Uitgebreid zoeken

Gildearchieven

Gildearchieven/registers

Ambachtsgilden kwamen tot het einde van de 18e eeuw en soms nog later in alle steden met minimaal enkele duizenden inwoners voor. Er waren gilden voor schoenmakers, chirurgen, bakkers, handelaren, bierbrouwers, zakkendragers en nog vele andere. Als men een beroep wilde uitoefenen, moest men vaak lid zijn van de gilde van het betreffende beroep. Zo ook buitenlandse ambachtslieden van wie de mobiliteit altijd groot is geweest. De wens of noodzaak elders een vak te leren of er een grotere bekwaamheid in te verkrijgen, heeft steeds mensen tot migratie aangezet. Leerjongens maakten als onderdeel van hun opleiding een rondreis langs verschillende leermeesters. Leerlingen en knechten werden soms geregistreerd in de archieven van het gilde waarbij hun werkgever of leermeester was aangesloten.

Migranten die zelfstandig een beroep wilden uitoefenen, waren net zoals hun lokale collega’s verplicht lid te worden van een gilde. Zo waren Duitse handelaren in Utrecht verplicht om lid te worden van het marsliedengilde en in Amersfoort van het kramersgilde. Alle leden zijn in ledenregisters terug te vinden. Soms is ook de geboorteplaats of herkomst van deze persoon vermeld, bij voorbeeld bij een aantal gilden in Amsterdam.

Soms ook werden vreemdelingen niet toegelaten, maar konden zij tegen betaling wel een vergunning krijgen om een beroep uit te oefenen. Vooral ventvergunningen voor vreemdelingen zijn bekend. Joden zijn over het algemeen altijd gediscrimineerd door gilden. Behalve in enkele Amsterdamse gilden zijn zij tot in de 18e eeuw geweerd. Vanaf die tijd werden er uitzonderingen gemaakt op deze regel, waarmee ook registratie van joden en hun herkomst in de gildearchieven terug te vinden is. De discriminatie van joden is pas echt beëindigd met de opheffing van de gilden zelf.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM