Uitgebreid zoeken

Italië

[title]

De eerste Italianen in Nederland waren vooral bankiers uit Lombardije. In 1287 werd voor het eerst melding gemaakt van een Lombardische bankier in Delft. Zij dreven daar tot in de 15de eeuw zaken in een pand achter de Markt. In verschillende steden zijn straatnamen die verwijzen naar deze Lombarden. Andere vroege voorbeelden zijn de ongeveer 1500 huursoldaten die in 1593 in Winschoten aankwamen en enkele protestanten die in de 17de eeuw Italië ontvluchtten. Zo kwam Giovanni Battista in 1612 naar Groningen. Hij was protestant en kreeg asiel omdat protestanten in Italië werden vervolgd en verbannen. Ook Tommasso Antonio Astorini, afkomstig uit het Zuiden, kreeg asiel vanwege zijn geloof en mocht in 1686 gratis medicijnen studeren in Groningen.

Vanaf de 17de eeuw kwamen ook muzikanten, artiesten, handelaren, kooplieden, zeelui en schoorsteenvegers. Veel Italiaanse migranten kwamen uit de Alpendalen van Noord- Italië waar de opbrengst van de landbouw niet voldoende was om alle gezinsleden te onderhouden. Al vroeg specialiseerde ieder dal zich daarom in een bepaald ambacht. Vooral in het winterseizoen zochten mensen werk in het naburige Zwitserland, Frankrijk of nog verder weg. Zo kwamen de schoorsteenvegers bijna allemaal uit Piemonte, de ijsbereiders uit Belluno, de terrazzowerkers uit Friuli en de beeldenmakers uit Toscane. Pas na de Tweede Wereldoorlog werden vooral ongeschoolde Italianen uit andere gebieden in Italië aangetrokken voor het werk in mijnen en fabrieken als gastarbeider.

Eeuwenlang verlieten Italianen voor korte of langere tijd hun woonplaats om elders de kost te gaan verdienen. Frankrijk was populair, maar ook Zwitserland en Duitsland. In de tweede helft van de 19de eeuw nam de omvang van de emigratie toe en werden de bestemmingen diverser. De verbindingen naar overzeese bestemmingen werden sneller en goedkoper. Naast Europese landen vertrokken mensen nu ook naar Argentinië, Brazilië en de Verenigde Staten. Tot de Tweede Wereldoorlog bleven grote aantallen Italianen vertrekken in de hoop op een betere toekomst. Na de oorlog nam dat aantal gestaag af. In 1973 was de migratiebalans voor het eerst positief, en aan het eind van de 20ste eeuw was Italië een immigratieland geworden.

Italiaanse ambachtslieden: Tijdens de Gouden Eeuw en daarna kwamen uit Duitsland veel arbeiders om te helpen met hooien in de drukke zomermaanden. Deze Duitse trekarbeiders vertrokken weer naar huis om het volgend jaar terug te komen. Voor Italianen was deze seizoensarbeid geen optie. Over instrumentmakers, stucadoors en beeldenmakers/figuristi.Lees meer

Schoorsteenvegers: Hoewel Italianen veel soorten werk deden was er een sterke concentratie in een aantal beroepen. In de negentiende eeuw vormden schoorsteenvegers de grootste groep Italiaanse migranten in Nederland Lees meer

IJsverkopers: De migratie van Italiaanse ijsverkopers kwam op gang in de tweede helft van de 19de eeuw. Deze Italianen verkochten hun ijs vanuit ijscokarretjes of zij waren eigenaar van een ijssalon. Lees meer

Terrazzowerkers: Rond 1900 kwamen de eerste Italiaanse terrazzowerkers naar Nederland. Zij vestigden zich onder meer in Den Haag. Toen bleek dat er voldoende werk was, volgden hun streek-en dorpsgenoten.Lees meer

Mijnwerkers uit Italië: In de Nederlandse mijnen werkten vanaf het begin van de 20ste eeuw veel buitenlanders, onder wie een klein aantal Italianen. Zij waren afkomstig uit het noorden van Italië en hadden voor hun komst vaak in het Duitse Ruhrgebied gewerkt of in de Belgische en Franse mijnen. Het kleine aantal Italiaanse mijnwerkers steeg in de jaren '20, maar nam weer af tijdens de economische crisis in de jaren '30. Lees meer

Gastarbeiders uit Italië: Tussen 1949 en 1975 kwamen tienduizenden gastarbeiders  uit Italië naar Nederland. De meesten waren afkomstig uit de arme delen van Italië. Vooral het zuiden en het eiland Sardinië kampten na de Tweede Wereldoorlog met hoge werkloosheid.Lees meer

Trefwoorden:

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM