Uitgebreid zoeken

Mijn jeugd in Teheran

Ik heb een heel fijne jeugd gehad: liefdevol, sprookjesachtig. Bijna een ideale jeugd, zo denk ik eraan terug. Ik ben opgegroeid in een grote familie, met twee lieve oma’s, veel neefjes en nichtjes, lieve tantes en ooms. Het was altijd een groot feest bij ons thuis. Ik speelde veel met mijn neefjes en nichtjes.

Maar buiten de muren van de familie was de oorlog tegen Irak gaande. Daarnaast was islamitische staat zich aan het vestigen na de revolutie van 1979. Het regime van Khomeini probeerde vat te krijgen op iedereen die afweek van een strikte islamitische levenswijze. Mijn ouders hadden daar veel last van. Ze waren niet politiek actief, maar het feit dat ze beiden filmmakers waren, maakte hen voor het regime van Khomeini verdacht. Mijn ouders werden bestempeld als pro-westers, links en intellectueel en werden daarom regelmatig gearresteerd.

Toch voelde mijn jeugd ook als een veilige periode. Hoewel ik dramatische situaties heb meegemaakt, wist mijn familie mij als kind heel goed te beschermen tegen alle spanningen die met de politieke situatie te maken hadden. Ik miste mijn moeder wel erg als zij weer gearresteerd was. En ik voelde haar angsten, zonder dat ze mij hier iets over vertelde. ’s Nachts had ik wel nachtmerries, maar overdag als ik wakker was, was het gewoon fijn.

Ook de heftigheid van de oorlog met Irak drong niet echt tot mij door. Er vielen dagelijks bommen en raketten op Teheran. Soms ging ik met mijn neefjes en nichtjes het dak op om te kijken naar de bombardementen. We probeerden dan te voorspellen waar de bommen of raketten zouden vallen. Pas later toen ik veel ouder was besefte ik wat er toen allemaal aan de hand is geweest.

Veel migratie in de familie

Mijn jeugd in Iran is de enige periode in mijn leven geweest dat ik een normale familiesituatie kende, waarin ik mijn beide ouders kon zien, mijn opa’s en oma’s en neefjes en nichtjes. Nadat ik met mijn moeder en broertje naar Nederland ben gegaan, zijn veel andere familieleden ook naar het buitenland gemigreerd. Het is nu moeilijk, zo niet onmogelijk om allemaal bij elkaar te zijn. Een halfbroer en zus van mijn vader gingen naar Zweden, een tante en haar man migreerden naar Oostenrijk, een neef vertrok naar Zwitserland. Een oom en tante vluchtten in 1992 naar Amerika. Deze tante, Shahrnush Parsipur, zat vanwege haar feministische boeken meerdere malen in de gevangenis.

Onze hele familie is op een gegeven moment verspreid geraakt over de hele wereld. Dat maakt de herinnering aan mijn jeugd, met de aanwezigheid van mijn hele familie, mijn oma’s en al die lieve mensen, des te sprookjesachtiger.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM