Uitgebreid zoeken

Bekend Indisch schrijver

Na zijn repatriëring naar Nederland in 1954 wist Tjalie Robinson vrij gemakkelijk aan de slag te komen. Zo schreef hij lange columns en artikelen voor verschillende dag- en weekbladen. Ook bleef hij zijn Nederlandstalige publiek in Indonesië nog jarenlang bedienen met openhartige verslagen over zijn eerste indrukken van het leven in Nederland. Ook publiceerde hij twee bundels literaire verhalen, hoewel hij zelf niet hield van termen als literator en kunstenaar. Hij had het liever gewoon over vertellingen. Met zijn bundels Tjies (1956) en Tjoek (1960) groeide hij uit tot één van de belangrijkste Nederlandse schrijvers van zijn generatie. Hij wordt vaak in één adem genoemd met Indische schrijvers als Edy Du Perron, Beb Vuyk, Maria Dermoût, Han Friedericy, Rob Nieuwenhuys, Willem Walraven en Albert Alberts. Maar bij zijn komst naar Nederland in het midden van de jaren vijftig was Tjalie Robinson vooreerst een schrijver en journalist op zoek naar werk en naar een publiek. In de Nederlandse wereld van kranten en literatuur voelde hij zich een buitenstaander. Uitgevers zetten zich volgens hem niet genoeg in voor de overzeese literatuur en boekhandelaars vond hij onverschillig reageren. Het grote publiek had al helemaal geen weet van de Indische stem. Tegelijkertijd ontmoette hij bij de honderdduizenden lotgenoten uit de voormalige kolonie ook weinig belangstelling voor de schone letteren.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM