Uitgebreid zoeken

Beeld en beeldvorming rond gemengde relaties

Wanneer in Nederland in de negentiende en twintigste eeuw, vrouwen en meisjes een vreemdeling tot partner kozen, konden ze in het gunstigste geval rekenen op bezorgde en nieuwsgierige opmerkingen en in het ergste geval op vooroordeel, pesterijen en uitsluiting. De reacties op etnisch gemengde relaties, vertoonden overeenkomsten met de algemene omgang met nieuwkomers in Nederland. De ontvangst werd door verschillende factoren bepaald. De hoeveelheid migranten in het land was van belang; het veronderstelde unieke karakter van hun aanwezigheid; evenals de beeldvorming in de media. Een aanvankelijk welkom en interesse voor vreemdelingen kon omslaan in een vijandige afwijzing wanneer het nieuwtje ervan af was, of wanneer dezen een bedreiging leken voor de kansen van Nederlanders op de arbeids- en woningmarkt.

Mediabeeldvorming
Daarnaast was de mediabeeldvorming in nieuwsberichtgeving en in kunst- en cultuuruitingen bepalend voor hoe Nederlanders omgingen met vreemdelingen. De invloed van mediabeeldvorming op de acceptatie van gemengde relaties werd ook vastgesteld in het onderzoek van Marleen Kamminga over krantenberichtgeving in 1993. Het was een effect dat ook werd opgemerkt door Dienke Hondius die gemengde huwelijken in Nederland onderzocht: ‘Die beelden komen naar voren in de eerste reacties […] van hun ouders, broers en zussen, vrienden en kennissen, collega’s of zomaar op straat, van onbekenden.’ Het vereiste moed en doorzettingsvermogen om dit voortdurende commentaar te doorstaan.

Bedreiging
De echtgenoten uit de huwelijken uit 1886, 1906 en 1928 die in het boek A True History Full of Romance centraal staan, moesten eveneens het hoofd bieden aan commentaar dat leek op de beeldvorming over vreemdelingen in kranten, tijdschriften en andere media. In 1883 was Frederick Taen, de echtgenoot uit de eerste casus van het boek, een van de weinige Chinezen in Nederland. Desondanks werd hij vanwege zijn verloving met Mia Cuypers als een bedreiging ervaren. De verhalen waarmee familie, vrienden en buitenstaanders zich over het paar uitlieten, resulteerden in een beeldvorming die vóór, tijdens en na het huwelijk in aard en intensiteit verschillende vormen zou aannemen. Ook de berichtgeving over Indiaanse mannen zoals Angus Montour, als die van woeste bewoners uit een ver land, beantwoordde niet aan de ideeën over een geschikte huwelijkspartner voor een Nederlandse ‘witte’ vrouw. In Nederland associeerde men Indiaanse mannen met avonturenromans, niet met het echte leven. De stereotiepe beeldvorming leidde voortdurend tot misverstanden. Gedurende haar huwelijk zou Johanna Van Dommelen steeds moeten verkondigen dat ze ondanks haar huwelijk met een Mohawk man een heel gewoon leven leidde. Het was een verzekering die Nederlandse vrouwen in een ‘gemengde’ relatie vaak moesten geven. Op hun beurt ervoeren de echtgenoten Marie Borchert en Joseph Sylvester, dat Nederlanders zich evenmin een huwelijk tussen een ‘witte’ vrouw en een ‘zwarte’ man konden voorstellen. Ofschoon de eerste Surinaamse migranten in de jaren twintig en dertig in Nederland een zeker respect afdwongen, was het voor Nederlandse vrouwen en Surinaamse mannen een taboe om een relatie te beginnen. ‘Deed je het toch, dan was je een slet,’ herinnert zich de echtgenote van een Surinaamse man. Een andere echtgenote van een Surinaamse man vertelt dat vrienden en collega’s haar negeerden en voorbijgangers op straat haar beledigden.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM