Uitgebreid zoeken

Leren vragen stellen - een korte handleiding

1. Lees je goed in het onderwerp en de tijd in.

Laat leerlingen informatie opzoeken over het land van herkomst en over de tijd waarin de geïnterviewde naar Nederland kwam. Laat ze daarbij niet alleen kijken naar wat er speelde in het land van herkomst in die tijd, maar juist ook in Nederland in die periode. Welke partijen waren er aan de macht, welke maatschappelijke thema’s speelden er en welke positie namen migranten in (vergelijk bijvoorbeeld eens de komst en ontvangst van gastarbeiders in de jaren zestig/zeventig met de komst van vluchtelingen of arbeidsmigranten uit Oost-Europa in recente jaren).

2. Maak een goede vragenlijst als houvast.

Zelfs volleerde interviewers of journalisten schrijven vaak een aantal vragen of steekwoorden op voordat ze een gesprek ingaan. Dit geeft houvast als het gesprek een hele andere kant op dreigt te gaan, maar geeft leerlingen ook een leidraad voor de opbouw van het interview. Tegelijkertijd moet de leerling niet te star vasthouden aan de vragenlijst. Niet alle vragen hoeven gesteld en heel statisch afgewerkt te worden. Leer leerlingen juist goed te luisteren, samen te vatten en door te vragen (ezelsbruggetje: LSD). Wellicht komt er een onderwerp ter sprake dat veel interessanter is en waar dieper op ingegaan kan worden.

3. Open en gesloten vragen

Alle leerlingen weten het verschil tussen open en gesloten vragen, in theorie. In de praktijk vergeten ze dit nog wel eens. Daarnaast is het natuurlijk helemaal niet erg om af en te gesloten vragen te stellen, soms moet dat ook om de feiten helder te krijgen. Maar leer leerlingen daarnaast aan vooral beleveningsvragen te stellen: ‘beschrijft u eens..., wat was uw indruk van..’. In plaats van de vraag te stellen: hoe was de Tweede Wereldoorlog in Den Haag, kunnen ze ook vragen: wat kunt u zich nog herinneren van de Tweede Wereldoorlog in Den Haag, beschrijft u eens hoe die periode er voor u uitzag. Zie ook punt 8.

4. Korte en duidelijke vragen

Oefen met leerlingen op het stellen van duidelijke, korte vragen. De praktijk leert dat leerlingen vaak te korte gesloten vragen stellen of heel uitgebreide open vragen, waardoor de geïnterviewde de draad kwijtraakt. Stel duidelijke vragen voor een duidelijk antwoord. Stel nooit twee vragen in één en maak het niet te ingewikkeld.

5. Geen vragen waar je mening in doorklinkt

Het draait om het verhaal van de geïnterviewde, niet om de mening van de leerling. Leer leerlingen daarom om waardevrije vragen te stellen. Op die manier voelt de geïnterviewde zich ook vrij om te vertellen. Daarbij is het ook heel belangrijk dat de interviewer geen woorden in de mond legt, maar zeker ook niet uit de mond trekt. Dus geen vragen als: U was vast heel erg bang in de oorlog. Dat geeft de geïnterviewde maar twee mogelijkheid: ja ik was bang of nee ik was helemaal niet bang, in plaats van een eigen beschrijving van zijn/haar gevoelens te geven.

Ook al denk je als interviewer te weten waar de geïnterviewde heen wil met zijn/haar antwoord, nooit zinnen afmaken met: ‘u bedoelt zus en zo zeker’. Laat de geïnterviewde in zijn/haar tempo vertellen, kleur het verhaal niet voor hen in.

6. Opbouw van een interview

Met welke vragen begin je en interview en met welke zeker niet? Een interview begint rustig door eerst wat over koetjes en kalfjes te praten (bijvoorbeeld over het huis waar de geïnterviewde woont, dat geeft de leerlingen gelijk de mogelijkheid rond te kijken naar mogelijke objecten die het levensverhaal van de geïnterviewde weerspiegelen) om beide partijen om hun gemak te laten zijn. Daarna het interview beginnen met eenvoudige feitelijke vragen en langzaam naar de wat lastigere of zwaardere onderwerpen bewegen. Daarnaast kunnen leerlingen ervoor kiezen om het interview chronologisch op te bouwen (leven in land van herkomst, vertrek naar Nederland, aankomst, wonen, werk, contact met Nederlanders, etc.) of juist een aantal onderwerpen laten kiezen (wonen, werk, eten, etc.).  

7. Directe en indirecte informatie (van horen zeggen)

Een van de lastigste zaken tijdens het houden van een oral history interview is het onderscheid weten te maken tussen wat iemand zelf heeft meegemaakt, wat ze van horen zeggen hebben uit die tijd en welk deel van hun verhaal ingekleurd is door latere beeldvorming over die tijd. Een goed voorbeeld hiervan is iemand interviewen over zijn/haar leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er zijn eindeloos veel boeken geschreven en films gemaakt over de Tweede Wereldoorlog, wat de herinneringen van ooggetuigen aan de tijd zeker heeft gekleurd. Probeer dit zoveel mogelijk te ondervangen door te vragen naar de individuele en concrete ervaringen en de eigen beleving daarvan.

8.  Emoties

Migratie gaat gepaard met emotie. Het verlaten van het thuisland, het achterlaten van familie en het opnieuw beginnen in een land waar veel totaal anders is en waar men waarschijnlijk de taal nog niet van sprak. Geef dit aan leerlingen mee voordat ze gaan interviewen en laat ze vooral de geïnterviewde volgen in hun reactie hierop. Sommige geïnterviewden willen door de emotie heen toch het verhaal vertellen, terwijl anderen liever een bepaald onderwerp niet bespreken. De geïnterviewde is hierin leidend.

9. Interview situatie

1-op-1 interviews zijn meestal het beste, laat leerlingen in ieder geval niet met meer dan 2 interviewers iemand interviewen, dat kan erg overweldigend zijn. Zorg ervoor dat de geïnterviewde zelf ook niet de hele familie uitnodigt, die actief deel gaan nemen aan het interview.

Een interview bij iemand thuis geniet om twee redenen de voorkeur: 1) de geïnterviewde voelt zich op zijn/gemak, wat het interview ten goede komt en 2) het geeft de leerlingen de kans om ook rond te kijken in het huis naar eventuele objecten die de geïnterviewde mee heeft genomen uit het thuisland of die iets vertellen over hem/haar. Daarnaast geeft dat de leerlingen ook de kans om naar foto’s te vragen uit privé albums. 


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM