Uitgebreid zoeken

Oostjoodse vluchtelingen en migranten (1881-1933): een vrijwel vergeten groep

"Bij het onzekere licht van een paar petroleumlampen zagen wij de massa's vluchtelingen op hun bagage, die meestal uit lompen bestond, liggen en zitten... De meeste van deze mensen waren in vodden gekleed. Honger en lange jaren van uiterste armoede hadden hun gezichten grijsgrauw gekleurd. Om hun bewegen lag een floers van hopeloze onmacht; een doffe, bijna onmenselijke berusting".

Dit zou een tafereel in een hedendaags vluchtelingenkamp kunnen zijn, maar dat is het niet. In zijn memoires beschrijft de Rotterdammer P. van Paassen een groep Oost-Europese joodse vluchtelingen die aan het eind van de negentiende eeuw op weg is naar een betere toekomst aan de overkant van de oceaan. 

De groep op de kade van Rotterdam maakte deel uit van de enorme stroom joodse emigranten uit Oost-Europa in de jaren 1881-1914. In deze jaren emigreerden naar schatting twee miljoen Oost-Europese joden, die ook wel Oostjoden werden genoemd, naar landen als de Verenigde Staten, Canada en Argentinië. Met die twee miljoen waren deze jaren het onbetwiste hoogtepunt, maar ook na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) bleven grote groepen Oostjoden uit hun geboortelanden wegtrekken. Pogroms, anti-joodse wetten, sociale en culturele discriminatie, armoede, gebrek aan toekomstperspectief... Er waren veel goede redenen om het geluk elders te gaan zoeken. Reclamecampagnes van scheepvaartmaatschappijen, snellere communicatiemiddelen en een betere informatievoorziening door joodse hulporganisaties droegen hun steentje bij. Het resultaat was een gestage en soms sterk aanzwellende stroom van joodse emigranten. Er ging na 1881 bijna geen jaar voorbij of er trokken Oost-Europese joodse migranten door de West-Europese hoofd- en havensteden. Ook door die in Nederland. 

De meeste Oostjoodse migranten bleven hier maar betrekkelijk kort. Maar er waren er ook die hier voor langere tijd verbleven. En sommige Oostjoden maakten van Nederland hun nieuwe thuis. Zij trouwden, kregen kinderen, leerden met vallen en opstaan de taal en gingen in loondienst werken of bouwden eigen zaken op. Dat laatste soms met veel succes. Bekend is het verhaal van Abram Tuschinski die zich opwerkte van vestenmaker tot de grootste bioscoopexploitant van vooroorlogs-Nederland. Maar wie weet nog dat de Roemeense joodse immigrant Marcu Cohn de gewone Nederlander wijn heeft leren drinken? Dat de stichter van de ooit in Amsterdam en omstreken beroemde electronicazaak "RAF" in de Rijnstraat een zoon van Oostjoodse immigranten was? De naam "RAF" is een afkorting van Rafalowicz. 

In het begin hadden de Oost-Europese joodse immigranten een sterke neiging om in steden als Amsterdam en Rotterdam bij elkaar in de buurt te gaan wonen. In Amsterdam ontstonden zo Oostjoodse buurtjes rond de Nieuwe Kerkstraat-Manegestraat (zie foto) en Swammerdamstraat-Blasiusstraat. Ook richtten de Oostjoodse migranten vooral na de Eerste Wereldoorlog eigen verenigingen op om iets van de band met eigen cultuur en achtergrond in stand te houden. Bekend is de vereniging "Anski" die vooral voor de Tweede Wereldoorlog ook voor menige Nederlandse jood een eerste contact betekende met de rijke Oost-Europese joodse cultuur. 

Die Tweede Wereldoorlog betekende uiteraard ook voor de Oostjoden in Nederland een breekpunt in hun geschiedenis. Velen zijn weggevoerd en vermoord in de Duitse vernietigingskampen. 

Het verhaal van de Oostjoodse migranten is zowel in de Nederlandse als Nederlands-joodse geschiedenis een vrijwel onbekend hoofdstuk. In 1988 heb ik in het kader van mijn afstudeerscriptie uitgebreid onderzoek gedaan naar de opvang van deze migranten in ons land in de periode 1881-1933. Ik voelde mij toen echt een pionier. En eigenlijk ben ik ook een beetje een pionier gebleven. Voor zover ik kan overzien, is de laatste bijdrage aan het onderzoek naar deze groep migranten in 2013 geleverd door Peter Tammes, Karin Hofmeester en Justus van de Kamp. Hun onderzoeksresultaten hebben zij gepubliceerd in de bundel "Oostjoodse Passanten en Blijvers", dat verschenen is in de reeks Menasseh Ben Israel Instituut Studies. Daarnaast is er hier en daar nog het een en ander over deelaspecten gepubliceerd. Van een samenvattend overzichtswerk is het nog niet gekomen. 

Het is jammer dat deze oogst zo schraal is. De Oostjoodse migranten met hun boeiende geschiedenis verdienen meer.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM