Uitgebreid zoeken

Spruitjes

"Ik moest naar de groetenboer. Mijn moeder zegt in het Maleis tegen mij, kleine kooltjes moet je halen. Ik denk, ik zie wel. En anders kan je wel zien wat je moet hebben, zegt mammie, dat wijs je wel aan. Ik kwam in die winkel, alle kanten uitglijden.[…] Als het erg glad is dan hebben we van die ijzeren pannensponsen onder de schoenen. […] Eindelijk  ben ik er zeg ik. Ik zeg: ik moet kleine kooltjes hebben. Ze vraagt: eierkolen? Ik zeg: nee, kleine kooltjes. Ik weet niet wat dat is zegt ze, die heeft ze niet. Oh zegt ze later, nu snap ik het al; spruitjes. Dat zijn kleine kooltjes. We moesten altijd met iemand naar huis. Ik kon niet lopen zo glad was het. Het was ijzel hoor hier, het was een goede strenge winter."

"Bij de kruidenier hebben ze een boekje en dan moeten we opschrijven wat we willen hebben. Dat vond ik ook zo vreemd. Wij gaan altijd erheen en dan denken, dat heb ik nodig dan koop ik het. Anders hoef ik het niet, ik ga op de prooi af. Maar hier schrijven ze allemaal dingen, die boodschappen. Het is zo, één keer in de maand dan heb je een lijstje, een boekje en dan krijg je de boodschappen voor. Dat moet je ook gelijk volgens het boekje betalen toch. Dus al was het maar een stuiver, dan wordt op het volgende blad weer die stuiver erbij geteld voor de hele maand."


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM