Uitgebreid zoeken

Van score naar cijfer: eerlijke beoordeling op maat

De rubrics zijn geschikt voor elk schoolniveau, maar de normering moet daarbij wel per niveau worden aangepast. Zo kan ‘alles op niveau 1’ bij een brugklasleerling op VWO-niveau leiden tot een voldoende krijgen of op  VMBO zelfs tot goed of excellent, maar in VWO5 tot een onvoldoende. Dit kan ook zichtbaar maken dat een brugklasser op een of meer onderdelen hoger kan scoren dan een leerling van HAVO3. Zo doen rubrics meer recht aan zwakkere en excellentere leerlingen dan meer gesloten beoordelingsmodellen. Zie hieronder ‘Voorbeeld van normering naar niveau’.

Sommige docenten geven per item aan hoeveel punten er te behalen zijn en berekenen dan het (eventueel gewogen) gemiddelde. Anderen arceren in het beoordelingsmodel wat ze de leerlingen zien doen en geven een cijfer op grond van het geheel. Daarmee beoordelen ze globaler en sneller. Beide methodes kunnen betrouwbaar zijn. In beide gevallen is het nodig om helder te zijn over de vertaling naar een cijfer. Dat kan door aan te geven welke niveau van scores leidt tot welk cijfer en eventueel aan te geven hoe zwaar de verschillende onderdelen wegen.

Twee goede manieren om de betrouwbaarheid te borgen zijn:

  • een steekproef van werkstukken door twee docenten laten beoordelen;
  • de leerlingen zelf de beoordeling te laten controleren bij het bespreken van de werkstukken.

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM