Uitgebreid zoeken

Streng beleid 1933-1940

De strengste maatregelen in de jaren '30 hadden betrekking op joden en anderen die nazi-Duitsland wilden ontvluchten. Tussen 1933 en 1940 werden de regels voor toelating van deze vluchtelingen steeds strikter. In mei 1934 besloot de regering zelfs om vluchtelingen met de Duitse nationaliteit alleen toe te laten voor een tijdelijk verblijf. Anderen, zoals joden uit Polen, werden zoveel mogelijk geweerd. Vier jaar later mochten vluchtelingen helemaal niet meer het land in. In een enkel geval werd bij ‘werkelijk levensgevaar’ een uitzondering gemaakt. De boodschap van de minister van Justitie in mei 1938 luidde: "Een vluchteling zal voortaan als ongewenscht element voor de Nederlandsche maatschappij en derhalve als ongewenschte vreemdeling te beschouwen zijn." Dat betekende niet dat vluchtelingen niet meer binnenkwamen. Het bleek namelijk niet zo makkelijk om de grens echt af te sluiten voor vluchtelingen. Nog moeilijker was het om eenmaal binnengekomen vluchtelingen weer het land uit te zetten. Joodse vluchtelingencomités zorgden voor onderdak en eten van grote groepen bedreigde lotgenoten. Een deel van hen werd opgevangen in kampen.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM