Uitgebreid zoeken

De mooie koffer van Mónica Acuña Montecinos

Met haar ouders, broer en een nanny bracht Mónica Acuña Montecinos haar jeugdjaren door in een middenklassebuurt van de Chileense hoofdstad Santiago. Het gezin was katholiek en de politieke kleur thuis was die van de christendemocraten. Mónica hielp vanaf haar zeventiende bij activiteiten voor kinderen van de parochie in haar buurt en later werkte zij als leidster van jeugdactiviteiten die door Canadese en Hollandse missionarissen werden georganiseerd. In 1971 trouwde Mónica met haar inmiddels overleden echtgenoot Joop,  een Nederlands priester en missionaris in Chili. Ze trouwden in 1971 en kregen een dochter.

Tijdens de militaire staatsgreep van september 1973 was Mónica in verwachting van hun tweede kind. ‘Vanuit ons huis zagen we het presidentiële paleis La Moneda branden. Naast de verdwijningen en martelingen vond ik het ergste dat mensen van hun hoop werden beroofd.’

Haar man Joop – bekend om zijn politieke werk – negeerde een oproep van de rechtse coupplegers om zich te melden. Hij werd gezocht en met de dood bedreigd. Veel van zijn collega’s waren al gevangengenomen. Hij heeft vijf dagen ondergedoken gezeten bij familie en vrienden, waarna hij zich meldde bij de Nederlandse ambassade om het land te ontvluchten. Mónica: ‘Ik wist niet of wij elkaar ooit nog zouden terugzien.’

Nadat haar zoon geboren was, vertrok Mónica met haar twee kinderen ook naar Nederland.Daar zag Joop zijn zoon voor het eerst. Zijn familie gaf Mónica een warm welkom. ‘Het moet vreselijk geweest zijn voor de mensen op wie niemand stond te wachten.’ Het gezin kreeg een appartement in Rotterdam. De begintijd in Nederland was Mónica omringd door Chilenen. ‘Als ik meteen de Nederlandse taal had geleerd, was ik veel verder gekomen.’ Dat deed ze niet en Mónica raakte wat geïsoleerd. Ze zette zich in om in Nederland te vertellen wat er in Chili aan de hand was, maar liep op tegen het mannenmonopolie. ‘Wij vrouwen waren goed genoeg om empanada’s te maken om geld in te zamelen. Veel van de Chileense vrouwen waren gekomen als de koffer van hun man. Hij was politiek betrokken en moest vluchten, de vrouw ging mee.’ Voor Mónica was het de liefde die haar deed volgen, ‘een mooie koffer, maar ook een koffer’.

Dat gevoel én het idee dat ze snel weer terug zou keren verdwenen toen Mónica na de geboorte van haar derde kind werk vond als leidinggevende van de schoonmaakploeg in een ziekenhuis. Ze ontwikkelde een manier van leidinggeven die gebaseerd was op een goede balans tussen rechten en plichten van de werknemers. ‘Ik heb mijn idealen geïntegreerd in mijn werk. Ik hield mijn werknemers voor dat ze zich respectvol moesten laten behandelen. Dat is het begin van niet discrimineren. De schoonmakers zijn net zo belangrijk als de chirurg. Als zij slordig werken kan de patiënt ook doodgaan.’

Lees meer over Mónica Acuña Montecinos op de website van Ongekend Bijzonder.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM