Uitgebreid zoeken

Naar Nieuw-Guinea

Judith: Wat vond u er van dat u naar Nieuw-Guinea moest?

Meneer Keller: "Een bevrijding. We gingen daar naar toe met 2000 man, vrouw en kinderen. Schoppen, spaden, geiten, kippen: als kolonist. In het achterhoofd wel als militair, maar voornamelijk als kolonist om me daar te vestigen. En ik had me opgegeven in een kolonistencentrum, Manokwari, was het. Dat bestond al voor de oorlog voor kolonisten. En daar ben ik aan land gesteld. Maar vraag niet hoe [grinnikt]. Uit tijdverschil, eb en vloed, dat is tussen de 3 en 5 meter. Dat hadden wij niet door. Leggen onze bagage op het strand. Denken dat morgen op te halen. Toen we de volgende ochtend terugkwamen was alles weg. We kwamen in een barak, daar kon je doorheen kijken. Uh de plee bestond uit een goot met twee stokken er op. Een warboel eigenlijk. En daar zijn we in 1950 in Manokwari mee begonnen. Als je nagaat, er staan nog foto’s van op internet, die kazerne heb ik nog opgebouwd, dat hebben we in koraalriffen opgedoken, om terrasjes van te maken. Dynamiet opgeblazen om het vlak te krijgen. We hebben gewoon gewerkt om de kazerne goed te krijgen. Maar praat niet over kazerne, dat zijn barakken eigenlijk hè?"


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM