Uitgebreid zoeken

Griekenland

Griekenland

De Nederlandse regering sloot in 1966 een wervingsverdrag met Griekenland om ingezetenen van dat land tijdelijk naar Nederland te halen. Zij kwamen hier werken totdat bedrijven stopten met de werving van buitenlandse werknemers. In totaal kwamen er 7.600 Griekse arbeiders, mannen en vrouwen. In de jaren '70 nam de migratie af, om eind van de eeuw weer toe te nemen. Ook in de zeventiende, achttiende en het begin van de twintigste eeuw vestigden Griekse migranten zich op Nederlands grondgebied. Anno 2010 bedraagt hun aantal zo’n 14.000 personen. Een getal dat nog steeds groeit als gevolg van het vrije verkeer van werknemers dat sinds 1988 binnen de Europese Unie mogelijk is geworden

Griekse studenten en handelaren in de 18de eeuw: de eerste Grieken die naar Nederland kwamen waren geestelijken die in de 17e eeuw aan de universiteit van Leiden gingen studeren. Ook kwamen er Grieken naar Amsterdam die op Nederlandse schepen hadden aangemonsterd, zoals Yannis Biz·s. lees meer

Griekse migratie als gevolg van de Megali Katastrofi: in het begin van de 20e eeuw is voor de Griekse migratie de periode van de Megali Katastrofi (grote catastrofe) van belang. Vanwege de Turkse overwinning op de Grieken in de stad Smyrna (Klein-Azië, het huidige Turkije), moesten meer dan een miljoen Grieken in 1922 hun geboortegrond ontvluchten. lees meer

Gastarbeiders uit Griekenland: met de komst van Griekse gastarbeiders in de jaren zestig begon de Griekse gemeenschap pas echt te groeien. In 1966 sloten de Nederlandse en Griekse regering een wervingsverdrag, waarna Nederlandse bedrijven in Griekenland arbeiders konden werven. lees meer

Migratiecijfers: lees meer

De eerste Grieken die naar Nederland kwamen waren geestelijken die in de 17e eeuw aan de universiteit van Leiden gingen studeren. Ook kwamen er Grieken naar Amsterdam die op Nederlandse schepen hadden aangemonsterd, zoals Yannis Biz·s. Hij werkte in 1729 op een schip van de VOC, maar dan wel onder zijn vernederlandste naam Jan van Biessen. In de loop van de 18e eeuw vestigden zich ook Griekse handelaren in Amsterdam. Inwoners van Smyrna (Klein-Azië) richtten hier en in andere West-Europese steden handelshuizen op om Europese producten te kopen en oosterse producten te verkopen. De Griekse kolonie in Amsterdam bestond in die periode overigens niet alleen uit handelaren uit Smyrna, maar ook uit Grieken uit Chios, Thessaloniki en Zagori. Toen de gemeenschap groeide, vroeg men in 1752 toestemming een Orthodoxe kerkdienst te houden in een woning in de Koningsstraat. Later kwam men bijeen op een zolder gewijd aan de Heilige Katharina. In 1763 verhuisde de kerk naar een pand op de Oudezijds Voorburgwal, dat men kon kopen dankzij de erfenis van een in Nederlands-Indië overleden Griekse handelaar. Een eeuw later woonden er nauwelijks Grieken meer in de hoofdstad; in 1866 werd de kerk gesloten. Dankzij de ooggetuigenverslagen van koopman Ioannis Pringos, die in 1755 naar Amsterdam kwam, kunnen we ons een beeld vormen van de Griekse gemeenschap in deze periode. Zijn impressies van Nederland zijn nog altijd de moeite waard. 

 

In het begin van de 20e eeuw is voor de Griekse migratie de periode van de Megali Katastrofi (grote catastrofe) van belang. Vanwege de Turkse overwinning op de Grieken in de stad Smyrna (Klein-Azië, het huidige Turkije), moesten meer dan een miljoen Grieken in 1922 hun geboortegrond ontvluchten. Zij vestigden zich voor een belangrijk deel op de Griekse eilanden in de Egeïsche Zee. Later vond een officiële uitwisseling plaats van Turkse minderheden in Griekenland en Griekse minderheden in Klein-Azië, zoals was vastgelegd in het Verdrag van Lausanne (1923). De officiële naam van de stad Smyrna was toen door de Turkse overheid al veranderd in de huidige naam: İzmir.
De gevluchte Grieken vestigden zich niet alleen in Griekenland, maar trokken ook door naar andere delen van Europa en naar de Verenigde Staten. In Nederland richtte een aantal van hen ondernemingen op, waarmee zij in het spoor van eerder gemigreerde landgenoten traden, zoals de sigarettenfabrikanten Yokarinis (Amsterdam) en Vafiadis (Bilthoven). Vanaf de jaren twintig handelden Cleomene Aridjis en Charilaos Chiotakis in Utrecht respectievelijk in wijn en bont. Onder de Grieken uit Klein-Azië die zich in België vestigden, bevonden zich Leonidas Kestekides en Jean Daskalidès. Zij zouden met het maken van pralines internationale faam verwerven.
In Rotterdam bevond zich vóór de Tweede Wereldoorlog een kleine gemeenschap van voormalige Griekse zeelieden die zich bezighielden met aan de scheepvaart gerelateerde activiteiten. Naast scheepsbevoorraders en -agenten kon men in het havengebied ook Griekse cafés en restaurants aantreffen. Afgemonsterde zeelieden deden er boodschappen voor scheepsbemanningen. Ze probeerden kleine artikelen zoals sigaretten en chocolade op hun handkarren te verkopen of vanaf de motorbootjes waarmee ze langs de schepen voeren.

Meer:
Cleomene Aridjis een Griekse ondernemer
Charilaos Chiotakis, bonthandelaar

Met de komst van Griekse gastarbeiders in de jaren zestig begon de Griekse gemeenschap pas echt te groeien. In 1966 sloten de Nederlandse en Griekse regering een wervingsverdrag, waarna Nederlandse bedrijven in Griekenland arbeiders konden werven. In de praktijk gebeurde dat overigens al vanaf 1961. Bedrijven zoals de Staatsmijnen, Royal Sphinx (Maastricht), de garenspinnerij NYMA (Nijmegen) en De Vries Robbé (Gorinchem) trokken toen op eigen initiatief naar Griekenland. Bovendien hadden België (1957) en Duitsland (1960) al eerder een officieel verdrag getekend, waardoor er ook een migratie van Grieken uit die landen naar Nederland op gang kwam. Wanneer het werk in de Belgische mijnen te zwaar werd, zocht men vlak over de grens naar betere omstandigheden.

Een grote concentratie Grieken ontstond in Utrecht, waar zij  naar verhouding oververtegenwoordigd zijn. In de loop van de jaren zeventig openden de eerste Griekse restaurants hun deuren. Het land werd steeds populairder als vakantiebestemming, wat hun populariteit in Nederland deed toenemen.De meerderheid van de Grieken in Nederland komt uit de noordelijke gebieden Macedonië en Tracië. Alleen in de havenstad Rotterdam wonen ook Grieken van de eilanden en van de Peloponnesos. In de jaren zestig steeg het aantal Grieken door de arbeidsmigratie, totdat de oliecrisis daar een eind aan maakte. 

Vanwege de toetreding van Griekenland tot de EU (1981) konden Grieken vanaf 1988 gebruikmaken van het vrije arbeidsverkeer van werknemers. Als gevolg daarvan neemt hun aantal in Nederland vanaf het einde van de jaren tachtig weer toe. In 2010 woonden er 14.241 Grieken in Nederland: 8.444 leden van de eerste en 5.797 leden van de tweede generatie.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM