Uitgebreid zoeken

De overheid heeft er voor te waken

Nationaal beleid en lokale praktijk ten aanzien van buitenlandse prostituees in Nederland in het laatste kwart van de negentiende eeuw.

Deze scriptie behandelt de positie van buitenlandse prostituees in Nederland in het laatste kwart van de negentiende eeuw tegen de achtergrond van de opkomst van de nationale staat. Aan het eind van de negentiende eeuw nam het takenpakket van de nationale overheid in hoog tempo toe. Zaken als vreemdelingenbeleid, sociale wetgeving, maar ook het opleggen van bordeelverboden werden in toenemende mate naar het niveau van de nationale overheid getrokken. Toch bleven lokale overheden (inclusief burgemeesters en politiecommissarissen) een belangrijke rol houden in de precieze uitvoering van het beleid, zoals in de honderden jaren doorvoor ook de praktijk was. Daardoor konden er op belangrijke onderwerpen als het toelaten van vreemdelingen in de uitvoering van het beleid enorme lokale verschillen ontstaan.

Deze scriptie behandelt de discussie en de praktijk over de toelating van buitenlandse prostituees op twee niveaus. In de eerste plaats wordt de discussie op nationaal niveau bekeken. Aan de hand van dossiers van verschillende betrokken ministeries (Buitenlandse Zaken en Justitie) en het debat in de Tweede Kamer wordt bekeken hoe het beleid van bovenaf werd gevormd. Vervolgens wordt de uitvoering op lokaal niveau bekeken: aan de hand van dossiers van politiecommissarissen wordt bekeken in hoeverre gehoor werd gegeven aan de wetgeving die van boven werd opgelegd. Hieruit blijkt dat ideeën over een nationale eenheidsstaat en nationaliteit steeds zichtbaarder werden, maar dat deze ideeën plaatselijk maar langzaam binnen sijpelden.

Masterscriptie Rick de Jong Geschiedenis, Radboud Universiteit Nijmegen, 2012.

Trefwoorden:

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM