Uitgebreid zoeken

Gesloten grenzen

Frankrijk, België, Zwitserland en Nederland waren bang om overspoeld te raken door vluchtelingen uit Duitsland, maar ook om het steeds machtiger wordende buurland voor het hoofd te stoten. Deze landen probeerden tevergeefs om internationale afspraken te maken zodat ook andere landen zich garant zouden stellen voor de opvang van vluchtelingen. Het gevolg was dat de meeste buurlanden van Nazi-Duitsland het toelatingsbeleid steeds strenger maakten om te voorkomen dat joodse vluchtelingen hun kant opkwamen.


In maart 1933 konden vluchtelingen nog vrij gemakkelijk Nederland binnenkomen. In mei 1934 werd het beleid al strenger. Duitse joden werden alleen nog tijdelijk in Nederland toegelaten. Poolse joden die al in Nederland waren, moesten zoveel mogelijk naar hun eigen land terugkeren. Nieuwe Poolse en stateloze vluchtelingen zouden niet meer toegelaten worden, tenzij sprake was van dreigend levensgevaar. In mei 1938 werd voor Duitse joden niet langer een uitzondering gemaakt. Nederland nam geen vluchtelingen meer op. Voortaan zouden alle vluchtelingen bij de grens tegengehouden worden. Zodra de politie in de gaten kreeg dat een immigrant uit Duitsland joods was, werd deze 'illegaal' verklaard en waar mogelijk teruggestuurd. Deze maatregel leidde tot veel protest in de pers en in de Tweede Kamer. In de praktijk werd de maatregel niet zo streng toegepast. Er bleven nieuwe vluchtelingen binnenkomen en eenmaal binnen bleek het niet zo eenvoudig hen weer naar Duitsland terug te sturen. Dat gebeurde dan ook maar af en toe.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM