Uitgebreid zoeken

Beleid arbeidsmigranten

Er was na 1950 een groot tekort aan arbeidskrachten, dus waren arbeidsmigranten zeer welkom. Nederland sloot met zes landen een wervingsverdrag. Aanvankelijk kwamen er veel arbeiders uit Spanje, later uit Turkije en Marokko. De regeling van vergunningen voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers is een aantal keren veranderd. In 1964, toen er nog een grote behoefte aan arbeidskrachten bestond, kwam er een minder strenge regeling (Wet Arbeidsvergunning Vreemdelingen). Vanaf de jaren '70 voerde de Nederlandse overheid een streng toelatingsbeleid voor arbeidsmigranten. Dat had te maken met de economische recessie na de oliecrisis en de stijgende werkloosheid in Nederland. Aan de officiële werving van arbeidsmigranten uit Zuid-Europa, Turkije en Marokko kwam een einde in 1973. Met de Wet Arbeid Buitenlandse Werknemers (1979) kwamen er strengere regels voor de toelating van arbeidsmigranten. De wet schreef ook hogere straffen voor bij werkgevers die zonder vergunning buitenlandse arbeiders lieten werken. De voorrang voor werknemers uit Nederland en EU-landen was explicieter vastgelegd. Deze regeling werd in 1995 aangescherpt met de Wet Arbeid Vreemdelingen. Men wilde de toestroom van laaggeschoolde arbeiders voortaan zoveel mogelijk voorkomen, ook als de arbeidsmarkt weer wat krapper zou worden. Een deel van de arbeidsmigranten uit de wervingsperiode bleef in Nederland en liet gezinsleden of een huwelijkspartner uit het land van herkomst overkomen. Ook deze migratie in het kader van gezinshereniging en gezinsvorming is in de loop der tijd steeds meer beperkt door hoge eisen te stellen aan huisvesting en inkomen.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM