Uitgebreid zoeken

Fasen in de adoptiegeschiedenis

In de Nederlandse geschiedenis van de adoptie zijn drie fasen te onderscheiden. In de eerste fase, de periode tot 1970, adopteerden mensen kinderen vooral omdat ze die zelf niet konden krijgen. In de tweede fase, de jaren tot 1985, ging het veel meer om een vorm van maatschappelijk engagement. Adoptie als een manier om de problemen in de ‘Derde Wereld’ een beetje te helpen verlichten. Anders dan betrokkenen in de eerste periode hadden deze ouders vaker al eigen kinderen. In de jaren ná 1985 nam het realiteitsbesef weer de overhand. Dat gold zowel voor ouders als voor de instanties die bemiddelden en hulp verleenden. Als vanouds ging het steeds vaker om kinderloze echtparen met een sterke kinderwens. Maar ook de landen waaruit tot dan toe veel kinderen waren gerekruteerd voor adoptie, reageerden niet meer hetzelfde. Niet alleen Indonesië, maar bijvoorbeeld ook Zuid-Korea en India kondigden strenge maatregelen af tegen kindermigratie naar het Westen. Zij begonnen juist de adoptie in eigen land te stimuleren. Zuid-Amerikaanse landen als Brazilië en Columbia kwamen met net zo’n beleid.

Trefwoorden:

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM