Uitgebreid zoeken

Grauw en grijs

‘…De eerste keer naar Polen, met de kinderen. De kinderen kenden Polen eigenlijk niet. De jongste helemaal niet en de oudste kon het zich nog vaag herinneren. Niet veel. We waren naar Warschau gereden. Ja, dat was wel een shocktoestand. Ik weet niet of het bij iedereen zo is, maar ik denk het wel. Wij hebben de herinneringen van vroeger in ons hoofd mooier gemaakt. Wij hebben de gewoonte dat we dingen in ons hoofd mooier maken dan dat ze werkelijk waren. En dus in die lange rit… We waren al acht jaren buiten Polen en omgeven door het mooie, rijke Westen. In Oostenrijk was het helemaal een sprookje. En dan Nederland. Het is allemaal keurig, netjes, mooi en welvarend. Alles is gewoon netjes. En wij gingen blijkbaar de herinneringen van onze eigen stad, het ouderlijk huis en de straat zo zien zoals je dat in het westen ziet. Dat botst met werkelijkheid. Toen we daar kwamen… Het was totaal niet zoals we dat ons konden herinneren. Het was verschrikkelijk. We liepen daar echt met tranen in onze ogen door de stad te kijken hoe grauw en somber het allemaal was. Mensen die zo ongelukkig zijn. Ik denk dat dát ook is wat een westerling ziet als hij naar Oostbloklanden gaat. Dat grauwe en de armoe. Mensen die ongelukkig zijn, niet blij zijn en niet lachen. Dat hadden wij. Omdat wij al zo lang hier waren, was de botsing met de realiteit zo groot. Vroeger, toen we jong en verliefd waren, liepen we door de straat en alles was zo mooi. Nu was het zo lelijk.’


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM