Uitgebreid zoeken

Hoe ga ik om met niveauverschillen?

Spoorzoekersprojecten zijn in principe geschikt voor alle niveaus van het VO. Leerlingen in de lagere klassen en met lagere niveaus hebben vaak baat bij meer structuur, bijvoorbeeld door:

  • Het opknippen in heldere deeltaken met tussentijdse feedback
  • Samenwerken met bijvoorbeeld Nederlands
  • Oefenen met het zoeken en contact leggen met ’hun’ migrant en kennismakingsgesprekken
  • Oefenen met het stellen van open en gesloten vragen in de klas aan de hand van foto’s uit vorige projecten [Zie bijvoorbeeld de projecten van het Cartesiuslyceum Amsterdam en van het Stedelijk Gymnasium Schiedam in de map ‘Materiaal docenten’]
  • Suggesties voor interviewvragen [Zie bijvoorbeeld Bijlage 3 van het project van het Da Vincicollege in Leiden in de map ‘Materiaal docenten’]
  • ‘Formulieren’ waarin de structuur van het verslag al is verwerkt.

Bij het werken in groepjes kan de docent overwegen om leerlingen met elkaar te laten samenwerken die verschillen in sterke punten: communicatie, planning en organisatie,  creativiteit, opzoeken van historische contexten, verslag maken en presenteren etc.

De rubrics zijn bruikbaar voor elk niveau. Daardoor kunnen prestaties van leerlingen die boven het verwachte niveau presteren óók zichtbaar worden. De normering moet natuurlijk wel passen bij het niveau. Ook kan het handig zijn om het taalgebruik aan te passen. Zie voor meer informatie het onderdeel - Beoordelen voor voorbeelden van rubrics en normering. 


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM