Uitgebreid zoeken

Taallessen

Eenmaal in Callantsoog aangekomen ging er veel veranderen. Andrzej en zijn vrouw kregen zakgeld en moesten zelf voor hun eten zorgen. Ook kregen de nieuwe bewoners elke werkdag vijf á zes uur Nederlandse les. André schrok ervan hoe duur alles in Nederland was. Ze waren niet meer gewend om boodschappen te doen en nu moesten ze in een vreemd land, met vreemde producten in een vreemde taal hun avondmaal bijeen schrapen. De lessen begonnen stug.

‘Daar, in het klaslokaal, hingen dan van die borden met: ‘ik ben, jij bent, wij zijn, wij lopen, jij loopt’, dat soort dingen. Wij dacht: ah, dat leer je nooit. Dat is toch een rare combinatie van toevallige letters bij elkaar. [lacht] Maargoed, na twee maanden konden we ons verstaanbaar maken. We konden in de winkel ongeveer uitleggen wat we wilden hebben en we konden een beetje met de mensen praten. Dat ging snel.’


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM