Uitgebreid zoeken

Na de crisis

Vergeleken met andere buitenlandse mijnwerkers in Limburg (Polen, Slovenen, Duitsers) waren de Italianen relatief goed af na de economische crisis van de jaren ’30. Ongeveer de helft van de mijnwerkers verloor zijn baan in de mijnen, maar velen vonden nieuw werk als terrazowerker of in andere beroepsgroepen. Ook waren er, vergeleken met de andere buitenlandse mijnwerkers, veel huwelijken tussen Italiaanse mannen en Nederlandse vrouwen. Deze vrouwen kregen dan de Italiaanse nationaliteit, waardoor Italiaanse gemeenschap in Limburg, ondanks de economische crisis, groeide. Daarnaast werd in 1932 een Italiaanse school geopend in Heerlen. Deze werd voor het grootste deel vanuit het fascistische regime in Italië gefinancierd en stond dus ook in het teken van het Italiaanse nationalisme. Hoewel er veel kritiek op de school was stuurden velen hun kinderen er wel heen. Dit vanwege de financiële aantrekkelijkheid (de school was gratis) en de politieke druk. Ook ontstond er een afdeling van de Italiaanse fascistische partij in Limburg (de ‘Fasco’). Zij organiseerden in de jaren ’30 verschillende activiteiten zoals toneel- en dansavonden. Het lidmaatschap van deze afdeling kwam vaak tot stand door politieke druk vanuit Italië en de Italiaanse vice-consul in Nederland. Tijdens de oorlog zelf kwamen de Italianen ineens aan de kant van de Duitsers te staan. In sommige gevallen werden ze beter behandeld dan de Nederlanders. Zo kregen Italianen die hun kinderen naar de Italiaanse school stuurden extra voedselbonnen. Aan de andere kant betekende de oorlog ook dat veel Italiaanse mannen werden opgeroepen voor militaire dienst.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM