Uitgebreid zoeken

Anton de Kom; strijder tegen blanke superioriteit, armoede en uitbuiting

Cornelis Gerhard Anton de Kom wordt op dinsdag 22 februari 1898 in Paramaribo geboren. De jonge Anton staat bekend als een rustige leergierige jongen, altijd met zijn neus in de boeken en vol vragen over de geschiedenis, in het bijzonder over de slavernij. Hij volgt de ULO en een cursus boekhouden, en werkt ook als zodanig bij de toenmalige Balata Compagnie. Daar raakt hij betrokken bij het lot van de arbeiders die onder moeilijke omstandigheden werken - en tegen een karig loon. In 1920 vertrekt De Kom naar Nederland, waar hij een jaar lang vrijwillig Huzaar in de Alexander Kazerne in Den Haag is. Daarna gaat hij in dezelfde stad als assistent-accountant. In Den Haag trouwt De Kom ook, met Petronella Borsboom (1926), een huwelijk waaruit drie jongens en een meisje worden geboren. De Kom houdt dan al lezingen over Suriname en in 1927 bezoekt hij het antikolonialistisch congres in Brussel. Hij begint in deze jaren aan zijn boek Wij Slaven van Suriname en is verbonden aan tal van linkse organisaties.

In december 1932 vertrekt hij op de boot De Van Renselaer met zijn gezin naar Suriname, omdat zijn moeder ernstig ziek is. Bij aankomst blijkt zij overleden, maar Anton de Kom wordt door honderden mensen opgewacht op de kade. De koloniale overheid houdt hem scherp in de gaten, want zij vreest een volksopstand. De arme bevolking verwacht van De Kom leiderschap en een uitweg uit de armoede en koloniale onderdrukking. De Kom richt op het erf van zijn ouderlijk- en geboortehuis een adviesbureau op, waar zich dagelijks vele mensen melden. Begin februari 1933 wordt De Kom gearresteerd als hij met een groep aanhangers onderweg is naar de toenmalige gouverneur Rutgers. Als daags erna een massa mensen om zijn vrijlating roept, wordt er gericht geschoten en vallen er twee doden en tientallen gewonden. De Kom wordt vastgehouden in Fort Zeelandia en na enige maanden gevangenschap op 10 mei 1933 met zijn gezin op de boot gezet, terug naar Nederland.

In Nederland in 1933 zoekt De Kom zijn oude kameraden op en neemt hij deel aan het antifascistisch verzet. Hij houdt lezingen en staat bekend als felle aanklager van het kolonialisme. Ook neemt hij deel aan protesten tegen de werkloosheid. In 1934 volgt de eerste druk van zijn boek Wij Slaven van Suriname. Tijdens de Duitse bezetting neemt De Kom deel aan het illegale verzet en schrijft hij onder andere voor het blad De Vonk. In augustus 1944 wordt hij gearresteerd in Den Haag en via Scheveningen en Vught getransporteerd naar kamp Sachsenhausen. Uiteindelijk vindt hij de dood in kamp Sandbostel, bij Bremvörde in Duitsland. De exacte  sterfdatum is moeilijk te achterhalen, maar wordt vastgesteld op 24 april 1945 – kort vóór de bevrijding van kamp Sandbostel. De Kom wordt begraven in een massagraf. Na jaren worden zijn stoffelijke resten geïdentificeerd en overgebracht naar Nederland. Hij vindt zijn laatste rustplaats op het Ereveld te Loenen. In 1982 wordt hem postuum het verzetsherdenkingskruis toegekend. Zijn weduwe neemt het in Den Haag in ontvangst.

Anton de Kom staat gelijk aan strijd tegen blanke superioriteit, tegen armoede en uitbuiting, strijd voor humaniteit en tegen dictatuur. Voor deze levenshouding werd hij in 1933 verbannen uit zijn geboorteland Suriname en tijdens de Duitse bezetting  door de SS in Den Haag opgepakt voor verzetsactiviteiten. In  1945 stierf hij als politieke gevangene in het kamp Sandbostel in Duitsland. Anton de Kom’s verhaal is tragisch en hoopvol tegelijk. Het gaat over een erfenis van vriendschap en solidariteit. In het naoorlogse Nederland en Suriname kan De Kom rekenen op aandacht en studie. In 1988 publiceert het Anton de Kom Abraham Behr Instituut een bundel lezingen, samen met toespraken van de conferentie over zijn strijd en ideeën. Ook houdt de organisatie SAWO een campagne met handtekeningen voor ‘eerherstel van Anton de Kom’. In Den Haag is een  straat naar hem vernoemd in de verzetsheldenbuurt (Loosduinen), terwijl Amsterdam Zuidoost een Anton de Komplein kent met een monument van De Kom. In Suriname is de Universiteit naar hem vernoemd, terwijl de straat van zijn geboortehuis al jaren zijn naam draagt. In 2009 verscheen er een biografie van hem (Alice Boots en Rob Woortmans, uitgeverij Contact) terwijl Wij Slaven van Suriname sinds de verschijning in 1934 al tien drukken heeft gekend. Behalve dit boek en eerder gepubliceerde gedichten zijn er in 2009 nieuwe manuscripten ontdekt van De Kom, onder andere Surinaamse volksverhalen over Anansi de Spin en het originele manuscript van een filmscript Tjiboe.


MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM