Uitgebreid zoeken

Oost-Europese joden – de grote emigratiegolf (1881-1933)

In begin april 1882 stond een groepje joodse mannen op het Weesperpoortstation in Amsterdam te wachten op de trein uit Duitsland. Ze vormden een ontvangstcomité dat Russisch-joodse vluchtelingen moest opvangen die vanuit Hamburg in Amsterdam zouden aankomen. Toen de trein met veel geraas het station binnengereden en tot stilstand gekomen was, stapten er inderdaad achttien joodse vluchtelingen uit de wagon. Het ontvangstcomité had alleen op mannen gerekend, maar de groep bleek ook te bestaan uit vrouwen en kinderen. Een aantal dames werd haastig opgetrommeld om zich over de vrouwen en kinderen te ontfermen. De vluchtelingen werden vervolgens tijdelijk ondergebracht bij joodse gezinnen in Amsterdam. Zo was het altijd gegaan met  joodse passanten, maar het was duidelijk dat zo een provisorische benadering niet meer afdoende was. De berichten uit Rusland over toenemende aantallen vluchtelingen waren alarmerend genoeg. Joods Nederland hield de adem in en bereidde zich voor op wat komen ging.

Het groepje joodse vluchtelingen dat op die aprildag in het Weesperpoortstation aankwam, maakte deel uit van de enorme emigratiegolf  van Oost-Europese joden in de jaren na 1881. In totaal emigreerden tussen 1881 en 1933 naar schatting ruim 3 miljoen joden uit Oost-Europa. De grote meerderheid  kwam uit Rusland en (Russisch-) Polen (ca. 2,2 miljoen), maar ook uit Roemenië (ca. 235.000) en delen van (voormalig) Oostenrijk-Hongarije (ca. 900.000) trokken grote aantallen joden weg.

De Oost-Europese joodse emigranten verspreidden zich over vele landen. De Verenigde Staten waren verreweg het populairste reisdoel. In de jaren 1881-1933 vestigden zich ruim 2 miljoen Oost-Europese joden in dat land. Maar ook Argentinië (ca. 160.000) en Canada (ca. 115.000) trokken veel Oost-Europese joodse emigranten aan. In West-Europa vestigden zich relatief veel Oost-Europese joden in Groot-Brittannië (ca. 200.000), Frankrijk (ca. 40.000) en België (ca. 15.000). Waar eerder slechts een handjevol joden had gewoond, ontstonden in veel van deze landen aanzienlijke joodse gemeenschappen.

Er ging na 1881 vrijwel geen jaar voorbij waarin geen Oost-Europese joden op weg waren naar een betere toekomst buiten hun geboorteland. De emigratie van Russische en (Russisch-) Poolse joden bereikte een hoogtepunt in de jaren 1891-1892, 1903-1908 en 1910-1914. Dit waren jaren waarin door pogroms en verscherpte anti-joodse wetten de levensomstandigheden van de Russische en (Russisch-) Poolse joden zeer verslechterde. De emigratiegolf van Roemeense joden kwam iets later op gang en was vooral in de jaren 1900-1904 relatief groot. Het hoogtepunt was in 1903. In dat jaar emigreerden ruim 8.000 Roemeense joden naar de Verenigde Staten.

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) deed de emigratiecijfers sterk dalen, maar de eerste jaren na de oorlog lieten al snel weer een stijging zien. De chaotische toestand in het na-oorlogse Oost-Europa, die gepaard ging met burgeroorlogen, extreem nationalisme, antisemitisch geweld en economische malaise, deed veel joden besluiten om te emigreren. In de jaren 1921-1923 emigreerden ruim 200.000 Oost-Europese joden naar de Verenigde Staten. Ook Canada en Argentinië bleven populair als emigratiebestemmingen.

Het emigreren ging echter steeds moeizamer. Veel landen namen wetten aan om de migrantenstroom in dammen. In de Verenigde Staten werd in 1924 de Johnson Bill aangenomen die specifiek gericht was tegen Oost- en Zuid-Europese immigranten. Ook in Argentinië en Canada werden strengere immigratiewetten opgesteld.

Dit alles leidde ertoe dat de eens zo brede joodse migrantenstroom uit Oost-Europa werd teruggebracht tot een smaller stroompje, dat traag voortkabbelde. De Verenigde Staten lieten na 1923 nog slechts rond de 10.000 Oost-Europese joden per jaar toe, terwijl dat aan het begin van de eeuw en ook nog in 1921 ruim 100.000 per jaar was geweest. Ook in Argentinië en Canada bleven de aantallen Oost-Europese joodse immigranten na 1923 ruim beneden de 10.000 per jaar.

In de statistieken van de Oost-Europese joodse emigratie in de jaren 1881-1933 komt Nederland niet voor als belangrijk immigratieland. Maar met haar grote havensteden als Rotterdam en Amsterdam, van waaruit schepen vertrokken naar landen als de Verenigde Staten en Argentinië, kreeg ook Nederland onvermijdelijk te maken met grote groepen Oost-Europese joodse migranten. De aantallen zijn naar mijn weten nooit precies vastgesteld, maar het moet zeker om tienduizenden mensen zijn gegaan. De overgrote meerderheid was op weg naar één van de havens om zich in te schepen en verbleef hier maar kort. Sommige migranten dreigden hier te stranden en moesten verder geholpen worden door een passantenvereniging. Er waren er ook die besloten hier te blijven en in Nederland een nieuw leven te gaan beginnen. 


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM