Uitgebreid zoeken

Kritische houding: aandachtspunten

Leerlingen worden uitgedaagd om kritisch te kijken naar dat wat voortkomt uit het interview. Want wat was het doel van het interview? Was er een specifieke onderzoeksvraag of was het doel om zoveel mogelijk te documenteren over een bepaalde onderwerp? Wat werd er gezegd en hoe werd het gezegd? Welke ervaringen en gebeurtenissen selecteerde de geïnterviewde en hoe verwoordde en beoordeelde degene die vervolgens? En wat is het verschil tussen het interviewen van eigen familie en kennissen enerzijds en onbekenden anderzijds? Erg veel zaken om rekening mee te houden. In praktijk blijkt dan ook dat het lastig is om dit allemaal van leerlingen te verlangen. Een aantal bevindingen uit de praktijk:

Informatie verzamelen en ordenen

Laat leerlingen nadenken over het doel van het interview. Willen ze zoveel mogelijk te weten komen over het levensverhaal van de geïnterviewde of over bepaalde aspecten van diens leven? Je kan ze helpen door klassikaal een voorbeeld vragenlijst te maken om de informatie die ze willen verzamelen, te ordenen. Wanneer het gaat om levensverhalen van migranten is het vaak handig om vast te houden aan de grotere thema’s: vertrek uit thuisland, aankomst in Nederland (reis), wonen, werken, contact met Nederlanders, familie/gezin en vrije tijd.

Vragen stellen

Oefen veelvuldig met vragen stellen. Leerlingen denken in veel gevallen dat interviewen niet lastig is, je stelt toch gewoon een aantal vragen? Ze houden echter geen rekening met zenuwen, gesprekken die stokken, geïnterviewden die teveel praten of het gebrek aan kennis waardoor doorvragen als eng ervaren wordt. Laat ze daarom klassikaal oefenen, met elkaar of met jou als docent. Zie de punten onder ‘IV Leren vragen stellen’ voor tips.

Omgaan met ooggetuigen als bron

Leerlingen hebben de neiging om dat wat hen verteld wordt in een interview voor waar aan te nemen. Het is dan ook lastig om hen duidelijk te maken dat de geïnterviewde niet hoeft te liegen, maar dat zijn verhaal toch hier en daar niet geheel waarheidsgetrouw hoeft te zijn. Dit is nog lastiger wanneer het eigen familie betreft, kritisch kijken naar het verhaal van opa, oma of vader en moeder is moeilijk. Verwacht dan ook niet dat leerlingen dit snel zullen doen. Om leerlingen toch wat houvast te bieden om tijdens het uitwerken van het interview een onderscheid te maken tussen wat relevant is en wat niet, kun je ze van tevoren onderzoek doen naar het land van herkomst (plaats en tijd van vertrek), waarom migreerden mensen vanuit die regio en Nederland ten tijde van aankomst? 

Interviewen van eigen familie

Het interviewen van eigen familie kent voor- en nadelen. Het grootste voordeel is dat het vertrouwd is en voor veel leerlingen daardoor minder eng is om een interview af te nemen. Het is laagdrempelig, het is gemakkelijk om nog een paar vragen te stellen die werden vergeten tijdens eerste interview en er is doorgaans meer tijd voor een interview. In de praktijk blijkt dat leerlingen die eigen familie interviewen ook beter in staat zijn te contextualiseren in een eindverslag. Dat komt over het algemeen omdat familieleden meer contextkennis bieden in het interview; oma of opa die even snel uitlegt hoe dat vroeger zat.

Een nadeel bij het interviewen van familieleden is dat veel leerlingen het lastig vinden om kritisch te kijken naar het verhaal dat verteld wordt. Het is dan ook heel lastig dit van ze te verlangen. Een ander nadeel wordt gevormd door de informatie die familieleden, en dan met name ouders, nog wel eens achter willen houden. Het kan voor het geïnterviewde familielid kwetsbaar voelen om alles te vertellen, bijvoorbeeld over de angsten die gepaard gingen met de migratie naar Nederland. Ouders willen hun kinderen beschermen en zullen geneigd zijn sommige dingen niet vertellen. Deels omdat ze hun kind daar te jong voor vinden, deels omdat ze het beeld dat kinderen van hun ouders hebben niet willen aantasten. In het geval van grootouders is dit vaak anders. Uit de verscheidene Spoorzoekersproject blijkt dat grootouders leerlingen soms zaken vertellen die hun ouders niet eens weten. Juist omdat deze grootouders hun eigen kinderen ook niet wilden belasten met ervaringen, maar de afstand tot het kleinkind anders voelt en ze op een leeftijd zijn waarop ze reflecterend terug kunnen kijken. 


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM