in de gewone burgerwoningen in de kamer en alkoven tweehoog stellingen heeft aangebracht, de eerste vijftig Ɣ zestig centimeter boven den vloer, de tweede ruim een meter hoger. Op deze wijze zijn in een kleine kamer met alkoof veertig tot vijftig mensen ondergebracht. Overal hangt een weeƫ zoete lucht van het opiumsnuiven. Hier en daar hangen gedroogde visschen en gedroogde eenden.' Chinese logementhuizen stonden in buurten waar vooral Chinezen zich ophielden. In 1918 ontstonden twee kleine Chinezenbuurten; in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt en in het Rotterdamse Katendrecht.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM