Uitgebreid zoeken

Beeldmateriaal verzamelen binnen een Spoorzoekersproject

Privé albums van migranten “bieden een unieke blik op de geschiedenis van vestiging en inburgering, van aanpassing en cultuurbehoud, van identiteit en ondernemerschap. Weinig andere bronnen weten het dagelijks leven zo direct te treffen.” Deze tekst is terug te vinden bij de database van het Historisch Beeldarchief Migranten (HBM), dat een representatieve beeldcollectie van de geschiedenis van migranten in Nederland probeert aan te leggen. Door privé foto’s te gebruiken tijdens interviews, krijgen ook leerlingen de kans om een aanvulling te maken op het bestaande, veelal eenzijdige, beeldmateriaal over migranten (veelal gemaakt door fotojournalisten, in opdracht van een krant als beeld bij een artikel). Niet alleen verschaffen privé foto’s informatie over een bepaalde periode in de tijd of over een bepaalde bevolkingsgroep, ook maken deze foto’s (en de daarbij behorende verhalen) deel uit van de Nederlandse- en migratiegeschiedenis. 

Hoe leer je leerlingen gebruik maken van foto’s uit de privéalbums van migranten? Hoe leren leerlingen om een interview te houden aan de hand van die kiekjes en hoe laat je ze echt kijken naar deze foto’s? Met andere woorden: hoe kun je foto’s inzetten als historische bron en als gereedschap om het verleden (en heden) te reconstrueren? We weten inmiddels uit ervaring dat leerlingen historisch beeldmateriaal vaak direct interpreteren (zoals ook bij spotprenten vaak gebeurd) en daardoor de essentie missen. Door hen stapsgewijs en samenwerkend te laten kijken naar foto’s en vragen te leren stellen, komen ze dichterbij de kern.

Die kern is dan ook: vragen stellen. Laat leerlingen degene die ze gaan interviewen alvast vragen om ook foto’s klaar te leggen voor het interview. De praktijk leert dat mensen vaak zeggen dat ze geen bijzondere foto’s hebben, maar dit is precies waar de leerlingen naar op zoek moeten: de alledaagse foto’s die iedereen in zijn album heeft. Laat ze vragen stellen bij foto’s; wie, wat, waar, waarom, wanneer en hoe. De foto’s vormen een historische bron over het leven van de geïnterviewde, maar laten tegelijkertijd zien hoe het leven in Nederland voor een migrant er gedurende die periode uitzag. Daarnaast geeft het vragen stellen bij foto’s niet alleen de leerling meer mogelijkheden om achter het levensverhaal te komen, het geeft de geïnterviewde vaak ook meer lucht en ruimte. Bijna iedereen vindt het namelijk leuk om te vertellen over foto’s, het is laagdrempelig. 

Uit verscheidene Spoorzoekersprojecten blijkt dat het voor leerlingen vaak al spannend en ingewikkeld genoeg is om überhaupt een interview te houden. Om ze te vragen foto’s echt als gereedschap te gebruiken om het interview te houden, is vaak net een stap te ver.

“Het was moeilijk om foto’s uit te kiezen. Welke foto zou het perfecte verhaal opleveren? Het was eigenlijk meer gokken. Je wist nooit wat voor verhaal elke foto opleverde.”

(Leerling 1e klas Gymnasium, Erasmiaans Gymnasium)

Toch kun je leerlingen wel uitdagen foto’s te verzamelen door ze uit te leggen dat mensen zich vaak andere dingen herinneren als ze foto’s zien. Wanneer je mensen vraagt hun levensverhaal te vertellen, doen ze dit vaak aan de hand van grote thema’s als: jeugd, naar school gaan, werk vinden, trouwen, kinderen krijgen, etc. Als je leerlingen tijdens het interviewen samen met de geïnterviewde naar een aantal foto’s laat kijken, zullen er andere herinneringen bovenkomen. Het zijn juist die vaak anekdotische herinneringen die het levensverhaal kleur geven. Daag je leerlingen daarom uit om foto’s te bekijken, zonder dat ze de foto’s per se als leidraad in het interview hoeven te gebruiken. Ze hoeven niet de perfecte foto te vinden, ze kunnen de geïnterviewde vragen welke foto’s iets vertellen over hun leven. Laat leerlingen bijvoorbeeld vragen of de geïnterviewde foto heeft van de komst naar Nederland, de eerste dagen, de eerste woning, het werk dat ze deden. Kortom, laat ze bij het vragen naar alle grote thema’s (aankomst, wonen, werken, familie, vrije tijd, omgang met Nederlanders) ook vragen of daar foto’s van zijn. Dan vinden ze vanzelf een aantal foto’s die het levensverhaal kracht bij zetten. Foto’s zijn echter niet alleen gereedschap voor tijdens een interview of een historische bron die wat zegt over de groep waartoe de geïnterviewde behoort. Het gaat in de gevallen waarbij leerlingen eigen familie interviewen ook over het doorgeven van de familiegeschiedenis.

“Toen we een migrant moesten uitzoeken voor het project, dacht ik meteen aan mijn oma. Hierdoor is het project voor mij ook persoonlijk geworden. Ik heb veel oude familiefoto’s bekeken. Ik ben tevreden over de foto’s die ik heb kunnen gebruiken voor het project. Ondanks dat ze oud zijn, vind ik dat ze van goede kwaliteit zijn en ook representatief voor de eerste periode van mijn oma in Nederland. Het was leuk om op deze manier naar oude foto’s te kijken en hierbij een interview af te nemen. Mijn oma is nu 82 jaar. Sinds kort zijn er bij haar geheugen problemen geconstateerd. Daardoor zijn de interviews niet helemaal verlopen zoals ik had gehoopt. Soms merkte ik dat mijn oma er niet meer helemaal uitkwam. Ik vind het daarom wel extra fijn dat ik dit project nu met haar gedaan heb.”

(Leerling 1e klas Gymnasium, Erasmiaans Gymnasium) 

Laat de leerlingen daarom ook vooral plezier ontlenen aan het verzamelen van historisch beeldmateriaal. Het geeft het levensverhaal dat ze optekenen kleur, ze voegen met de foto’s die ze verzamelen iets toe aan het bestaande, vaak eenzijdige, beeld van migranten en het geeft ze meer openingen voor vragen tijdens het interview. 

  • Bereid je leerlingen voor op het interview en de foto’s die ze kunnen verzamelen. De ervaring leert dat als je leerlingen enkel de opdracht meegeeft dat ze beeldmateriaal bij het interview moeten verzamelen, ze geneigd zijn een pasfoto van de geïnterviewde te vragen.
  • Maak tijdens de voorbereiding in de klas bijvoorbeeld gebruik van de foto’s uit de databank van het Historisch Beeldarchief Migranten. Je kunt de leerlingen laten oefenen met de meer dan 5.000 foto’s, die altijd voorzien zijn van context. Laat ze bijvoorbeeld het verhaal van een van de migranten uit de databank vertellen aan de hand van drie foto’s.  
  • Oefen met het stellen van vragen bij foto’s, zonder dat leerlingen direct overgaan op interpretatie. Wat zie je, niet wat denk je te zien.
  • Wanneer je samenwerkt met het plaatselijke archief, vraag dan of die ook interesse hebben in foto’s. Zo ja, zorg dan dat de geïnterviewden toestemming geven voor het archiveren van het beeldmateriaal.
  • In het geval van archiveren, moeten de foto’s ook op hoge resolutie gescand worden. Voor enkel een werkstuk is een scherp foto van een foto voldoende, voor het archiveren of wanneer ze gebruikt dienen te worden bij een tentoonstelling, laat de leerlingen dan vragen of ze de foto’s mee mogen nemen om te scannen

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM