Uitgebreid zoeken

Overzicht 1945-heden

1945-heden
In het kort: De aantallen migranten in Nederland liepen in de tweede helft van de twintigste eeuw sterk op. Het aandeel van in het buitenland geborenen op de Nederlandse bevolking bereikte langzaam maar zeker het hoge niveau van de Republiek in de zeventiende eeuw. Uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog verrees een zeer welvarend Nederland dat veel migranten aantrok. De samenstelling van de migranten week af van vroegere perioden. Het aandeel Duitsers bleef in de eerste decennia dominant, maar moest vanaf eind jaren zestig plaats maken voor Zuid-Europeanen en met name Turken en Marokkanen. West-Europa werd welvarend en politiek stabiel. Migratie tussen de landen nam af. De economische groei in Nederland trok arbeidsmigranten aan van steeds verder weg. Goedkope en makkelijke transportverbindingen droegen hieraan bij. Zo kwamen ook steeds meer politieke vluchtelingen uit allerlei delen van de wereld. Tot slot bracht de dekolonisatie bracht veel migranten uit de ex-koloniën naar Nederland. De uitbreiding van de regelingen van de Europese Unie leidde tot de komst van inwoners van lidstaten uit Oost Europa, met name Polen.

  1. Soldaten en matrozen
  2. Kennismigranten
  3. Vluchtelingen
  4. Arbeidsmigranten
  5. Buitenlandse adoptiekinderen
  6. Koloniale migranten
1. Soldaten en matrozen 1945-heden
Tot op de dag van vandaag werken er veel vreemdelingen op de Nederlandse handelsvloot, al is de samenstelling in de loop der tijd sterk veranderd. Na de Chinezen in het interbellum verschenen na de oorlog Grieken en later Kaapverdianen, Filippino’s en tal van andere, vooral Aziatische nationaliteiten. Veel schepen vormen daardoor multiculturele samenlevingen in het klein. Na een korte afwezigheid in de voorgaande periode vestigen zich ook weer buitenlandse soldaten. Ditmaal Amerikanen die in het kader van de Noord Atlantische Verdragsorganisatie bases zoals Soesterberg (vanaf 1954) bemannen. Voor hen werd zelfs een speciale Amerikaanse woonwijk in gebruik genomen. Met het einde van de Koude Oorlog en de val van de muur zouden (1989) zijn zij vijf jaar later weer huiswaarts gekeerd. Daarnaast vestigden zich tijdelijk Amerikaanse militairen in 1983 op de NAVO-basis in Woensdrecht, dit in verband met de plaatsing van kruisraketten.

2. Kennismigranten 1945-heden
Met de toenemende internationalisering van politiek en bestuur en de vestiging van uiteenlopende internationale instellingen, NGO’s, is het aantal kenniswerkers - ook wel aangeduid als ex-pats - in de naoorlogse periode sterk toegenomen. Met name in grote steden als Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. Daarnaast ontstonden gemeenschappen van hooggeschoolde werknemers uit landen als Japan (met name Amstelveen) en de Verenigde Staten. Ook vonden velen emplooi bij grote Nederlandse multinationals en hun Research en Ontwikkelingsafdelingen. Verder in de financiële wereld (banken en verzekeraars) en de nauw daarmee verbonden internationale advies- en organisatiebureau’s en advocatenkantoren (met name in Amsterdam). Daarnaast nam de laatste decennia het aantal buitenlandse docenten en studenten op Nederlandse universiteiten stormachtig toe. Dit komt door de internationalisering van het academische onderwijs. Tot slot vormen steden met bloeiende culturele industrieën (reclame, kunsten, architectuur), zoals Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag, aantrekkelijke vestigingsplaatsen voor buitenlandse specialisten.

3. Vluchtelingen 1945-heden
In de tweede helft van de twintigste eeuw weken veel verschillende groepen vluchtelingen naar Nederland uit. Lange tijd bleven de aantallen laag. Tussen 1947 en 1954 werd een klein aantal vluchtelingen toegelaten dat door de Tweede Wereldoorlog en de nasleep ervan niet terug naar huis kon. Bij hen was de Nederlandse overheid nog vrij te beslissen over toelating, maar met de ondertekening van het Vluchtelingenverdrag verdween die zelfstandigheid. Vluchtelingen genoten van toen af internationale bescherming en moesten worden toegelaten. Tot de jaren zeventig ging het om kleine groepjes politieke vluchtelingen uit Oostbloklanden, zoals Hongarije en Tsjechië. Door de toename van politieke brandhaarden in de wereld namen vanaf de jaren zeventig de aantallen vluchtelingen langzaam maar zeker toe. Ging het bij Chilenen en Argentijnen nog om relatief bescheiden aantallen, na 1980 groeiden de aantallen fors. Door betere en goedkopere transportmogelijkheden kwamen ook vluchtelingen van ver buiten de Europese grenzen uit Sri Lanka, Ghana, Ethiopië, Somalië, Pakistan en Iran en Iraq. Maar ook binnen Europa ontwikkelden zich vluchtelingenstromen. De oorlog in Joegoslavië begin jaren negentig dreef Slovenen, Bosniërs, Serven en Kroaten het land uit. Naast alle vluchtelingen die uit eigen beweging naar Nederland kwamen, nodigde Nederland op kleine schaal ook vluchtelingen uit, zoals Chilenen en Vietnamezen.

4. Arbeidsmigranten 1945-heden
Na de Tweede Wereldoorlog ging het Nederland economische gezien al snel voor de wind. Aan het einde van de jaren vijftig ontstond er daarom een tekort aan arbeidskrachten. De werkloosheid was zo goed als uitgebannen en de industrie groeide in deze periode heel snel. Dus waren veel ongeschoolde arbeiders nodig. Onder meer door de stijging van het gemiddelde onderwijsniveau nam het Nederlandse aanbod aan de onderkant van de arbeidsmarkt sterk af. Vooral grote bedrijven die met tekorten kampten, wilden toestemming om mensen uit het buitenland te halen. Italianen waren de eerste groep arbeiders die vanuit het buitenland naar Nederland werden gehaald. Daarna volgden de Spanjaarden, Grieken, Joegoslaven en ook als snel Turken en Marokkanen. Deze ‘gastarbeiders’ zouden alleen via officiële wervingsprogramma’s komen en het was de bedoeling dat ze maar een paar jaar bleven, het zogenaamde rotatiesysteem. De werkelijkheid wees echter anders uit. De lobby van werkgevers was zo sterk, dat met beide principes al snel de hand werd gelicht. De meerderheid van de gastarbeiders kwam ‘spontaan’ naar Nederland en onder druk van het bedrijfsleven kregen zij toestemming langere tijd te blijven. Met de Oliecrisis in 1973 werd de werving stopgezet, maar vooral Turken en Marokkanen keerden vaak niet terug. Daarmee zouden ze immers al hun inmiddels verworven rechten opgeven. Het restrictieve vreemdelingenbeleid werkte hier duidelijk averechts uit. Aan de bovenkant van de arbeidsmarkt liep het aantal arbeidsmigranten ook terug, als gevolg van de economische recessie in de jaren tachtig. In de laatste decennia is de vraag naar buitenlandse arbeid in allerlei sectoren weer sterk gegroeid, met als gevolg: meer kenniswerkers, maar ook arbeidsmigranten in de land- en tuinbouw. Vanaf 2000 komen zij in toenemende mate uit Oost-Europa (Polen). Met het weghalen van de interne grenzen in de Europese Unie sterk is deze stroom in belang toegenomen.

5. Buitenlandse adoptiekinderen 1945-heden
Officiële adoptie beperkte zich tot 1969 tot Nederlandse kinderen die in Nederlandse gezinnen terechtkwamen. Dat eind jaren '60 Nederlanders ook buitenlandse kinderen begonnen te adopteren, had meerdere oorzaken. Zp speelden ideologische motieven een rol. Adoptie werd gezien als hulp aan ontwikkelingslanden. Maar in bijna alle gevallen ging het om echtparen die zelf geen kinderen konden krijgen, maar dat wel wilden. Omdat het aantal Nederlandse adoptiekinderen zo klein is geworden, zijn zij op buitenlandse adoptiekinderen aangewezen. In de laatste decennia zijn zo tienduizenden kinderen naar Nederland gekomen. Bekende landen van herkomst zijn China, Zuid-Korea, landen uit Zuid-Oost Azië, Afrika en Latijns Amerika.

6. Koloniale migranten 1945-heden
Wat sterk bijdroeg aan de hoge immigratiegetallen in de periode 1945-2000 was de migratie van koloniale migranten. Door de onverwachte dekolonisatie van Indonesië en de koloniale oorlogen tussen Nederland en Indonesische nationalisten tussen 1945 en 1949 kwamen vrijwel alle Indische Nederlanders tussen 1945 en 1968 naar Nederland. Samen met andere repatrianten ging het om een groep van ruim 300.000 personen. Vanwege hun Europese status hadden zij het recht op vrije toegang tot Nederland. Dat lag anders voor de 12.500 Molukkers, een duizendtal Soedanezen en enkele honderden Papoea’s. De omstandigheden waren echter zodanig dat het koloniale moederland zich gedwongen zag om ook hen toe te laten. Een tiental jaar later kwam de migratie uit Suriname in een stroomversnelling terecht. Direct voor en na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 leidden chaos en onzekerheid tot het vertrek van 190.000 Surinamers naar Nederland. Eerder al, vanaf de jaren vijftig,  waren uit Suriname honderden verpleegsters als arbeidsmigrant en student naar Nederland gekomen om hier hun studie voort te zetten. Tot slot noemen we de migranten uit de Nederlandse Antillen. Tot de jaren tachtig betrof het vooral hooggeschoolden die in Nederland kwamen studeren en werken. Vanaf de jaren tachtig neemt het aantal jongeren uit de zogenaamde ‘volksklasse’ sterk toe. Velen van hen hebben nauwelijks opleiding genoten en beheersen het Nederlands slecht. Dit leidt onder meer in steden als Rotterdam, Amsterdam en Den Helder tot sociale problemen en criminaliteit.

Vreemdelingenbeleid
De vreemdelingenwetgeving is in de tweede helft van de twintigste eeuw sterk uitgebreid. De overheid wilde in de hand houden wie Nederland binnenkwam. Burgers konden in steeds meer gevallen aanspraak maken op uitkeringen. Alleen was het sociale vangnet niet bedoeld voor vreemdelingen. Tot 1974 groeide de economie enorm en tegelijkertijd de arbeidstekorten. Arbeidsmigranten waren daarom welkom, maar de staat trof wel maatregelen om hun verblijf tijdelijk te houden. Zo kwamen gastarbeiders op een tijdelijk contract naar Nederland. Ondanks de vele wetten en richtlijnen viel aan veel migranten, op grond van internationaal en nationaal recht, de toegang niet geweigerd worden. Zo had het grootste deel van de migranten uit de ex-koloniën een Nederlands paspoort. En veel arbeidsmigranten hadden tijdens hun verblijf rechten opgebouwd. Internationaal recht legitimeerde gezinshereniging en gezinsvorming. Vluchtelingen konden vanaf 1951 aanspraak maken op het internationaal vluchtelingenverdrag, dat ook Nederland heeft ondertekend. Na de jaren zeventig waren de grenzen voor veel arbeidsmigranten gesloten. Maar migranten die zich beriepen op het vluchtelingenverdrag konden asiel aanvragen.

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM