Uitgebreid zoeken

Opvang en integratie

Vluchtelingen uit Bosnië (‘ontheemden’) werden in eerste instantie gescheiden van andere asielzoekers opgevangen, voornamelijk in leegstaande kazernes en andere gebouwen. Hiervoor werden het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk Nederland ingeschakeld. Deze laatste partij werd ingezet om particuliere opvang te regelen (thuis bij gastgezinnen). Hoewel zo’n 7.500 gastgezinnen zich meldden, bleven er na selectie en voorlichting slechts 230 over die onderdak gaven aan zo’n 600 vluchtelingen. Zowel Vluchtelingenwerk als de overheden kwamen al snel tot de conclusie dat hulp en opvang beter kon worden overgelaten aan professionele hulpverleners.

Anders dan vooraf werd gedacht bleven de meeste vluchtelingen uit Bosnië in Nederland. Dit betrof vooral vluchtelingen uit gebieden waar andere etnische groepen in de meerderheid waren en etnisch gemengde gezinnen. In 2000 kreeg een groep vluchtelingen die de val van Srebrenica hadden meegemaakt een verblijfsvergunning. Anderen moesten nog langer wachten: tussen 2007-2009 kregen ruim 3000 vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië alsnog een pardonvergunning.

Ook bij de opvang van de groep Kosovaren meldden zich weer veel vrijwilligers. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) kreeg bovendien veel aanbiedingen van locaties voor opvangcentra. De bereidwilligheid om vluchtelingen uit Kosovo op te nemen was echter van korte duur. Nog in 1999 werd het verruimde visumbeleid beëindigd. De reden hiervoor was de verbeterde veiligheidssituatie in Kosovo. Direct begon de regering met een terugkeeractie. Het gevolg was dat binnen een jaar na het beëindigen van de oorlog zo’n driekwart van de Kosovaarse vluchtelingen terugkeerde


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM