Uitgebreid zoeken

Poorterboek

Poorterboek

Het poorterboek als historische bron

Tot 1800 registreerde de stad nieuwe burgers in de poorterboeken. Het poorterschap, daterend uit de Middeleeuwen, was een soort stedelijk burgerrecht. Hieraan waren vooral economische rechten verbonden. Zo genoten poorters tolvrijheid, de mogelijkheid door een gilde als meester te worden aangenomen, benoembaarheid in de meeste ambten en het recht voor de stedelijke rechtbank zaken aanhangig te maken. Maar vooral ook het recht op zorg van hun kinderen als zij wees zouden worden. Aangezien het stadsbestuur het poorterschap als een privilege beschouwde en er een prijskaartje aan verbond, kon slechts een minderheid van de bevolking dit betalen. Bovendien werd er gediscrimineerd op basis van religie (joden algemeen, katholieken soms), sekse en huwelijkse staat. Onderzoek naar registraties van poorters in de zogenaamde poorterboeken, is voor veel plaatsen reeds verricht. Maar doorgaans slechts steekproefsgewijs.

Migranten in het poorterboek

Waar autochtonen het poorterschap door geboorte konden verwerven, waren nieuwkomers doorgaans aangewezen op koop, schenking of een huwelijk met een poorterdochter. In de poorterboeken staan de personalia van de poorter en van diens getuigen. Hieruit kan de herkomst van de poorter worden afgeleid, maar ook het sociale netwerk waarin de vreemdeling zich bevond. Een belangrijk nadeel van de poorterboeken als bron voor historisch onderzoek is het selectieve karakter. Het armere en dus grootste deel van de immigrantenbevolking komt er niet in voor.

Collectie Regionaal Archief Leiden.

Trefwoorden:

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM