Uitgebreid zoeken

Oost-Europese joden in Nederland - verenigingen (1914-1940)

In 1930 emigreerde de latere auteur en regisseur Milo Anstadt (1920-2011) met zijn moeder en zus vanuit de toen nog Poolse stad Lwów naar Amsterdam. Zijn vader woonde er al en nu voegde de rest van het gezin zich bij hem.

Tot de vroegste herinneringen van Milo Anstadt aan zijn jeugd in Amsterdam behoorden de bezoeken aan de (Oost)Joodse Arbeiders Cultuurvereniging Anski:

"Al in de eerste week dat ik in Amsterdam was, kreeg de vereniging Anski voor mij een bijzondere betekenis. Het werd de uitgaansbestemming voor de zondagavonden... Anski was de vriendenkring van mijn ouders. Voor mij werd Anski een leerschool voor politiek en cultuur en een paar jaar later mijn jeugdvereniging. Terugblikkend kan ik zeggen dat ik in die jeugdvereniging mijn basisvorming heb gekregen... Anski was het initiatief van enkele berooide emigranten, maatschappelijke verschoppelingen, die de armoede, onderdrukking, politieke gevaren en sociale uitzichtsloosheid van Oost-Europa waren ontvlucht. Toen zij enkele lotgenoten hadden gevonden stichtten zij een vereniging die op den duur een centrum voor honderden anderen werd. Binnen die vereniging konden bindingen ontstaan die deze gemeenschap van immigranten steun, kracht en hoop schonken. Anski heeft velen voor vereenzaming behoed en voor het gevoel uitgestoten te zijn in dit vreemde land. De vereniging doorbrak voor hen het isolement en stelde hun in de gelegenheid een gevoel van eigenwaarde te ontwikkelen. In Anski hadden zij een platform waarop zij zich konden bewijzen door middel van politieke discussies, partijvorming, inzamelingen voor humanitaire doelen, artistieke prestaties".

Vereniging Anski

De vereniging Anski, genoemd naar de jiddisje schrijver Sch. Anski (1863-1920), was in 1921 opgericht door Oostjoodse immigranten in Amsterdam. De vereniging kwam voort uit de behoefte bij de immigranten om in eigen kring Oostjoodse (jiddisje) literatuur, kunst, dans en toneel te bespreken en te beleven. Door tal van activiteiten, zoals lezingen, dans- en muziekuitvoeringen, zangavonden, toneelvoorstellingen en het inrichten van een bibliotheek, voorzag Anski in deze behoefte. Voor veel Oostjoodse immigranten was de vereniging Anski een tweede thuis in het vaak nog zo vreemde Nederland. En voor veel immigranten heeft Anski de integratie in de Nederlandse samenleving vergemakkelijkt, want zij vormde ook een brug naar de Nederlands-joodse en niet-joodse omgeving. Nederlands-joodse schrijvers en intellectuelen als Joseph Gompers, Sam Goudsmit en Siegfried van Praag, waren regelmatige bezoekers in het lokaaltje van de vereniging in de Valckenierstraat en later op de Nieuwe Achtergracht. Vooral de uitvoeringen door de toneelgroep van Anski trokken de aandacht van een breed joods en niet-joods publiek.

De vereniging Anski was uitdrukkelijk een culturele vereniging, maar de politiek werd zeker niet geschuwd. De meeste leden waren Oostjoodse arbeiders en middenstanders met een zeer progressieve instelling. Het ledenbestand was een mengelmoes van sociaaldemocraten (Bundisten), communisten, linkse zionisten en ook enkele anarchisten. De liefde voor de Oostjoodse cultuur verbond de leden, maar er waren onvermijdelijk ook ideologische tegenstellingen.

In 1939 leidden hevige interne discussies over het Molotov-Ribbentroppact, dat door de communistische leden werd vergoeilijkt,  tot een onherstelbare breuk in de Anski-gelederen. In maart 1940 viel de vereniging uiteen in twee aparte verenigingen.

Andere verenigingen

De vereniging Anski was in de jaren voor 1940 zeker niet de enige Oostjoodse vereniging in Nederland. Naast Anski en de in een eerder artikel door mij genoemde synagogeverenigingen waren er tal van andere Oostjoodse verenigingen en clubjes. Zij lieten zien hoe rijk geschakeerd de Oostjoodse gemeenschap in Nederland was.

De meeste Oostjoodse verenigingen ontstonden in en na de Eerste Wereldoorlog. Zo richtten Oostjoodse vluchtelingen uit België diverse zionistische verenigingen op met namen als Bene Kedem (Zonen van het Oosten), Hasjachar (de Dageraad), Tikwat Zion (de Hoop op Zion) en Poale Zion (Arbeiders van Zion). De laatstgenoemde vereniging was socialistisch-zionistisch en had korte tijd een eigen maandblad in het Nederlands, de Joodsche Volksstem. De niet-zionistische Antwerpse vereniging Kadimah (Voorwaarts) richtte in Amsterdam een afdeling op. Vanaf 1926 bestond in Amsterdam ook een turnvereniging met dezelfde naam, waarvan veel Oostjoodse immigranten lid waren.

Oost-Joods Verbond

In 1931 werd in Amsterdam als tegenhanger van de vereniging Anski het liberaal-zionistische Oost-Joods Verbond opgericht. Volgens Leo Fuks (1908-1990), secretaris van Anski, verliep die oprichting allesbehalve rustig:

"Op zondagavond 27 november 1931 werd de oprichtingsvergadering  van het Oost-Joods Verbond in de Plantage Middenlaan 70 gehouden. De bijeenkomst had een zeer rumoerig karakter, want het Verbond had duidelijk tot doel om zich tegen de Anski-vereniging  af te zetten, en de Anski-leden hebben op die avond onophoudelijk en luid tegen de plannen van de op te richten vereniging geageerd. De voorzitter B. Mahler moest daarom een nieuwe oprichtingsvergadering beleggen, omdat hij zich op die eerste avond niet verstaanbaar had kunnen maken... "

Het Oost-Joods Verbond kwam uiteindelijk toch tot stand. Met haar zusterverenigingen in Den Haag en Rotterdam vormde het Oost-Joods Verbond net als Anski een belangrijk bindend element in de Oostjoodse immigrantengemeenschap in Nederland.

De activiteiten van de in dit artikel genoemde verenigingen waren vergelijkbaar met die van de vereniging Anski:  het houden van lezingen, culturele manifestaties en het bevorderen van de onderlinge contacten tussen de leden. Naast een plaats van samenkomst voor de immigranten, vormden de verenigingen ook een schakel met de wereld buiten de Oostjoodse kring. Voor Nederlandse joden boden de verenigingen de mogelijkheid om direct kennis te maken met de rijke Oostjoodse cultuur. Zo kwam de Nederlands-joodse schrijver Siegried van Praag via Bene Kedem in contact met de jiddisje literatuur en hoorde de zangeres Therèse Stokvis-Bierman de jiddisje liedjes, waar zij later veel succes mee zou oogsten, voor het eerst in het verenigingslokaaltje van Anski.

De Duitse inval in mei 1940 luidde het einde in van de bloeitijd van de Oostjoodse verenigingen in Nederland.  Na de Sjoa heeft een aantal verenigingen, zoals sommige synagogeverenigingen, de vereniging Anski en het Oost-Joods Verbond de verbroken draad weer opgepakt. Maar dat verhaal van herstel van wat nog over was, valt helaas buiten het bestek van dit artikel.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM