Uitgebreid zoeken

Beoordelen binnen een Spoorzoekersproject

Spoorzoekersprojecten zijn praktijkopdrachten met complexe, belangrijke en soms wat ongrijpbare onderwijsdoelen. Het gaat bijvoorbeeld om:


  • (historische) kennis en (historisch) denken en redeneren;
  • onderzoeksvaardigheden (vragen stellen, luisteren, informatie verzamelen en ordenen, presenteren, evalueren);
  • leren samenwerken;
  • studievaardigheden;
  • persoonlijke en maatschappelijke vorming.

Rubrics zijn daarvoor het meest geschikt. Op deze pagina vind je uitleg over het wat & waarom van rubrics, gebruiksmogelijkheden, een stappenplan om snel tot een goed en betrouwbaar beoordelingsmodel te komen en tips voor normering

Rubrics zijn geschikt voor het beoordelen complexe taken met verschillende leerdoelen, zoals Spoorzoekersprojecten. Bij elk leerdoel worden vier niveaus beschreven van wat leerlingen doen, van hoog naar laag. Deze beschrijvingen zijn ieder voor zich weliswaar enigszins globaal, maar samen geven deze toch een vrij betrouwbaar oordeel.

Anders dan een opsomming van beoordelingspunten en afvinklijstjes, maken rubrics aan leerlingen duidelijk wat goed ging en wat minder goed ging en wat ze zouden kunnen doen om het te verbeteren. Daardoor:

  • geven ze effectievere feedback dan alleen een cijfer omdat leerlingen in een oogopslag kunnen zien wat ze al (goed) doen en wat volgende stappen kunnen zijn
  • kan een docent efficiënter werken dan telkens opnieuw een toelichting schrijven bij een cijfer
  • is de beoordeling transparanter omdat voor leerling dezelfde rubrics worden gebruikt.

Rubrics zijn daardoor geschikt voor summatieve én formatieve (diagnostische) toetsing.

Rubrics kunnen worden gebruikt voor summatieve toetsing om te komen tot betrouwbare en eerlijke cijfers bij de eindbeoordeling van Spoorzoekersprojecten Daarvoor zijn twee mogelijkheden:

  • eenmaal aan het einde, voor het hele werkstuk;
  • per onderdeel, zodra dat is afgerond (zoals bijvoorbeeld historische context schetsen, afspraken maken, interviewverslag, eindverslag, presentatie etc.), waarbij het eindcijfer bestaat uit een (gewogen) gemiddelde van de deelcijfers;
  • bij een ingebouwd “go-no go”- moment: bijvoorbeeld wanneer een docent het afnemen van een interview pas toestaat als de leerlingen een voldoende hebben gescoord voor de voorbereiding.

Rubrics zijn ook heel geschikt voor formatieve toetsing omdat ze per leerdoel verschillende niveaus beschrijven en zo met tekst en visueel (door het markeren van de verschillende hokjes) duidelijk maken wat de sterke en minder sterke punten zijn en wat de volgende stap kan zijn in de ontwikkeling. Dat bevordert de motivatie en maakt daarmee het leren effectiever. Veel onderzoek wijst uit dat het belangrijk is om leerlingen daarbij een actieve rol te laten spelen. Aan de hand van heldere toetscriteria kunnen leerlingen niet alleen reflecteren op hun eigen werk, maar ook feedback geven op elkaars werk (peer feedback) en zo zelf verbeterpunten en vervolgstappen bedenken

  1. Kies per project een beperkt aantal leerdoelen. Spoorzoekersprojecten kenmerken zich door een rijkdom aan mogelijke leerdoelen. De valkuil is dat leerlingen niet goed weten waarop zij beoordeeld zullen worden en dat docenten een grote correctiedruk ervaren en het lastig vinden om de beoordeling transparant te houden. Maak daarom een slimme en beperkte keuze in de te beoordelen leerdoelen per project. Andere komen bij andere (spoorzoekers)projecten of lessen wel weer aan de orde.

  2. Ga naar VII - Bouwdoos met rubrics bij verschillende leerdoelen, kies de rubrics die passen bij de leerdoelen van uw project en plak deze (eventueel aangepast) in het beoordelingsformulier van uw project. Elders op deze pagina vind je enkele voorbeelden.

  3. Als niet alle leerdoelen even zwaar wegen, wees dan helder over de weging.

  4. Maak vanaf de start van het project het beoordelingsmodel (en eventueel de principes van rubrics) helder voor de leerlingen.

Snel visueel helder te maken waar de leerling staat kan door met een (digitale) markeerstift de rubrics in te kleuren die passen bij het niveau dat de leerling laat zien.

  • Ga daarbij uit van het gemiddelde van wat een leerling doet: levert een leerling bijvoorbeeld bij een bepaald leerdoel eenmaal een prestatie op niveau 3 en driemaal op niveau 2, kies dan voor niveau 2.
  • Bij twijfel tussen twee niveaus, kunnen beide niveaus worden gearceerd of de onderdelen uit de niveaus die het meest van toepassing zijn.

De rubrics zijn geschikt voor elk schoolniveau, maar de normering moet daarbij wel per niveau worden aangepast. Zo kan ‘alles op niveau 1’ bij een brugklasleerling op VWO-niveau leiden tot een voldoende krijgen of op  VMBO zelfs tot goed of excellent, maar in VWO5 tot een onvoldoende. Dit kan ook zichtbaar maken dat een brugklasser op een of meer onderdelen hoger kan scoren dan een leerling van HAVO3. Zo doen rubrics meer recht aan zwakkere en excellentere leerlingen dan meer gesloten beoordelingsmodellen. Zie hieronder ‘Voorbeeld van normering naar niveau’.

Sommige docenten geven per item aan hoeveel punten er te behalen zijn en berekenen dan het (eventueel gewogen) gemiddelde. Anderen arceren in het beoordelingsmodel wat ze de leerlingen zien doen en geven een cijfer op grond van het geheel. Daarmee beoordelen ze globaler en sneller. Beide methodes kunnen betrouwbaar zijn. In beide gevallen is het nodig om helder te zijn over de vertaling naar een cijfer. Dat kan door aan te geven welke niveau van scores leidt tot welk cijfer en eventueel aan te geven hoe zwaar de verschillende onderdelen wegen.

Twee goede manieren om de betrouwbaarheid te borgen zijn:

  • een steekproef van werkstukken door twee docenten laten beoordelen;
  • de leerlingen zelf de beoordeling te laten controleren bij het bespreken van de werkstukken.

Omdat de leerlingen zelf geschiedenis maken, zijn zij nogal afhankelijk van hun informanten. De ene geïnterviewde is waarschijnlijk spraakzamer en heeft een interessanter verhaal en foto’s met meer diepgang dan de andere. De leerling die een nabij familielid interviewt, heeft mogelijk al meer voorkennis van de historische context dan een leerling die een onbekende interviewt.

Overweeg daarom niet alleen te beoordelen met rubrics voor het (eind)product, maar neem ook rubrics op voor proces en/of over de toegenomen kennis en vaardigheden. Dat laatste kan ook door de leerlingen vooraf te laten opschrijven wat zij met het project willen leren en het achteraf te vragen in een kort learner report aan te geven wat ze hebben geleerd en wat ze nog meer zouden willen leren.

Bouw eenvoudig uw eigen beoordelingsmodel dat past bij uw Spoorzoekersproject.

  • Kies hieronder de leerdoelen die passen bij uw project,
  • Kopieer de bijpassende rubrics of pas ze aan voor eigen gebruik
  • Plak deze bijvoorbeeld in het een beoordelingsformulier. 
Bijlage: Voorbeelden rubrics beoordelingsmodellen (.doc)

MondriaanstichtingVSB-fondsSNS ReaalPrins Bernard CultuurfondsOC&WVROM