Uitgebreid zoeken

Na de 2e WO.

Wat gebeurde er met mijn vader toen de 2e WO uitbrak op 1 september 1939?. Hij zat op het gymnasium,  was 15 jaar en woonde op dat moment in de omgeving van Chelm, in het oosten van Polen in de provincie Lublin. De school werd gesloten. Hij werd met zijn vader en vele anderen door de Duitsers verplicht in een houtzagerij te werken. In 1942 werd hij voor dwangarbeid naar het Ruhrgebied in Duitsland gestuurd. Hij was 18 jaar en kwam in een kamp terecht in de buurt van het fabrieksterrein van IG Farben. Dit duurde tot de 2e WO ten einde was. Ik sta wat dit verhaal betreft verder niet stil bij de ellende die hij meemaakte in deze periode.

Na het einde van de 2e WO keerden dwangarbeiders terug naar hun land van herkomst. Echter een zeer grote groep Polen was niet in staat terug te keren. Ze hadden formeel geen nationaliteit meer en ontvingen als identificatiedocument een zogenaamde paspoort voor Statenlozen. De mogelijkheden om hier mee naar het buitenland te reizen waren zeer beperkt. Terug naar Polen kon nog steeds niet. Ook bestond er de angst, dat onder het regiem van Stalin in Polen, velen zouden verdwijnen op transport achter de Oeral. Men was immers besmet met het Westen. En, daar was natuurlijk ook nog de grote onzekerheid over het lot van hun families. Wat was er gebeurd? Waar waren zij gebleven? De grenzen waren verplaatst, net als de vele mensen die er woonden.

In Duitsland bedachten de Amerikanen dat deze groep ex-dwangarbeiders nog ingezet kon worden bij Genie-actiiviteiten. Duitsland lag in puin en er was werk te doen. Zo kwamen velen als civilist voor enige tijd te werken voor het amerikaanse leger. Hun uitrusting zag er in ieder geval militaristisch uit. In december 1947 kwam er een mogelijkheid voor vele Polen om naar Nederland te gaan voor werk. In de fabrieken van Nederland werd om arbeidskrachten gevraagd. Velen kwamen terecht in regio's waar de industrie van Nederland weer opbloeide. Zo kwam mijn vader voor het eerst in Venlo per trein de grens over in Nederland. Hij reisde verder naar het dorp Ulft in de Achterhoek. Daar was werk voor hem bij de DRU, een ijzergieterij. Hier werden onder anderen de nu nog steeds bekende DRU-pannen gemaakt. Bij aankomst was er op een ruime zolder (De Polenzolder) van het magazijn, een grote slaapruimte ingericht. Steeds meer Polen kwamen zich melden aan de poort en kregen een plek. Zo maakte hij weer kennis met jongens uit zijn land. Allen bleken ex-dwangarbeiders te zijn en van hun familie weggerukt. In deze periode groeide de groep uit tot circa 100 mannen. Op den duur werden zij als kostganger opgenomen bij verschillende families in Ulft en omstreken. Niet allen bleven, maar emigreerden naar Canada en Australie. De Polen die er verkering kregen met een Nederlands meisje trouwden, stichten een gezin en bleven er hun leven lang wonen en werken.

Via het Rode Kruis lukte het in de vijftiger jaren weer contact te krijgen met zijn familie. Iedereen was er nog. Zijn vader en moeder en een jonger zusje woonden aan de Oostzee. In het najaar van 1957 bezocht hij hen. Vol trots moet hij de foto hebben getoond van zijn eerste zoon. In de winter die er op volgde stierven zijn beide ouders binnen 2 weken.  

Later in de zestiger jaren gingen we als kind, zomers 2 weken in Nederland naar een vakantiekamp, speciaal voor kinderen van Pools/Nederlandse ouders. De ouders waren daar overigens niet bij aanwezig. Deze vakantiekampen werden gesubsideerd door een ministerie. Hier was veel aandacht voor de Poolse Cultuur, Taal en de katholieke religie. Hier ontmoetten we kinderen uit alle windstreken van Nederland. Sommigen gingen ook in de zomervakantie al naar hun familie in Polen. Inmiddels waren de contacten immers weer hersteld en kon men per trein of auto naar Polen reizen. 

Wat de invloed was op mijn naam en die van mijn broers en zus, is eigenlijk ook wel leuk. Mijn vader bedacht traditionele Poolse voornamen voor ons, echter daar werd door familie van moederskant toch een Nederlands sausje over heen gegoten.

Tadeusz (Tadek) werd: Tady

Maciej (Macek) werd: Matsie

Kazimierz (Kazik) werd: Kazio

Jadwiga (Jadja) werd: Idwie. 

Even terug naar mijn vader. In Nederland bleef hij als metaalarbeider bij de DRU werken. In elk dorp in de omgeving waren altijd wel enkele Polen woonachtig. Zij zochten elkaar veel op. Er ontstond eigenlijk een soort nieuwe familie. Voor ons als jonge kinderen zagen wij de familie van mijn moeders kant, maar kenden onze Poolse familie van mijn vaders kant helemaal niet. Tot dat wij met hele gezin in 1967 voor het eerst met de trein naar Polen vertrokken. We reisden langs alle zussen van mijn vader. Eerst naar Wolin (pom) en daarna naar Siedliszcze. Deze reis maakte grote indruk op ons allen. Daarna hebben we als gezin om de drie jaar een reis naar Polen gemaakt en het land beter leren kennen.

Ook waren er verschillende Poolse Culturele verenigingen. Hier gingen we af en toe ook naar toe, maar zij waren vaak te ver weg. Ik geloof in Hengelo en Eindhoven.

Ondertussen werden familieleden op uitnodiging van mijn ouders, voor langere tijd uitgenodigd naar Nederland te komen. Zij woonden dan bij ons en probeerden wat te verdienen. Het geld was namelijk op de zwarte markt in Polen zeer veel waard.

Verder herinner ik me nog heel goed dat in Ulft elke 4 weken een Poolse mis in de kapel van het nonnenklooster werd opgedragen. Uit Utrecht kwam dan een Poolse kapelaan met een witte volkswagen kever. Soms kwam hij na de mis bij ons soep eten. Deze kapelaan woonde in Nederland en was dus veel onderweg om overal missen te verzorgen. Dan zag je hoeveel Polen er eigenlijk waren. 

Ik herinner me ook nog dat mijn vader dagelijks op gezette tijden bij de radio zat en naar de nieuwsberichten luisterde. Hij wilde echt niets missen. Verder las hij nog wel Poolse boeken over de oorlog en de geschiedenis.

Verder las hij elke dag de krant en was kritisch over allerlei thema's. Hij volgde de wereldpolitiek en schreef regelmatig een brief naar de rubriek: "Meneer de Redacteur" om ook zijn mening te ventileren.  Hij was lid van de vakbond, lid van de vara en protesteerde tegen de komst van kernraketten en de bouw van kerncentrales. De Nederlandse taal heeft hij nooit goed onder de knie gekregen. Toen hij in Ulft kwam spraken de mensen in zijn omgeving een dialect. Er ontwikkelde zich bij hem een taal die bestond uit een mengeling van Duits, Engels, Nederlands en het dialect. Er doorheen was de grammatica van het Pools merkbaar. Communicatie leidde vaak tot vervelende misverstanden. Dit bleek nagenoeg bij elke Pool het geval. Er moest gewerkt worden en het belang om de Nederlandse taal goed te leren werd ondergeschikt geacht. Mijn vader sprak ons niet in het Pools aan. De poolse taal leerden wij tijdens gesprekken die hij weer had met zijn landgenoten of familie. Door de vele contacten die er onderling waren, werd veel Pools in onze omgeving gesproken. Op verjaardagen werd veel gezongen. De buren vonden het altijd prachtig om te horen.

De kinderen van mijn jongere broers hebben Poolse voornamen. Mijn dochters niet. Met mijn familie in Polen heb ik regelmatig contact. Ik ken mijn neven en nichten behoorlijk goed, evenals hun kinderen. In 2003 zijn wij als gezin op bezoek gegaan naar mijn familie in Polen. 

Ik kan eigenlijk niet ophouden te blijven schrijven, maar wil toch stoppen.

Tot slot een lijst met namen van Poolse families die ik me kan herinneren, omdat wij hen als familie beschouwden:

Bujak, Kaczmarek, Nowak, Slaski, Rog, Jakubowski, Turkawski, Lapinski, Tsjaikowski, Wittmayer, Janusz, Pyrek. Er waren er nog veel meer, ik zal mijn vader er nog eens naar vragen. Hij kende er velen. Ook bij een Stichting in Ulft over de DRU, zijn nog namenlijsten beschikbaar over de inschrijvingen van alle Polen als arbeider. Vast ook interessant.

Tady Slebioda 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM